Contact
  1. 7569-Tips om naaste te helpen herstellen van hersenaandoening

​Uw naaste is opgenomen op de Intensive care met een aandoening van de hersenen. Dit wordt ook wel een neurologische aandoening genoemd. In deze folder vindt u tips die u kunnen helpen bij het omgaan met uw naaste. Heeft u zelf nog vragen, stel die dan gerust. De verpleegkundigen en het team Familiebegeleiding helpen u graag.

 

Uw naaste heeft een aandoening van de hersenen. Hierdoor komen alle prikkels even sterk binnen. Prikkels zijn alle dingen die we horen, zien, voelen of ruiken. Bij een patiënt met een aandoening van de hersenen vechten alle prikkels om dezelfde aandacht. De patiënt heeft moeite met kiezen welke prikkels voor hem belangrijk zijn. Dit is erg vermoeiend.

Mensen zonder aandoening van de hersenen merken alleen de prikkels op, die op dat moment belangrijk zijn. De rest van de prikkels krijgt geen aandacht. Om te kunnen genezen is het voor uw naaste belangrijk dat er evenwicht is tussen prikkels en rust van de zintuigen.

Hieronder leest u hoe u uw naaste daarbij kunt helpen:

Zien

  • Neem vertrouwde voorwerpen mee van thuis, bijvoorbeeld foto’s. Kies het liefst foto’s waarop één persoon, één dier of één voorwerp te zien is.
  • Maak oogcontact als u met uw naaste praat.
  • Zorg dat een klok en kalender voor uw naaste op een goed zichtbare plek hangen.
  • Sluit bij fel zonlicht de gordijnen of zonwering.

Horen

  • Ga op een rustige manier met uw naaste om, probeer hem gerust te stellen.
  • Stel uzelf regelmatig voor en vertel wat u komt doen. Soms moet u steeds opnieuw vertellen wie u bent.
  • Vertel precies wat u gaat doen. Bijvoorbeeld ‘ik pak je linkerhand’, ‘ik geef je een kus op je rechterwang’. Uw naaste ziet, hoort of voelt prikkels misschien niet aankomen.
  • Praat met uw naaste en niet met elkaar. Laat één persoon tegelijk aan het woord.
  • Stel uw vragen zo dat uw naaste deze kan beantwoorden door ja te knikken of nee te schudden. Dit is beter dan te vragen in uw hand knijpen.
  • Stel uw naaste niet teveel vragen met opdrachten als ‘hoe heten de kinderen?’. Probeer zulke testvragen zoveel mogelijk te voorkomen.
  • Sluit de deur van de kamer van uw naaste om geluidsprikkels te verminderen.
  • Radio, telefoon en TV kunt u gebruiken om uw naaste te stimuleren. De verpleegkundige geeft aan wanneer uw naaste hier aan toe is. Dit mag maximaal 15 minuten.
  • Zet uw eigen telefoon op ‘stil’ en gebruik deze niet op de kamer.

Voelen

  • Gebruik bij aanraken van uw naaste een stevige druk (geen pijn). Niet aaien, dit voelt voor uw naaste onzeker.
  • Kan uw naaste niet praten, let dan goed op gezichtsuitdrukkingen en bewegingen. Vertel wat u ziet, maar geef er geen eigen betekenis aan. Bijvoorbeeld ‘ik zie een traan op je wang’, tranen betekenen niet altijd verdriet. Of ‘ik zie dat je je hoofd wegdraait’, wegdraaien betekent niet altijd geen interesse. Uw naaste zal zich hierdoor beter begrepen voelen.
  • Benader uw naaste positief. Niet: ‘Ik zie dat het pijn doet, vervelend voor je’. Wel: ‘Ik zie dat het zwaar is, maar je doet het goed’.
  • Merkt u dat uw naaste onrustig of moe wordt, gun hem dan rust. Lees bijvoorbeeld naast zijn bed een boek of verlaat de kamer.

Ruiken

  • Neem een eigen geurtje mee van thuis, denk aan deodorant, parfum of aftershave.

Rust en inspanning

  • Zorg voor een zo normaal mogelijk dag- en nachtritme. Dit betekent bijvoorbeeld de gordijnen overdag open en gordijnen ’s nachts dicht.
  • De verpleegkundige zorgt voor een goede afwisseling van rust en activiteiten, zoals verzorging, therapie en bezoek.
  • Overdag heeft uw naaste voldoende rust nodig. Rust betekent niet dat u weg moet blijven. U kunt ook een boek lezen of handwerken aan het bed van uw naaste. Rust betekent alleen dat er op dat moment geen eisen gesteld worden aan de patiënt. Dat wil zeggen: niet aanspreken, niet aanraken en stilte op de kamer.
  • Bezoek uw naaste met niet meer dan 2 bezoekers tegelijk. Ga allebei aan dezelfde kant van het bed zitten.
  • Komen er bezoekers na elkaar, zorg dan voor een rustmoment tussen de bezoeken.
  • Alleen naaste familie mag op bezoek komen.
  • Bezoek is heel fijn, maar ook vermoeiend. Uw naaste mag 4 x per dag een half uur bezoek ontvangen.
23 november 2018 / 7569

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.