Contact
  1. 'Het Diac speelde een cruciale rol in mijn leven'
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

ANDERE TIJDEN | In maart is het zover. Dan nemen wij het nieuwe ziekenhuis in Meppel in gebruik. Alle reden om met diverse Meppelaars terug te kijken. Deze keer Roelof Moes, verschillende keren patiënt en later huisarts in het naburige Nijeveen.

Roelof Moes, verschillende keren patiënt Diaconessenhuis Meppel en later huisarts in het naburige Nijeveen

Roelof Moes (71), verschillende keren patiënt in het Diaconessenhuis: ‘Tijdens het visite lopen werd de chirurg vergezeld door zijn zoon die coassistent was. Toen ik hen samen zag overleggen, wist ik het zeker: ik wilde ook mensen beter maken.’

Het Diaconessenhuis heeft een allesbepalende rol gespeeld in het leven van Roelof Moes (71) uit Nijeveen. Hij kwam daar tot het besef dat hij later dokter wilde worden en tijdens zijn studie geneeskunde ontmoette hij zijn huidige vrouw. En dankzij zijn inzet als arts-assistent in Meppel werd hij uiteindelijk huisarts in Nijeveen. O ja, jaren later werd hij in het Diac ook nog enkele keren gereanimeerd. 

Roelof was nog een ukkie toen hij kennismaakte met het Diaconessenhuis. ‘Als peuter moesten mijn amandelen eruit, zelf heb ik daar geen herinnering aan’. Op 10-jarige leeftijd ging hij door zijn enkel en werd hij onderzocht door een chirurg. ‘Zijn witte jas zat onder het bloed, dat zal ik nooit vergeten.’ 

Brommer

In 1967 volgde wederom een ongepland bezoek aan het Diaconessenhuis. Roelof was zeventien jaar toen hij op zijn brommer werd geschept door een motorrijder en letterlijk in de goot belandde. Zijn onoplettendheid werd bestraft met een gebroken been, dat hem zes weken aan het ziekenhuisbed kluisterde. Beide botdelen werden met een metalen draad in positie gehouden. ‘Daardoor moest ik al die tijd op mijn rug blijven liggen.’ Wat hij zich nog van die opname herinnert, zijn de strakke hiërarchie én orthodoxe maatregelen. ‘Toen de hoofdzuster een verpleegkundige betrapte toen zij stiekem een sigaretje rookte, gaf ze haar een klap in haar gezicht. Ik had echt met haar te doen.’

Ook weet Roelof nog dat hij na enige tijd aan de chirurg vroeg wanneer hij weer naar huis mocht. De arts antwoordde veelzeggend: ‘Ach jongen, wat is nou een jaar op een mensenleven?’ Zijn opname was echter niet alleen een eindeloze beproeving. ‘De sfeer was prima, in het ziekenhuis was het gezelliger dan thuis’, memoreert hij lachend. Bovendien leerde hij op een avond een belangrijke les. ‘De chirurg werd tijdens zijn visite vergezeld door zijn zoon die coassistent was. Toen ik hen samen zag overleggen, wist ik het zeker: ik wilde ook mensen beter maken.’

Pasgeboren zoontje

Zo gezegd, zo gedaan. Roelof ging geneeskunde studeren en doorliep de huisartsenopleiding. Vervolgens ging hij in het Diaconessenhuis aan de slag als arts-assistent om praktijkervaring op te doen. In die zin werd hij op zijn wenken bediend: tijdens de avond- en nachtdiensten begeleidde hij bevallingen en behandelde hij gehavende verkeersslachtoffers. Roelof ontfermde zich overigens niet alleen over onbekende patiënten: ook zijn ernstig zieke vader en pasgeboren zoontje lagen destijds in ‘zijn’ ziekenhuis. ‘Mijn assistentschap was een zeer intensieve en ook pittige periode, maar ik heb vooral enorm veel geleerd. Daar heb ik de rest van mijn werkzame leven profijt van gehad.’

Mede dankzij zijn toewijding kon Roelof zich vestigen als huisarts in het naburige Nijeveen. ‘De specialisten van het Diaconessenhuis hadden een goed woordje voor me gedaan.’ Daar dokterde hij tientallen jaren met veel plezier, in zijn vrije tijd zocht (en zoekt) hij ontspanning bij zijn schapen en (later) koeien. ‘Een pak stro uitschudden is heel rustgevend’, verzekert de hobbyboer.

Noodlot

Jarenlang lachte het leven Roelof toe totdat in 2011 het noodlot toesloeg. Toen hij aan de keukentafel zat, ging bij hem plotseling het licht uit. Zijn vrouw bracht hem naar het Diac waar zijn hart opnieuw tot stilstand kwam. Na enkele reanimaties werd hij overgebracht naar Zwolle waar hij een pacemaker en een inwendige defibrillator kreeg. Toch was dit voorval geen enkele reden om zijn stethoscoop en racefiets aan de wilgen te hangen. ‘Als ik niet meer mag werken en sporten, wat blijft er dan nog over?’, reageerde hij destijds. Pas in 2017 nam hij beroepsmatig gas terug, maar stilzitten is niet aan hem besteed. Begin november voltooide hij de halve marathon op Terschelling en de volgende editie staat al in zijn agenda. De geraniums kunnen nog wel even wachten…

Andere verhalen

Lees ook de verhalen van andere Meppelaars: 

Gerelateerd nieuws