Contact
  1. 'Een groot hart voor kinderen'
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

ANDERE TIJDEN | In maart is het zover. Dan nemen wij het nieuwe ziekenhuis in Meppel in gebruik. Alle reden om met diverse Meppelaars terug te kijken. Deze keer oud-kinderverpleegkundige Janny van den Belt.

Janny van den Belt, voormalig kinderverpleegkundige en operationeel leidinggevende Isala Diaconessenhuis Meppel

Janny van den Belt, voormalig kinderverpleegkundige en operationeel leidinggevende: 'Ik was én ben een blij mens.’

In 1975 begint de 17-jarige Janny van den Belt aan de A-opleiding in het Diaconessenhuis. Precies 46 jaar later zwaait de kinderverpleegkundige in hart en nieren af. ‘Ik heb een fantastische tijd gehad’, blikt Janny terug. ‘Dat is te danken aan de saamhorigheid en collegialiteit, binnen ons team stonden we altijd voor elkaar klaar. Ik was én ben een blij mens.’

De ziekenhuiszorg zag er een halve eeuw geleden nog heel anders uit. De hiërarchie was groot; de arts en hoofdzuster liepen samen visite, van de verpleegkundige werd geen inbreng verwacht. Toch droeg Janny gedurende haar opleiding al veel verantwoordelijkheid tijdens de avond- en nachtdiensten. Dat was bij tijd en wijle best pittig, zeker als het ging om ernstig zieke patiënten. Janny ervoer destijds veel steun van de andere leerling-verpleegkundigen. ‘In het zusterhuis konden we na de dienst onze ervaringen delen, dat voelde als een steun in de rug.’

Schrobmachine

Toen Janny tijdens haar opleiding kennismaakte met de kinderafdeling was ze meteen verk(n)ocht. ‘Kinderen zijn heel eerlijk, oprecht en onbevangen.’ Toen een medewerker van de huishouding eens met een grote schrobmachine de kinderafdeling opreed, riep een jongetje uit: ‘Dat is vast de directeur van het ziekenhuis’, lacht ze. Het werk van een kinderverpleegkundige kent natuurlijk ook minder prettige momenten. ‘Soms waren kinderen heel bang voor een onderzoek of ingreep’, verhaalt de oud-kinderverpleegkundige. Dan las ze een boekje voor of troostte het kind. ‘Daar bestaat geen handleiding voor, dat deed ik op gevoel.’
Ze herinnert zich ook kinderen die het ondanks alle goede zorg niet redden. ‘Dat was verreweg het moeilijkste aspect van mijn werk’, verzekert Janny. ‘Maar als ik wist dat wij qua zorg alles hadden gegeven, dan kon ik dat met mijn team vaak wel een plek geven.’

Achter glas

In die 46 jaar heeft Janny talloze veranderingen meegemaakt. De belangrijkste ontwikkeling is de toegenomen rol van ouders. In Janny’s begintijd waren zij bijvoorbeeld niet welkom op de babykamer. ‘Tijdens het bezoekuur ‘showden’ wij hun couveusekindje terwijl zij achter glas moesten toekijken. Dat kun je je anno 2021 niet meer voorstellen.’ Tegenwoordig kunnen ouders vanaf de geboorte 24 uur per dag bij hun kind blijven. ‘Een kind is namelijk gebaat bij een vertrouwd persoon in de buurt.’
Verder is er tegenwoordig veel meer oog voor het comfortniveau van zieke kinderen. ‘Vroeger was er weinig aandacht voor de stress-, angst- en pijnbeleving van een kind. Met de kennis van nu was dat natuurlijk waanzin.’ De laatste decennia is die visie 180 graden gedraaid. ‘Tegenwoordig staat observeren en het herkennen van pijn- en stresssignalen centraal. Ook bij pasgeborenen worden pijnmetingen verricht.’

Speelkwartier

Soms gaf Janny haar eigen invulling aan het strenge regime op de kinderafdeling. ‘Dan gaf ik een kind stiekem een fopspeen als het daar behoefte aan had.’ Ook het voorgeschreven speelkwartier liep soms (fors) uit. Wat volgens haar níét veranderde, is het belang van rust, reinheid en regelmaat. ‘Dat zijn nog steeds nuttige waarden, mits je die niet te star toepast.’
Vanwege de toenemende kwaliteitseisen verhuisde de kinderafdeling van het Diaconessenhuis in 2015 naar Isala. ‘Dat deed best een beetje pijn’, bekent Janny, die destijds teameider was. ‘Ik kon erin blijven hangen of ik ging er iets van maken.’ Ze koos voor het laatste en werkte de laatste zes jaar van haar loopbaan in Zwolle. ‘Dat was best even wennen, maar ik heb daar nog heel mooie jaren gehad.’
Als ze terugdenkt aan haar werk als kinderverpleegkundige en aan ‘haar’ Diaconessenhuis, krijgt ze meteen een glimlach op haar gezicht. Naast Janny’s dierbare herinneringen heeft het Diac haar nóg iets moois opgeleverd. ‘Toen ik met de A-opleiding startte, ontmoette ik Coba Mol. We zijn goede vriendinnen geworden en we hebben samen lief en leed gedeeld. Mijn vriendschap met Coba is zeer waardevol.’

Gerelateerd nieuws