Contact
  1. 5425-Staar

Deze folder geeft algemene informatie over de staaroperatie en wat u van deze operatie kunt verwachten. Deze informatie dient ter ondersteuning van het gesprek dat de oogarts met u voert.

Wat is staar?

Vóór in het oog, vlak achter de pupil, zit de heldere en doorzichtige ooglens. Naarmate we ouder worden, wordt deze lens minder helder. Dit troebel worden van de ooglens wordt ‘staar’ of ‘cataract’ genoemd. Iedereen die ouder wordt, krijgt daar vroeg of laat mee te maken. Staar kan echter ook aangeboren zijn of ontstaan door ziekte of beschadiging van het oog. Deze folder gaat met name over de meest voorkomende vorm van staar, de ouderdomsstaar.

Verschijnselen

Ouderdomsstaar is een normaal verouderingsproces. Sommige mensen merken al rond hun veertigste dat hun ooglens troebel wordt, maar meestal doen de eerste verschijnselen van ouderdomsstaar zich pas later voor.

Of u het merkt, hangt af van de plek in de ooglens waar de troebeling zich ontwikkelt en hoe groot die troebeling is. Zit de troebele plek in het midden van de lens of daar vlak bij, dan krijgt u al snel klachten zoals:

  • Wazig of dubbelzien, mogelijk met één oog.
  • U ziet kleuren doffer.
  • U krijgt last van licht of schitteringen.
  • U heeft binnen korte tijd opeens veel sterkere of zwakkere brillenglazen nodig. Andere brillenglazen kunnen het zicht op den duur niet meer verbeteren.

Meestal neemt de staar in de loop van de tijd toe. Het gezichtsvermogen wordt steeds slechter. Een bezoek aan de oogarts is dan ook noodzakelijk. Kunt u zonder problemen de dagelijkse werkzaamheden, hobby’s en taken zoals autorijden uitoefenen (controleer of u voldoet u aan de eisen voor een rijbewijs)? Dan hoeft u zich nog niet te laten behandelen. Een operatie is dan nog niet direct noodzakelijk. Houdt u wel rekening met een staaroperatie in de toekomst, staar wordt namelijk nooit minder.

Onderzoek

Om erachter te komen of er inderdaad sprake is van staar, bekijkt de oogarts uw ogen met een spleetlamp. Deze lamp geeft een smalle bundel licht, waarmee de oogarts het voorste deel van het oog kan bekijken. Daar bevindt zich ook de ooglens. Zo kan gezien worden of er troebelingen in de ooglens zitten en hoe ver de eventuele staar zich al heeft ontwikkeld. Daarnaast onderzoekt de oogarts hoeveel u nog kunt zien en of uw ogen verder gezond zijn.

Voorbereiding op de operatie

Indien u samen met uw oogarts de beslissing neemt om een staaroperatie uit te laten voeren, vinden de volgende voorbereidingen plaats:

  • Het type (zie: speciale implantlenzen) en de sterkte van de implantlens die in uw oog wordt geplaatst wordt bepaald met behulp van een speciaal oogonderzoek.
  • U krijgt van de secretaresse een inlogcode mee om een online vragenformulier omtrent uw gezondheid in te vullen. Dit formulier kunt u op meteen op de afdeling of later thuis invullen.
  • Wordt u in Isala Zwolle geopereerd? Dan spreekt de afdeling OK-planning een operatiedatum met u af. De operatie vindt plaats in het Behandelcentrum (gebouw W).
  • Wordt u in Isala Diaconessenhuis Meppel geopereerd? Dan krijgt u via het OSP (Opname servicepunt) te horen wanneer u geopereerd wordt.
  • Zijn er veranderingen in uw gezondheid of medicijngebruik? Wilt u dan zo snel mogelijk contact met ons opnemen?
  • Op de dag van de operatie mag u geen make-up gebruiken.
  • Vlak voor de operatie krijgt u medicijnen in uw oog waarmee de pupil wordt verwijd. Deze medicijnen bestaan uit oogdruppels en een tablet.

Speciale implantlenzen

Naast de ‘standaard’ implantlens zijn er de laatste jaren meerdere speciale implantlenzen ontwikkeld met als doel om mensen na de staaroperatie nog minder afhankelijk te laten zijn van een bril. Hieronder vallen de zogenaamde torische implantlezen, die als doel hebben de cilindersterkte van een eventuele bril na de staaroperatie te verminderen of zelfs geheel weg te werken. Ook zijn er multifocale implantlenzen waarbij, net als in een bril met multifocale glazen, het zicht voor zowel veraf als dichtbij verbeterd zonder brilcorrectie.

Deze speciale implantlenzen kunnen niet bij iedereen worden gebruikt. Ook kunnen deze lenzen specifieke bijwerkingen hebben en zal er in sommige situaties alsnog een leesbril nodig zijn. Omdat deze speciale implantlenzen niet onder de normale verzekerde zorg vallen moet u er rekening houden dat u een (groot) deel van de operatie zelf moet betalen. Als u interesse heeft in speciale implantlenzen en geen bezwaar heeft tegen een eventuele bijbetaling, vraagt u dan uw eigen oogarts naar uw mogelijkheden.

Verdoving

Uw oog wordt verdoofd door middel van een injectie naast uw oog. In bijzondere gevallen vindt de verdoving plaats door alleen druppels in het oog. Met een plaatselijke verdoving bent u tijdens de operatie wakker. U kunt niet zien wat er precies gebeurt, maar u bent zich wel bewust van een helder licht.

De operatie

Op de dag van de operatie kunt u gewoon ontbijten zoals u gewend bent. Ook uw medicijnen kunt u gewoon innemen. De enige uitzondering zijn eventuele plastabletten. Om te voorkomen dat u tijdens de operatie een (over)volle blaas heeft, mag u geen plastabletten nemen.

Bij de staaroperatie haalt de oogarts uw eigen troebele ooglens uit het oog en vervangt deze door een helder, kunststof implantlensje. Dit lensje gaat in principe de rest van uw leven mee.

  • Tijdens de operatie wordt gevraagd of u uw hoofd wilt stilhouden en u gedurende 15 tot 30 minuten stil wilt blijven liggen.
  • De oogarts maakt drie kleine sneetjes in het oog.
  • De staar wordt met ultrasone golven zachter gemaakt en via een smal buisje verwijderd. De achterlaag van de lens (het zogenaamde achterste lenskapsel) blijft op zijn plaats.
  • De kunststof implantlens wordt ingebracht en vervangt uw eigen lens.
  • Soms wordt in het oog een kleine hechting aangebracht.
  • De operatie wort uitgevoerd door een oogarts of door een oogarts in opleiding die onder supervisie staat van een ervaren oogarts.

Na de operatie

Na afloop van de operatie krijgt u ter bescherming een verband en een beschermkapje over uw oog. Dit mag u de volgende dag na het opstaan verwijderen. Het verband kunt u weggooien. Het kapje gebruikt u nog gedurende één week voor nacht, zodat u niet per ongeluk tijdens uw slaap in het geopereerde oog wrijft. Het kan voorkomen dat u niet direct beter kunt zien dan voor de operatie. Het oog heeft na de operatie tijd nodig om te herstellen.

Druppelen 

Na de operatie start u met de oogdruppels (Tobradex en Yellox) die u van uw oogarts heeft gekregen. Het is belangrijk dat u deze druppels volgens recept gebruikt. Hiermee voorkomt u een infectie en vermindert u de kans op een ontsteking van het geopereerde oog. Indien u zelf druppelt volgt u deze instructies stap voor stap:

  • Was uw handen met water en zeep en droog ze goed af.
  • Gaat u rechtop zitten.
  • Neem het flesje druppels in de hand, alsof u een pen vasthoudt. Steun met uw hand op uw voorhoofd, neusbrug of slaap.
  • Buig uw hoofd achterover en kijk met beide ogen naar boven.
  • Trek het onderste ooglid met de wijsvinger van uw andere hand voorzichtig naar beneden zodat er een ‘gootje’ ontstaat.
  • Knijp voorzichtig in het rubber dopje of flesje en laat één druppel midden in het ‘gootje’ vallen.
  • Het flesje mag niet in aanraking komen met uw oog. Sluit uw oog, maar knijp het niet dicht.
  • Wacht circa twee minuten alvorens de volgende druppel toe te dienen.

De techniek van het oogdruppelen

Techniek oogdruppelenAfbeelding: techniek van het oogdruppelen (bron: Oogziekenhuis Zonnestraal)

Let op
Nadat u bent gestopt met de oogdruppels kan het voorkomen dat uw oog aanvoelt alsof er een vuiltje in zit. Daar hoeft u zich geen zorgen over te maken. Het gevoel dat er wat in uw oog zit kan nog wel een paar maanden duren, omdat de operatiewond tijd nodig heeft om te genezen.

 

Tabel Druppelschema Staaroperatie 
Druppelschema   Tobradex Yellox
Dag vóór de operatie

Tussen 18.00 en 19.00 uur

Tussen 21.00 en 22.00 uur

-

-

1 druppel

1 druppel

Dag van de operatie Tussen 07.00 en 08.00 uur   1 druppel
1e week na de operatie

Tussen 08.00 en 09.00 uur

Tussen 13.00 en 14.00 uur

Tussen 19.00 en 20.00 uur

1 druppel

1 druppel

1 druppel

1 druppel

-

1 druppel

2e week na de operatie

Tussen 08.00 en 09.00 uur

Tussen 13.00 en 14.00 uur

Tussen 19.00 en 20.00 uur

1 druppel

1 druppel

1 druppel

1 druppel

-

1 druppel

3e en 4e week na de operatie

Tussen 08.00 en 09.00 uur

Tussen 19.00 en 20.00 uur

1 druppel

1 druppel

 
5e week na de operatie Eén vast tijdstip per dag 1 druppel  

Diamox (acetazolamide) tablet

  • Op de dag van de operatie: 1 tablet om 22:00 uur innemen.
  • Op de dag na de operatie: 1 tablet om 08:00 uur innemen.

Rood oog

Na de operatie kan uw oog rood zijn. Dit is een bloeduitstorting onder het bindvlies, die is ontstaan bij het aanbrengen van de plaatselijke verdoving. Deze roodheid is dus niets bijzonders. Het kan enkele weken duren voordat het oog weer helemaal wit is.

Controles

Op de dag na de operatie wordt u gebeld door de assistente om te vragen of er geen problemen zijn. Ongeveer drie tot zes weken na de operatie komt u op controle bij een technisch oogheelkundig assistent (TOA) voor de eindcontrole. In sommige gevallen vindt er één à twee weken na de operatie een extra tussentijdse controle plaats bij een TOA.

Opmeten van het glas in uw bril

Na de operatie heeft het glas in uw bril niet meer de juiste sterkte. Pas als uw oog volledig is genezen, kan een nieuw brillenglas worden voorgeschreven. Tijdens de controleafspraak met de technisch oogheelkundige assistent (TOA) hoort u of u naar de opticien kunt gaan voor het opmeten van het nieuwe brillenglas. Het kan handig zijn uw brillenglas tussentijds te verwijderen. U kunt dit het beste overleggen met uw opticien.

Complicaties

De oogarts opereert altijd maar één oog per operatie. Staaroperaties worden regelmatig uitgevoerd. Ook op zeer hoge leeftijd is de operatie goed te ondergaan. Al is het risico op complicaties gering, geen enkele operatie is zonder risico’s.

Tijdens de operatie kunnen de volgende risico’s optreden:

  • Scheuren van de achterkant van het lenskapsel met verstoring van de gel in het oog; dit kan in sommige gevallen tot een verminderd gezichtsvermogen leiden.
  • Verlies van de oude lens of lensbrokken naar de achterkant van het oog, waardoor nog een operatie nodig is.
  • Bloeding in het oog.
  • Verkeerde sterkte of verkeerde plaatsing van de implantlens.
  • Niet alle lensresten kunnen verwijderd worden bij de operatie.

Na de operatie kunnen de volgende complicaties optreden:

  • Kneuzing van het oog of de oogleden.
  • Allergische reactie op de gebruikte oogdruppels.
  • Hoge druk in het oog.
  • Vertroebeling van het hoornvlies (cornea).
  • Vochtophoping in het centrum van het netvlies in de gele vlek.
  • Netvliesloslating, die tot een verlies van het gezichtsvermogen kan leiden.
  • Infectie in het oog (endoftalmitis), dat kan leiden tot het verlies van het gezichtsvermogen of zelfs tot het verlies van het oog.

Deze complicaties komen slechts zelden voor en kunnen in de meeste gevallen effectief worden behandeld. In een klein deel van de gevallen is een extra operatie noodzakelijk. Zeer zelden kunnen sommige complicaties resulteren in een ernstige verslechtering van het gezichtsvermogen.

Na maanden of zelfs jaren kan geleidelijk aan nastaar ontstaan (vertroebeling van het achterste lenskapsel). In dat geval vertroebelt het achterste deel van het lenskapsel dat in het oog is achtergebleven om de implantlens te ondersteunen. Hierdoor kan het licht het netvlies niet meer bereiken en gaat u weer wazig zien net als vooraf aan de staaroperatie. Om dit te behandelen gebruikt de oogarts een laserstraal om een kleine opening in het vertroebelde lenskapsel te maken om zo het gezichtsvermogen te verbeteren. Dit is een snelle en pijnloze poliklinische procedure.

Met spoed contact opnemen

Bij onderstaande problemen moet u meteen contact opnemen:

  • Overmatige pijn.
  • Verlies van het gezichtsvermogen.
  • Toenemende roodheid van het oog.

Tijdens kantooruren belt u:

  • Locatie Zwolle (038) 424 30 40
  • Locatie Meppel (0522) 23 38 05

 Buiten kantooruren en in het weekend (038) 424 50 00.

Meestgestelde vragen

Hieronder vindt u meest gestelde vragen en de antwoorden daarop. Heeft u een andere vraag? Neemt u dan gerust contact op met ons op.

Mijn oog voelt aan alsof er een korreltje in zit, is dat normaal?
Dit is het operatiewondje of de plaats waar de verdovingsprik is gegeven. Dit gevoel is volkomen normaal en gaat vanzelf over, maar dat kan wel een paar maanden duren.

Wanneer mag ik weer autorijden?
U mag weer autorijden wanneer u met of zonder uw (oude) bril vijftig procent kunt zien. Dit kunt u laten controleren bij de opticien.

Ik zie een zwarte balk of schitteringen aan de zijkant, is dat normaal?
Dit is mogelijk en kan geen kwaad. Omdat het kapselzakje (waar de oude lens is uitgehaald en de nieuwe is geplaatst) zich weer moet gaan nestelen. Dit kan enige tijd duren.

Wat doe ik met mijn bril?

Er zijn een aantal opties:

  • U laat het glas aan de geopereerde kant eruit halen door de opticien.
  • U zet uw bril af en gebruikt hem alleen tijdens het lezen.
  • U schaft een (tijdelijke) leesbril aan.

Wanneer mag ik een nieuwe bril?
U heeft ongeveer drie weken na de laatste operatie een controleafspraak bij de Technisch Oogheelkundig Assistent (TOA). Tijdens dit bezoek zal de TOA met u over uw eventuele nieuwe bril praten.

Ik gebruik al andere oogdruppels voor bijvoorbeeld glaucoom. Moet ik daarmee stoppen?
Nee, alle druppels die u al gebruikte vóór de operatie, blijft u gewoon gebruiken, ook in het geopereerde oog.

Mag ik naar de sauna?
Ja, alleen u mag geen gebruik maken van het zwem- of bubbelbad.

Mag ik onder de zonnebank?
Ja, maar bescherm wel goed uw ogen.

Mag ik tillen, bukken, stofzuigen enzovoorts?
Ja dat mag, alleen niet te zwaar.

Moet ik het druppelschema afmaken als ik op controle ben geweest bij de TOA?
Ja, dit schema moet u afmaken, tenzij u andere instructies krijgt.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de polikliniek Oogheelkunde (038) 424 30 40 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur). Het kan handig zijn om uw vragen van tevoren op papier te zetten. Voor vragen kunt u ons ook mailen: poli.oogheelkundezwolle@isala.nl.

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

4 december 2018 / 5425

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.