Contact
  1. 8338-Radiofrequente Ablatie (RFA) bij schildkliernodus
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

In overleg met uw behandelend arts is besloten dat u een RFA-behandeling ondergaat. U krijgt deze behandeling, omdat u een goedaardige zwelling in de schildklier heeft. Dit heet ook wel een schildkliernodus. Om u goed voor te bereiden op de behandeling is het belangrijk dat u van te voren deze folder leest. Hierin leest u alles over de behandeling en de nazorg.

Let op
Heeft u metalen apparaten in uw lichaam? Zoals een pacemaker, ICD, neurostimulator, inwendige insulinepomp of cochleair implant (gehoor implantaat)?
Meld dit van te voren bij uw arts. De behandeling kan dan niet plaatsvinden. 

Wat is een RFA-behandeling?

RFA staat voor Radiofrequente Ablatie. Dit is een behandeling waarbij een gespecialiseerd radioloog (interventie-radioloog) uw schildklier aanprikt en de cellen in uw schildklier verwarmt. U bent tijdens deze behandeling onder narcose. Door de verhitting zal de schildkliernodus langzaam verschrompelen over een periode van in totaal 6 tot 12 maanden. Het kan dus enkele weken tot maanden duren voordat u het effect van de behandeling merkt. Het uiteindelijke resultaat is na ongeveer een jaar bereikt.

Hoe kunt u zich het beste voorbereiden?

Contact met interventieradioloog

Voorafgaand aan de behandeling krijgt u een belafspraak met de interventieradioloog. Hier kunt u uw vragen stellen.

Mag u op de dag van de behandeling van te voren eten en drinken?

Nee. Omdat u tijdens de behandeling onder een vorm van narcose (anesthesie) gaat, moet u nuchter zijn op de dag van de behandeling. Dit betekent dat u op de dag zelf niet mag eten en drinken.

Gebruikt u bloedverdunners?

Als u antistollingsmedicijnen (ook wel bloedverdunners genoemd) gebruikt, bespreekt uw behandelende arts met u wanneer u deze medicijnen voor de behandeling tijdelijk moet stoppen.

Opname

Uw arts heeft u verteld dat u op de dag van de behandeling opgenomen wordt. U krijgt hierover bericht hoe laat en waar u in het ziekenhuis moet zijn. Normaal gesproken kunt u dezelfde dag weer naar huis.

Hoe gaat de behandeling?

Als u bloedverdunners gebruikt krijgt u voor de behandeling nog een bloedonderzoek.
Van de verpleging krijgt u een speciaal jasje met drukknoppen, dat u tijdens het onderzoek kunt dragen. Uw ondergoed mag u aanhouden.  Uw andere kleding moet u uitdoen. De verpleegkundige brengt u naar de afdeling Radiologie.

De behandeling

  • Op de röntgenkamer brengt de anesthesioloog en/of de anesthesiemedewerker u in slaap. De interventieradioloog voert de RFA-behandeling van de schildkliernodus uit. Dit is niet altijd dezelfde arts die u vooraf gesproken heeft.
  • Eerst krijgt u 2 grote plakkers op uw bovenbenen. Die zijn nodig zijn om de radiofrequente energie uiteindelijk via de naald toe te kunnen dienen. Daarna desinfecteren (reinigen met alcohol) wij uw huid op de plek van de schildklier.
  • U wordt toegedekt met steriele doeken en de interventieradioloog brengt een naald in de schildkliernodus. Om er zeker van te zijn dat de naald op de juiste plaats zit, gebeurt dit met behulp van een echo-apparaat.
  • Doordat het puntje van deze naald telkens even kort wordt verwarmd, gaan de cellen van de schildkliernodus kapot en zal de nodus langzaam gaan verschrompelen. Dit is een proces dat in totaal 6 tot 12 maanden duurt.
  • De radioloog verplaatst de naald telkens een stukje, totdat hij de hele nodus behandeld heeft.
  • Aan het eind van de behandeling wordt de naald verwijderd en krijgt u op de prikplek een pleister. Vervolgens maken wij u weer wakker en gaat u terug naar de uitslaapkamer.

Hoelang duurt de behandeling?

De duur van de behandeling hangt af van het aantal afwijkingen. Meestal duurt de behandeling ongeveer 20 tot maximaal 30 minuten. Soms zijn bij grote afwijkingen meerdere behandelsessies nodig.

Na de behandeling

Na de behandeling moet u nog minimaal één uur bedrust houden en krijgt u een aantal controles.

Eten en drinken

U mag, in overleg met uw arts, weer gewoon eten en drinken.

Blauwe plek

In uw hals ontstaat mogelijk een kleine blauwe plek door het aanprikken. Dat is normaal.

Pijn

Als er in uw hals geprikt is, kan dit na afloop pijnlijk zijn. Als pijnbestrijding mag u paracetamol nemen.
Advies: eerste dag standaard 4 x 1000 mg per dag nemen, daarna gaat u afbouwen op geleide van pijnklachten.

Pleister

De pleister mag u na 24 uur verwijderen.

Let op
Wij raden u aan om na te denken over vervoer terug naar huis. Omdat u narcose heeft gekregen mag u na afloop niet zelf naar huis rijden of machines bedienen.

De eerste 48 uur na de behandeling

Wij raden u aan om tot 48 uur na de behandeling rustig aan te doen, niet te sporten en niet zwaar te tillen. Zo houdt u het risico op nabloeden zo klein mogelijk. Ook het masseren van de prikplek raden wij af.

Wat zijn de risico’s en complicaties?

Tijdens de behandeling

Een behandeling met RFA gaat meestal zonder problemen. De kans op ernstige klachten is heel klein. Complicaties zijn met name pijn (dit kan enkele dagen duren), bloeduitstorting, huidverbranding van hals of bovenbeen en heesheid (meestal tijdelijk). Het risico op complicaties ligt op hooguit 3%, waarvan de helft ernstig (bloeding of permanente heesheid).

Infecties

De behandeling vindt plaats onder steriele omstandigheden. Dit betekent dat de prik voor start van de procedure ruim wordt gedesinfecteerd en dat er steriele materialen worden gebruikt. Het risico op een eventuele infectie is gemiddeld lager dan 1 procent.

Echografie

Er zijn geen schadelijke effecten bekend van het gebruik van echografie.

Welke klachten kunt u krijgen na de behandeling?

  • De eerste dagen tot weken kunt u het gevoel krijgen dat er weinig reactie is opgetreden.
  • Tot 12 maanden na de behandeling kan er afname van de grootte van de schildkliernodus optreden.
  • Het komt voor dat u de eerste weken na de behandeling pijnklachten van de kaak ondervindt of dat uw stem hees klinkt. Dit is bijna altijd tijdelijk en hoeft u zich geen zorgen om te maken.

Wanneer moet u contact opnemen?

Op de plaats van de punctie kan een bloeding of een ontsteking ontstaan. Als u in de uren/ dagen na de behandeling één van de onderstaande klachten krijgt, neemt u dan direct contact op. 

De klachten die kunnen duiden op een bloeding of ontsteking zijn:

  1. Duizelig worden of 'zich niet goed voelen'.
  2. Ernstige pijn, met name rondom de plaats van de punctie.
  3. De plaats van de punctie wordt rood, warm of erg dik.
  4. Meer dan 38,5 graden koorts

Tijdens kantooruren kunt u bellen naar de afdeling Radiologie, telefoonnummer (038) 424 28 82 en vragen naar dr. Meier of dr. Potters. 

Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met telefoonnummer. (038) 424 50 00 en vragen naar de dienstdoende interventieradioloog. Deze zal dan eventueel overleggen met de behandelende interventieradioloog en het verdere beleid bepalen.

Uitslag en nazorg

Uw endocrinoloog krijgt van de afdeling Radiologie een verslag hoe de behandeling is verlopen.

Nazorg op de polikliniek

Na ongeveer zes weken wordt er bloedonderzoek gedaan en krijgt u een telefonische afspraak met de endocrinoloog. Daarna volgt na drie, zes en twaalf maanden een poliklinische controle met bloedonderzoek en een echo van uw hals om het effect van de behandeling goed vast te leggen. Als alles naar wens verloopt, stopt de nazorg na één jaar.

Contact

Heeft u nog vragen? Dan kunt u bellen met de afdeling waar u onder behandeling bent.

Zwolle

Radiologie
(038) 424 28 82 (bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Interne geneeskunde
(038) 424 33 50 (bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

17 december 2020 / 8338