Contact
  1. 5429-Bekkenfysiotherapie na een verzakkingsoperatie
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

U heeft met uw gynaecoloog besloten dat u een operatie ondergaat omdat u last heeft van een verzakking. Bekkenfysiotherapie kan helpen bij het verbeteren van de bekkenbodemspieren voor én na deze operatie. Hoe u deze spieren kunt oefenen, leggen wij u uit tijdens een informatiebijeenkomst. In deze folder vindt u informatie over de oefeningen en hoe u de buikdruk kunt verminderen, zodat u goed van de operatie kunt genezen.

Wat is de bekkenbodem?

De bekkenbodem bestaat uit een groep spieren die de onderkant van het bekken afsluit. De zenuwen, banden en spieren van de bekkenbodem zorgen ervoor dat de blaas, dikke darm en schede kunnen worden afgesloten. (Zie afbeelding 1). Zo kunt u uw plas en ontlasting ophouden. Gaat u naar het toilet, dan moeten deze spieren juist ontspannen om urine of ontlasting kwijt te raken. Ook tijdens het vrijen is het belangrijk dat de spieren ontspannen.

Zijaanzicht bekken en bekkenbodemspierenAfbeelding 1: Zijaanzicht van het bekken en de bekkenbodemspieren met de blaas, vagina/baarmoeder en darm van links naar rechts. Aan de onderzijde worden deze organen gesteund door de bekkenbodemspieren.

De bekkenbodem heeft drie functies:

  • afsluiting van de buikholte, zodat de organen in de bekkenbodem niet naar buiten komen;
  • voorkomen van ongewenst verlies van urine en ontlasting;
  • het mogelijk maken van plassen, ontlasting hebben en vrijen.

Verzakking

Een verzakking van één of meerdere organen (blaas, schede, baarmoeder, dikke darm) kan leiden tot verschillende klachten: urineverlies, niet goed kunnen plassen, verlies van ontlasting of winderigheid, moeite met ontlasting, drukkend gevoel, balgevoel in de schede en pijn bij het vrijen.

Bekkenfysiotherapie kan helpen om de klachten te verminderen bij een lichte of matige verzakking. U traint de bekkenbodemspieren, zodat deze spieren de verzakte organen beter kunnen opvangen als u beweegt of hoest. Bekkenfysiotherapie kan ook helpen bij het verbeteren van de functie van de bekkenbodemspieren na de operatie.

Voorbereiding op de operatie

Voordat u geopereerd wordt, kan de gynaecoloog u doorverwijzen naar een bekkenfysiotherapeut. U start dan alvast met het trainen van de bekkenbodemspieren. Daarmee versterkt u deze spieren, zodat ze na de operatie de organen in uw onderbuik zo goed mogelijk kunnen ondersteunen.

Informatiebijeenkomst

In Isala Zwolle en Isala Meppel vinden informatiebijeenkomsten plaats over de operatie bij een verzakking. U ontvangt een uitnodiging voor één informatiebijeenkomst.

Tijdens de informatiebijeenkomst geeft een verpleegkundige uitleg over de opname op de afdeling, de leefregels en het blaas trainen. De bekkenfysiotherapeut geeft informatie over de bekkenbodem en adviezen voor vermindering en opvang van druk op uw onderbuik. Ook krijgt u informatie over oefeningen en adviezen voor de eerste zes weken na uw operatie. De oefeningen worden tijdens de informatiebijeenkomst geoefend.

Na de operatie komt de (bekken)fysiotherapeut bij u langs op de verpleegafdeling. U krijgt handige tips om op een gezonde manier naar de wc te kunnen. Als u niet bij de informatiebijeenkomst bent geweest, bespreekt de fysiotherapeut de oefeningen met u voor de eerste zes weken thuis.

U kunt na de operatie al met de oefeningen starten, nadat de blaaskatheter is verwijderd.

De oefeningen voor de eerste zes weken na de operatie zijn vooral gericht op het ontspannen en aanspannen van de bekkenbodemspieren. U leert de spieren aanspannen (gevoel van plas of windje ophouden), waarbij het belangrijk is dat u blijft doorademen. U leert ook spieren ontspannen in het gebied van de schede, anus en onderbuik.

Het is belangrijk om vooral in de eerste zes weken de druk in uw buik laag te houden. Door te veel kracht en druk in de onderbuik, kunt u minder goed van de operatie herstellen.

Tips voor de toiletgang

  • Ga naar het toilet als u voelt dat u aandrang tegen de anus hebt.
  • Als u moet plassen, is het belangrijk dat u het niet te lang ophoudt. Maar ga ook niet te vaak plassen. Zes tot negen keer per dag plassen is normaal.
  • Ga bij plassen en ontlasting hebben (poepen), zitten op de bril van het toilet.
  • Ontspan: zet uw voeten plat op de vloer en zet uw knieën iets uit elkaar.
  • Ontspan de buik en de bekkenbodem.

Houding bij plassen

  • Losjes rechtop zitten.
  • Laat de buik los, adem gewoon door.
  • Niet persen! De plas komt vanzelf.
  • Eventueel ontspannen schommelen.
  • Neem de tijd voor plassen.
  • Billen afvegen van voor naar achteren.

Afbeelding 2: Houding bij plassen

Houding bij ontlasting hebben

  • Losjes onderuit zitten; iets meer met een bolle rug.
  • Druk eventueel lichtjes mee met een bolle buik.
  • Als de ontlasting niet komt, een paar keer holle en bolle rug maken. Bij het uitademen: ‘pffff’.
  • Billen afvegen van voor naar achteren.

Afbeelding 3: Houding bij ontlasting hebben (poepen)

Tips voor eten en drinken

  • Eet per dag drie maaltijden, twee stuks fruit en twee tussendoortjes met voldoende vezels.
  • Neem eten waar veel vezels in zitten (30 tot 40 gram vezels per dag).
  • Drink anderhalf tot twee liter vocht per dag.

Herstel thuis

Bekkenbodemfysiotherapie

Als u weer naar huis gaat, krijgt u een verwijzing mee voor bekkenfysiotherapie. Het is belangrijk dat u deze fysiotherapie volgt bij een geregistreerde bekkenfysiotherapeut. De bekkenfysiotherapeut van het ziekenhuis kan u daarbij helpen.
Wij adviseren u om vier tot zes weken na de operatie al een intakegesprek te hebben met de bekkenfysiotherapeut voor advies, uitleg en een voorzichtige start met de training van de bekkenbodemspieren. Het doel is het verbeteren van de bekkenbodemspieren zodat u ze op het juiste moment kunt gebruiken bij hoesten en inspanning.

Eerste vier tot zes weken

Tijdens deze periode oefent u thuis het ontspannen en aanspannen van de bekkenbodemspieren. Dit noemen we de bekkenbodembeweging. We raden u aan om hiervoor twee tot drie keer per dag een moment in te plannen en deze oefeningen dan rustig te doen. De oefeningen helpen ook voor een betere toiletgang, of het leren aanspannen van de bekkenbodemspieren tijdens hoesten, niezen en tillen.

In de eerste zes weken na de operatie spannen de spieren van de buik, het bilgebied en de bekkenbodem meestal spontaan teveel aan. Aanspannen op het juiste moment, bijvoorbeeld bij hoesten of niezen, is in het begin dus moeilijker. Als u de bekkenbodemspieren kunt ontspannen, dan lukt het ook steeds beter om ze op het juiste moment bewust aan te spannen. Het doen van de oefeningen helpt dus om dit te kunnen doen.

Oefening thuis: bekkenbodembeweging

Hieronder vindt u de beschrijving van de bekkenbodembeweging. Tijdens deze oefening oefent u de bekkenbodemspieren door zowel het ontspannen als aanspannen van spieren.

  • Maak een rustpunt voor uzelf en ga gemakkelijk liggen.
  • Maak gebruik van kussens of opgerolde handdoeken en een deken voor de warmte.
  • Gebruik eventueel voor extra comfort een pittenkussen of een warmwaterzak (beide niet te warm).
  • Leg één of twee hand(en) op uw onderbuik en voel de beweging van de buik bij het in- en uitademen.
  • Probeer bewust uw armen, benen, hoofd en romp te ontspannen en goed contact te laten maken met de onderlaag zonder te duwen.
  • Voer de volgende oefeningen uit. Na een goede aanspanning lukt het vaak beter de ontspanning van die spier te voelen:
  1. Begin bijvoorbeeld met uw schouder- en nekspieren: duw uw hoofd of schouders in het kussen, houd dit even vast (blijf doorademen) en laat vervolgens alles heel bewust los.
  2. Om beurten één knieholte in de handdoek of het kussen duwen en dan weer helemaal ontspannen.
  3. Bilspieren aan- en ontspannen: billen bij elkaar knijpen en weer loslaten.
  4. Bekkenbodemspieren aan- en ontspannen. Tien keer licht en kort de bekkenbodemspieren aanspannen en bewust ontspannen. Aanspannen voelt aan als een plas en windje ophouden en/of zachtjes naar binnen trekken van vagina/schaamlippen en anus. Belangrijk is dat u alles rustig uitvoert en blijft doorademen.

Na zes weken

Na zes weken kunt u gewone activiteiten langzaam uitbreiden. U kunt ook weer activiteiten gaan doen waarbij de buikdruk hoger wordt, maar we raden u wel aan dit verstandig te doen en hierbij het smiley schema te gebruiken die u krijgt op de infobijeenkomst. Dit betekent dat u bij activiteiten als bukken en tillen uw bekkenbodemspieren aanspant en blijft doorademen. Uw bekkenfysiotherapeut kan u persoonlijke adviezen geven tijdens deze periode.

De kans dat u opnieuw bekkenbodemklachten krijgt, is groter als de ondersteuning door de bekkenbodemspieren onvoldoende is. Dit is vooral het geval bij veel hoesten en niezen en vaak te zwaar tillen. Blijf ook altijd zorgen voor een gezonde toiletgang.

Verstopping en regelmatig hard persen kunnen op den duur ook weer leiden tot een nieuwe verzakking. Wanneer u blijvend last heeft van verstopping of harde ontlasting, kunt u samen met uw arts zoeken naar een passend medicijn of ander middel om dit op te lossen of te verminderen.

Adviezen: voorkom druk op de buik

Tijdens uw herstel is het belangrijk dat u de druk op uw buik laag houdt. Dit is beter voor het beter worden van de inwendige hechtingen. Wij hebben enkele tips voor u op een rij gezet die daarbij helpen:

Uit en in bed gaan

  • Uit bed: Rol eerst rustig op uw zij.
  • Zet u af met uw handen en kom in een soepele beweging omhoog. Doe dit terwijl u op hetzelfde moment de benen uit bed laat zakken.
  • Blijf doorademen.
  • In bed: laat u zich eerst op uw zij zakken en rol daarna door naar rugligging.
  • Blijf doorademen.

Bukken/tillen

  • Plaats de voeten uit elkaar.
  • Buig de knieën en rug licht voorover, waarbij u de billen iets naar achteren steekt. Het is belangrijk dat dit soepel gaat en niet te zwaar drukt in de onderbuik.
  • Adem hierbij door of uit, zet de adem niet vast, ook niet bij het weer omhoogkomen.
  • Als u tilt, til het voorwerp dan dichtbij of tegen u aan.
  • Een andere manier van tillen kan met knielen op één knie.
  • Bij een slechtere conditie van de beenspieren en gewrichtsklachten kunt u eventueel een grijpertje gebruiken.

Hoesten/niezen

  • Hoesten en niezen verhogen de druk op de buik. U kunt de druk op de buik beter opvangen als u gaat staan. Draai daarbij de knieën iets naar buiten en duw de hielen tegen elkaar.
  • Ook kunt u het hoofd afwenden tijdens hoesten of niezen. Hierdoor kunnen uw buikspieren minder krachtig aanspannen.
  • Actief aanspannen van de bekkenbodem helpt natuurlijk nog beter!
  • U kunt beide handen onder de buik leggen, om deze te ondersteunen.
  • U kunt steun geven aan uw bekkenbodem, door op de rand van een stevige stoel te gaan zitten.

Traplopen

  • Duw uzelf vanuit uw benen omhoog en gebruik de leuning voor het evenwicht.
  • Trek uzelf liever niet aan de trapleuning omhoog, want hierbij maakt u meer gebruik van uw buikspieren. Daardoor verhoogt de druk op uw buik.

Seksualiteit

De eerste zes weken na de operatie mag u niet vrijen.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Fysiotherapie
(038) 424 23 05 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel

Fysiotherapie
(0522) 23 33 38 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

Laatst gewijzigd 9 december 2020 / 5429