Contact
  1. 7894-Leven zonder milt of met slechtwerkende milt

De milt zorgt voor een goede afweer tegen bacteriën. Leven zonder milt of met een slechtwerkende milt brengt een verhoogd kans op (levensbedreigende) infecties met zich mee. Hier leest u welke maatregelen u kunt nemen om het risico op een infectie zo klein mogelijk te maken.

De milt is een belangrijk orgaan dat zorgt voor een goede afweer tegen bacteriën. Dit doet de milt door:

  • antistoffen te maken tegen be­paalde bacteriën;
  • bacteriën en andere ziektekiemen direct uit het bloed te verwijderen.

Wat zijn de gevolgen van leven zonder milt?

Als u geen milt heeft (asplenie) of als uw milt niet goed werkt (hyposplenie) loopt u een verhoogd kans op levensbedreigende infecties. De meeste infecties krijgt u in de eerste twee jaar na het verwijderen van de milt. Maar ook daarna blijft er een verhoogde kans op ernstige infecties bestaan.

Levensbedreigende infecties worden vooral veroorzaakt door bacteriën die omgeven zijn door een kapsel. Dit zijn pneumokokken, de Haemophilus influ­enzae en meningokokken. Wordt u gebeten door een dier, dan kun u in zeldzame geval­len ook een ernstige infectie krijgen. Wanneer u in het buitenland bent geweest heeft u een verhoogde kans om malaria of babesi­ose te krijgen.

Welke maatregelen adviseren wij om infecties te voorkomen?

  1. Vaccinaties: laat u vaccineren.
  2. Neem het medicijn antibiotica wanneer u koorts heeft of zich koortsig voelt. Zorg er daarom voor dat u deze antibioticumkuur thuis heeft liggen en neem deze ook mee op reis. Soms krijgen mensen het advies van de arts twee jaar lang antibiotica te gebruiken.
  3. Zorg ervoor dat u, uw omgeving, en uw huisarts op de hoogte is dat u verhoogde kans op infecties heeft omdat u geen milt hebt.
  4. Gaat u op reis? Neem dan contact op met de GGD voor advies op reis.

 Hieronder leggen we deze maatregelen uit. 

Vaccinaties

Vaccinaties verminderen de kans op een ernstige infectie. Meestal krijgt u de verschillende vaccinaties voordat uw milt wordt verwijderd. Soms is dat niet mogelijk. Dan krijgt u ze pas daarna. De volgende vaccinaties zijn belangrijk voor u:

  • Pneumokokken-vaccins. Dit zijn twee verschillende vaccinaties. U krijgt eerst het 13-valent pneumococcenconjungaatcaccin en na twee maanden het 23-valent pneumococcenpolysacharidevaccin. Het 23-valent pneumococcenpolysacharidevaccin herhaalt u daarna iedere 5 jaar bij uw huisarts.
  • Griepprik. Deze vaccinatie kunt u ieder jaar bij uw huisarts laten doen.
  • Haemophilus influenza-vaccin. Deze vaccinatie krijgt u een keer.
  • Meningococcenvaccin (ACWY). Om de drie tot 5 jaar herhaalt u dit vaccin bij uw huisarts.
  • Meningococcen vaccin (type B).

Antibiotica

Noodvoorraad antibiotica

Nadat u mild in verwijderd of nadat uw milt minder goed is gaan werken, moet u altijd een noodvoorraad anti­biotica bij u hebben. Het antibioticum heet Amoxicilline-clavulaanzuur. Bent u overgevoelig voor penicil­line, dan krijgt u van de huisarts of behandelend specialist een recept voor een ander medicijn.

Let op
Controleer regelmatig de houdbaarheidsdatum van de antibiotica. Is de medicatie niet goed meer of niet meer lang houdbaar? Haal dan op tijd nieuwe medicijnen met een herhaalrecept van de huisarts.  

Wanneer u boven 38.5ºC koorts heeft, neemt u direct, binnen een uur, éém tablet van de noodvoorraad antibiotica in. Neem ook altijd contact op met uw huisarts of behandelend arts.  Ook bij een koortsig gevoel is het verstandig met uw arts te overleggen.

Onderhoudsantibiotica

Sommige mensen krijgen het advies de eerste twee jaar dagelijks antibiotica te gebruiken. Dit antibioticum heet Feniticilline. U neemt eenmaal daags 500 mg. Bent u overgevoelig voor penicil­line, dan krijgt u van de huisarts of behandelend specialist een recept voor een ander medicijn.

Overige antibiotica

Bent u door een hond of kat gebeten, neem dan contact op met uw huisarts of behandelend specialist. De wond moet worden schoongemaakt en u moet starten met een antibioticumkuur.

Medical alert

We raden u aan altijd een medical alert-kaart bij u te hebben waarop staat dat uw milt is verwijderd/uw milt minder goed werkt. In plaats van een medical alert-kaart kunt u ook een medaillon dragen.

Vertel ook zelf bij elk bezoek aan uw huisarts of andere arts dat u geen milt meer heeft of uw milt minder goed werkt. Dan kan de arts hier rekening mee houden.

Op reis

Gaat u op reis naar het buitenland, dan raden wij aan zo snel mogelijk contact op te nemen met de GGD. De GGD adviseert u hoe u veilig op reis kunt wanneer u verhoogde kans op infecties heeft. Met name malaria-infecties kunnen zeer ernstig zijn. Soms heeft u ook een extra meningococcenvaccin nodig.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Interne geneeskunde
(038) 424 44 79 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

29 oktober 2019 / 7894

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.