Contact
  1. 5325-Galblaasoperatie
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Binnenkort wordt uw galblaas verwijderd. In deze folder staat informatie over de galblaas, de operatie en het herstel na de operatie.

Wat doet de galblaas?

De galblaas is een klein orgaan en ligt aan de onderkant van de lever rechts boven in de buik. In de lever wordt gal gemaakt. De gal wordt opgeslagen in de galblaas. Gal is een vloeistof die belangrijk is voor de spijsvertering in de darm. Vooral voor de vertering van vetten. Zodra er eten - en dan vooral vet voedsel - in de darm komt, perst de galblaas zijn inhoud door de galgangen in de darm. Als uw galblaas verwijderd is, nemen uw lever en de hoofdgalgang dit werk van de galblaas over.

Galblaasproblemen
De galblaas kan ontstoken raken. Ook komen galstenen vaak voor. Waardoor deze stenen ontstaan, is onduidelijk. Galstenen veroorzaken een zeurende pijn. Meestal voelt u deze pijn aan de rechterkant onder de ribben, maar het kan ook op andere plaatsen in de buik of in de borst. Andere klachten die veroorzaakt kunnen worden door galstenen zijn:

  • misselijkheid;
  • opboeren;
  • het niet kunnen verdragen van vet eten.

Vrouwen hebben vaker galblaasproblemen dan mannen. Ook mensen met overgewicht en mensen boven de 45 jaar hebben meer kans op galblaasproblemen.

Diagnose

Hoe worden galblaasproblemen vastgesteld?
Meestal wordt er een echografie gemaakt. Dit is een veilig en pijnloos onderzoek. Met behulp van geluidsgolven wordt de galblaas op een beeldscherm afgebeeld.

Behandeling

Als uw galblaas ontstoken is of als u klachten heeft door galstenen, wordt meestal de hele galblaas verwijderd. Er zijn twee manieren om een galblaas te verwijderen:

  • via een kijkoperatie (laparoscopische galblaasverwijdering);
  • via een gewone operatie (cholecystectomie).

Kijkoperatie

De meest gebruikte methode is de kijkoperatie. Bij deze operatie maakt de chirurg vier kleine sneetjes in de buik. Door een van de gaatjes gaat een kleine camera (de laparoscoop) naar binnen. Zo kan de chirurg via een beeldscherm precies zien wat hij aan het doen is. In de andere drie gaatjes worden buisjes gestoken. Via deze buisjes brengt de chirurg de instrumenten waarmee hij werkt naar binnen. Met deze instrumenten snijdt de chirurg de galblaas los en trekt deze dan door een buisje naar buiten. Soms is het nodig om een wonddrain te plaatsen. Dit is een plastic slangetje om vocht af te voeren. Nadat het cameraatje ook uit de buik is gehaald, worden de gaatjes gehecht. Dit gebeurt met oplosbare hechtingen. U heeft geen grote operatiewond.

Gewone operatie

Soms komt de chirurg tijdens de kijkoperatie een probleem tegen dat niet met de ‘kijkbuismethode’ is op te lossen. Bijvoorbeeld een ernstige ontsteking of verklevingen. De galblaas wordt dan alsnog op de ‘gewone’ manier verwijderd.
Dit houdt in dat er op de plek van de galblaas een snede gemaakt wordt van tien tot vijftien centimeter. Bij deze operatie plaatst de chirurg soms twee plastic slangetjes (drains) om gal en vocht af te voeren. Omdat u een grotere buikwond heeft, duurt het herstel langer.

Voorbereiding op de operatie

Voor de operatie heeft u een Preoperatief onderzoek. Om u goed voor te bereiden op de operatie vult u een vragenlijst in en heeft u een gesprek met de apothekersassistente (als u medicijnen gebruikt), de anesthesioloog en de verpleegkundige. De anesthesioloog geeft u uitleg over de vorm van anesthesie die tijdens de operatie gebruikt wordt. Ook krijgt u uitleg over de pijnbestrijding. 

Dag van opname

U meldt zich op de opnamedag op het afgesproken tijdstip bij de receptie van het ziekenhuis. U wordt naar de afdeling gebracht.

Vlak voordat u naar de operatieafdeling gaat, mag u het operatiehemd van het ziekenhuis aantrekken. U wordt naar de operatieafdeling gebracht. Daar wordt u ontvangen in de zogenaamde holdingruimte (voorbereidingsruimte). Hier ontmoet u nog even kort de chirurg en de anesthesioloog. Vervolgens dient de anesthesioloog de narcose toe. Een galblaasoperatie duurt meestal 60 tot 90 minuten.

Na de operatie wordt u naar de recoveryruimte (verkoeverkamer of uitslaapkamer) gebracht. Hier blijft u totdat u weer goed wakker bent en de verdoving is uitgewerkt. Gespecialiseerde verpleegkundigen bewaken uw ademhaling, hartslag en bloeddruk. De anesthesioloog beslist wanneer u weer terug mag naar de verpleegafdeling.

Om ervoor te zorgen dat u voldoende vocht binnen krijgt, heeft u een infuus in uw arm. Als u niet misselijk bent, mag u na de operatie gewoon drinken. Zodra u weer zelf voldoende kunt drinken, kan het infuus eruit. Na verloop van tijd kunt u ook weer eten.

Als u tijdens de operatie een drain (plastic slangetje om vocht af te voeren) heeft gekregen, dan wordt deze op de verpleegafdeling in opdracht van arts verwijderd.

Naar huis

Na de operatie mag u dezelfde dag weer naar huis of u blijft één nacht in het ziekenhuis. Als u een nacht moet blijven en er zijn geen onverwachte problemen, dan mag u de volgende dag naar huis. Van de verpleegkundige krijgt u informatie over het verzorgen van de wond en pijnstilling.

Wij adviseren u iemand te regelen die u komt ophalen. Zelf autorijden is niet verantwoord direct na de operatie.

Herstel

De eerste dagen na de operatie is de wond nog gevoelig. Bewegen, diep ademhalen en hoesten doet pijn. Bij de kijkoperatie is dit minder dan bij de gewone operatie. Volg de onderstaande adviezen op om goed te herstellen:

  • Tot enkele dagen na de operatie kunt u een gevoelige schouder hebben. Dit komt door het gas (kooldioxide) waarmee de buik tijdens de operatie wordt gevuld. Deze pijn verdwijnt vanzelf. U hoeft zich daarover geen zorgen te maken.
  • Tot drie maanden na de operatie kunt u een trekkend gevoel hebben in het geopereerde gebied. Dit komt door de hechtingen. Ze lossen vanzelf op en daarmee verdwijnt ook het trekkende gevoel.
  • U hoeft geen vetarm dieet te volgen. Met grote hoeveelheden vet moet u wel voorzichtig zijn. Probeer zelf uit wat u kunt verdragen. Heeft u klachten na het eten van bepaalde voedingsmiddelen? Eet ze dan een tijdje niet en probeer het later nog eens. Het is de bedoeling dat u na een tijdje weer eet wat u gewend was.
  • Wees in het begin voorzichtig met bewegen en activiteiten die pijnlijk zijn. Zwaar tillen moet u in de eerst weken niet doen. Als de operatiewond genezen is, kunt u weer alles doen zoals u gewend was.
  • De eerste vier weken bent u soms nog moe. Probeer het daarom rustig aan te doen. Wanneer u weer aan het werk kunt, verschilt per persoon. Zwaar lichamelijk werk mag pas na zes weken hervat worden.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Er is een kleine kans op complicaties zoals een nabloeding, wondinfectie, abces, perforatie, trombose of longontsteking.
Een ernstige complicatie bij deze operatie is een beschadiging van de galwegen. Dit gebeurt gelukkig zeer weinig. De kans hierop is bij de kijkoperatie iets groter dan bij de gewone operatie. De gevolgen daarvan zijn afhankelijk van hoe erg de beschadiging is en hoe snel de beschadiging wordt vastgesteld. Een hersteloperatie kan nodig zijn.

Klachten

Neem contact op met het ziekenhuis als u binnen tien dagen na uw operatie een van de volgende klachten heeft:

  • temperatuur boven 38 graden Celsius;
  • hevige buikpijn;
  • rode, gezwollen pijnlijke wondjes of vloeien van pus;
  • huiduitslag over het hele lichaam.

Is de operatie langer dan tien dagen geleden en heeft u klachten, dan kunt u terecht bij uw eigen huisarts of, buiten kantooruren, bij de Huisartsenpost.

Controle

Vier tot vijf weken na de operatie heeft u een belafspraak met de polikliniek Abdominale chirurgie. Tijdens dit gesprek vragen wij hoe het met u gaat. U krijgt ook de uitslag van het weefselonderzoek (‘kweek’) van de galblaas. Dit onderzoek wordt, voor de zekerheid, altijd gedaan bij een verwijderde galblaas. U kunt de uitslag van het weefselonderzoek (PA-uitslag) ook zelf bekijken in MijnIsala.

Contact

Heeft u nog vragen dan kunt u bellen met:

Abdominale chirurgie
(038) 424 62 95 (bereikbaar op werkdagen van 8.30 tot 17.00 uur)
(038) 424 50 00 (bij spoed na 17.00 uur en in het weekend)

Kunt u niet komen? Laat het ons weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

19 juni 2020 / 5325