Contact
  1. 8415-Lichamelijk onderzoek bij kinderen
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Informatie voor ouders en patiënten

Uw kind heeft een afspraak met de kinderarts. Soms is het nodig dat de kinderarts het lichaam van uw kind onderzoekt. In deze folder leest u welke onderzoeken er zijn. Ook leest u wanneer lichamelijk onderzoek nodig is. De kinderarts legt altijd van tevoren uit waarom het onderzoek nodig is. Ook zegt de arts van tevoren hoe het onderzoek gaat.

Hoe bereid ik me voor?

Denkt u dat uw kind het onderzoek spannend vindt? Dan helpt het als u er thuis vast over praat. De informatie in deze folder helpt daarbij.

De kinderarts wil uw kind graag goed onderzoeken. Dan kan hij uw kind beter helpen. Soms vinden kinderen of hun ouders het onderzoek vervelend of spannend. Zeg dat dan gerust tegen de kinderarts. Dan overleggen we samen hoe we het onderzoek kunnen doen, zodat uw kind het minder vervelend vindt.

Welke onderzoeken zijn er?

Onderzoek van het hart, de longen en de buik

Waarom doet de arts dit onderzoek?
Dit onderzoek doet de arts bijna altijd. Dan weet hij hoe het met uw kind gaat.

Hoe gaat het onderzoek?
De arts luistert en voelt.

Wat moet ik of mijn kind doen?
Meestal vraagt de arts aan uw kind om zich uit te kleden. Het ondergoed mag aanblijven.

Ook vraagt de arts meestal aan uw kind om te gaan liggen op de onderzoeksbank. Soms kan uw kind zitten of blijven staan. Een jong kind kan vaak ook op schoot bij de ouder blijven zitten.

Onderzoek van huid en afweerklieren (lymfeklieren) in hals, oksels en liezen

Waarom doet de arts dit onderzoek?
Dit onderzoek doet de arts meestal als uw kind last heeft van de huid of de afweerklieren. Of als uw kind vaak infecties heeft.

Hoe gaat het onderzoek?
De arts bekijkt en voelt de huid. De afweerklieren voelt de arts in de hals, oksels en liezen.

Wat moet ik of mijn kind doen?
Meestal vraagt de arts aan uw kind om zich uit te kleden. Het ondergoed mag aanblijven.

Ook vraagt de arts meestal aan uw kind om te gaan liggen op de onderzoeksbank. Soms kan uw kind zitten of blijven staan. Een jong kind kan vaak ook op schoot bij de ouder blijven zitten.

Onderzoek van keel en oren

Waarom doet de arts dit onderzoek?
De arts doet dit onderzoek als uw kind last heeft van keel, neus of oren.

Hoe gaat het onderzoek?
De arts schijnt met een lampje in het oor. De arts gebruikt een spatel om in de keel te kijken. Een spatel is een plat houten staafje.

Wat moet ik of mijn kind doen?
Jonge kinderen vinden dit vaak vervelend. Het helpt als uw kind bij u op schoot zit. Dan kunt u het hoofd vasthouden.

Onderzoek van vagina, penis of zaadballen

Waarom doet de arts dit onderzoek?
De kinderarts kan dit onderzoek doen als:

  • Uw kind last heeft van de vagina, penis of zaadballen.
  • Uw kind last heeft van het plassen, de nieren of de blaas.
  • Uw kind vroeg of laat in de puberteit komt.
  • Uw kind langzaam of snel groeit in lengte. Groei in de lengte en puberteit hebben namelijk met elkaar te maken.

Hoe gaat het onderzoek?
Bij jongens kijkt de arts naar de penis en de zaadballen. Soms moet de arts ook voelen hoe groot de zaadballen zijn. Daarbij vergelijkt de arts de grootte van de zaadbal met de grootte van kralen aan een ketting. 

Bij meisjes kijkt de arts naar het gebied rond de vagina. Soms moet de arts ook de borsten voelen. De kinderarts doet nooit onderzoek ín de vagina.

Wat moet ik of mijn kind doen?
Uw kind doet het ondergoed omlaag of uit.

Onderzoek van de anus (poepgat)

Waarom doet de arts dit onderzoek?
De arts kan dit onderzoek doen als uw kind buikpijn heeft of problemen heeft bij het poepen.

Hoe gaat het onderzoek?
De arts bekijkt de anus. Soms voelt de arts met zijn vinger aan de binnenkant van de anus. Dan voelt hij een stukje van de darm.

Wat moet ik of mijn kind doen?
Uw kind doet de onderbroek een stukje omlaag of uit.

Soms volgt na het eerste onderzoek nog een onderzoek. Dan weet de kinderarts nog niet genoeg om uw kind goed te helpen. Hij legt u en uw kind altijd uit waarom meer onderzoek nodig is. U of uw kind mogen het altijd zeggen als het spannend of vervelend is. Samen kijken we hoe we het onderzoek het beste kunnen doen.

Contact

Heeft u nog vragen? Bel dan gerust de kinderarts via het secretariaat van Kindergeneeskunde:

Zwolle

Kindergeneeskunde
(038) 424 50 50 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Laatst gewijzigd 1 september 2021 / 8415