Contact
  1. 8277-Operatie pijn SI-gewricht
Coronavirus (COVID-19) Hier vindt u belangrijke informatie over uw afspraak, onderzoek of behandeling.

Het sacro-iliacale gewricht (SI-gewricht) bevindt zich in het bekken. Net als alle andere gewrichten in het lichaam kan het SI-gewricht geblesseerd raken en/of verslijten. Wanneer dat gebeurt, kan er pijn ontstaan in de bil en soms in de lage rug en benen. Eén van de behandelmethoden bij pijn in het SI-gewricht is een fusie van het SI-gewricht met het iFuse-implantaatsysteem®. Hier leest u meer over de operatie en hoe u zich kunt voorbereiden.

Over het SI-gewricht

Het sacro-iliacale gewricht (SI-gewricht) bevindt zich in het bekken. Het verbindt de iliacale botten (het bekken) met het sacrum, ofwel heiligbeen (onderste gedeelte van de ruggenwervel boven het stuitbeen). Het is een belangrijk onderdeel voor de opvang van schokken om te voorkomen dat deze tijdens het lopen de ruggenwervels bereiken.

Symptomen bij SI-gewrichtsklachten

  • lage rugpijn;
  • gevoel in de onderste ledematen: pijn, dof gevoel, tintelingen, zwakte;
  • pijn in bekken en/of bil;
  • heup- en liespijn;
  • gevoel van instabiliteit in het been (wankelen, inzakken);
  • verstoord slaappatroon;
  • verstoord zitpatroon (niet langer kunnen zitten, op één kant zitten);
  • pijn bij het opstaan na het zitten.

Het komt vaak voor dat pijn van het SI-gewricht voelt als pijn in de tussenwervelschijven of als lage rugpijn. Daarom moeten aandoeningen van het SI-gewricht altijd worden overwogen bij de diagnose van lage rugpijn.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Door verschillende tests die tijdens lichamelijk onderzoek worden uitgevoerd, stellen wij vast of het SI-gewricht een bron van uw klachten is. Daarnaast kunnen röntgenfoto’s, CT-scans en/of MRI-scans nuttig zijn bij de diagnose.

Ook moet u zich realiseren dat er naast aandoeningen van het SI-gewricht ook andere problemen (zoals met een tussenwervelschijf) kunnen zijn.

Behandelingen

SI-gewrichtsklachten kunnen op verschillende manieren worden behandeld. Sommige patiënten reageren goed op lichaamsgerichte therapie, het gebruik van orale medicatie en injectietherapie. Ook door afwisselend een bekkenband te dragen, kunnen symptomen worden verlicht.
U leest meer over behandelingen bij pijn in het SI-gewricht op de website van het Pijncentrum van Isala.

Operatie

Als niet-chirurgische behandelmogelijkheden voor u onvoldoende verlichting bieden, kan uw chirurg andere opties overwegen, waaronder minimaal invasieve chirurgie. Deze ingreep noemen wij een fusie van het SI-gewricht met het iFuse-implantaatsysteem®.

Bij deze ingreep plaatst de chirurg drie titanium implantaten in het SI-gewricht. Deze implantaten moeten het SI-gewricht stabiliseren en fuseren. De operatie wordt uitgevoerd via een kleine snede en duurt ongeveer een uur.

Complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s op complicaties. Daarom zal de chirurg eerst met u de niet-chirurgische behandelmogelijkheden proberen. Er is een kleine kans op complicaties zoals een bloeding, nabloeding, wondinfectie, abces, trombose, longembolie, zenuwbeschadiging of longontsteking. Als de pijn in het SI-gewricht duidelijk minder wordt, kan het ook zo zijn dat pijn hogerop in de rug wat meer opspeelt.

Voorbereiding

Preoperatief onderzoek

Voor de operatie heeft u een afspraak op de afdeling Preoperatief onderzoek. Om u goed voor te bereiden op de operatie vult u een vragenlijst in en heeft u een gesprek met de apothekersassistente (als u medicijnen gebruikt), de anesthesioloog en de verpleegkundige. U spreekt hen alle drie apart. De anesthesioloog geeft u uitleg over de vorm van anesthesie die tijdens de operatie gebruikt wordt. Ook krijgt u uitleg over de pijnbestrijding. De totale afspraak duurt ongeveer een uur.

Planning

Ongeveer een week vóór de operatie krijgt u een brief met informatie en tijden waar en hoe laat u zich moet melden in het ziekenhuis.

Dag van opname en operatie

Melden

Op de dag van uw opname meldt u zich bij de receptie bij de hoofdingang. U wordt vanaf de receptie naar de verpleegafdeling gebracht. Op de verpleegafdeling heeft u een gesprek met een verpleegkundige over de gang van zaken tijdens uw opname.

Naar de operatiekamer

Als u aan de beurt bent, wordt u in uw bed naar de operatiekamer gereden. Daar ziet u de anesthesioloog, de anesthesiemedewerker en de chirurg die u gaat opereren.

U krijgt een injectie om trombose te voorkomen. U krijgt ook een zetpil tegen de pijn. Na de voorbereidende handelingen brengt de anesthesioloog u onder narcose.

Na de operatie

Na enkele uren op de verkoeverkamer gaat u weer terug naar de verpleegafdeling. De dag na de operatie wordt een CT-scan gemaakt van het bekken om de positie van de drie implantaten na te kijken. De dag na de operatie gaat u ook naar huis.

Misselijkheid

Misselijkheid komt vaak voor na een operatie onder narcose. Dit is niet altijd te voorkomen, maar kan meestal goed worden behandeld met medicijnen. U kunt bij de verpleegkundige vragen om medicijnen.

Pijnbestrijding

Vlak na de operatie krijgt u op vaste tijden paracetamol of diclofenac. Het geven van deze pijnstillers op vaste tijden heeft een continu pijnstillend effect. (U krijgt geen diclofenac als u hiervoor overgevoelig bent of als u nierproblemen heeft.) De anesthesioloog schrijft eventueel extra pijnstillers voor. Deze krijgt u dan naast de pijnstillers die u op vaste tijden krijgt.

Wondjes

Na de operatie is de wond nog gevoelig en dit zal enige dagen zo blijven.

Weer naar huis

Als u een nacht moet blijven en er geen onverwachte problemen zijn, dan mag u de volgende dag rond 10.00 uur naar huis. De verpleegkundige zal een zogenoemd ontslaggesprek met u voeren.

Controle

Na zes weken volgt een telefonische afspraak met u. Als het dan goed gaat wordt er 12 maanden na de operatie een CT-scan van het bekken gepland en een polibezoek. U hoeft dus niet vaak op controle te komen.

Ontslaginformatie

U onderging een chirurgische ingreep. Hier vindt u adviezen voor thuis die u helpen om goed van de operatie te herstellen. Een verpleegkundige kruist tijdens een persoonlijk gesprek aan welke adviezen voor u belangrijk zijn. Ook krijgt u een brief mee voor uw huisarts.

Wondverzorging

  • U mag na 24 uur douchen. Let erop dat u kort doucht en niet te warm.
  • Na het douchen kunt u het wondgebied voorzichtig droogdeppen.
  • De hechtpleisters mag u laten zitten totdat deze loslaten.
  • U mag niet in bad, zwemmen en/of in een sauna, zolang de hechtingen aanwezig zijn.
  • U heeft oplosbare hechtingen. Er hoeven geen hechtingen verwijderd te worden door de huisarts.
  • U kunt de aangebrachte pleister na 24 uur zo nodig vervangen door een schone pleister. Zodra de wond droog is, hoeft er geen pleister meer op de wond.
  • Houd rekening met een blauwe verkleuring en eventuele lichte zwelling in het wondgebied.

Pijnbestrijding

  • Paracetamol: 4x daags 1000 mg op vaste tijden (7-12-17-22) innemen. Zodra u geen pijn meer heeft, mag u de paracetamol stoppen.
  • Bij onvoldoende effect: paracetamol 1000 mg combineren met 1 tablet ibuprofen à 400 mg (maximaal 4 x daags). Deze combinatie mag u maximaal drie dagen gebruiken. Ibuprofen mag niet in combinatie met diclofenac (Voltaren) of Arcoxia.
  • Volgens voorgeschreven recept.
  • Eigen pijnmedicatie.

Bloedverdunnende medicatie

U kunt uw bloedverdunnende medicatie herstarten volgens voorschrift specialist / trombosedienst op (datum):



Voeding

  • Er zijn geen specifieke beperkingen.
  • Zorg ervoor dat u vezelrijke producten eet.
  • U kunt de richtlijnen volgen zoals omschreven op toegevoegde lijst.

Bewegen en leefregels

  • Er zijn in principe geen beperkingen.
  • U kunt inspanningen verrichten op geleide van pijn.
  • Voor een goede wondgenezing kunt u het beste het operatiegebied ontzien.

Complicaties

In de onderstaande gevallen dient u contact op te nemen:

  • bij een nabloeding;
  • bij koorts boven 38,5º Celsius;
  • bij hevige, abnormale pijn;
  • bij roodheid van de wond;
  • bij irritatie van de wond;
  • bij een zwelling van de wond;
  • als u het niet vertrouwt.

Controle

  • Voor een controleafspraak mag u bellen met de afdeling Traumachirurgie (zie alinea 'Contact').
  • De (telefonische) controleafspraak is bijgevoegd.
  • U krijgt de uitnodiging voor een controleafspraak thuisgestuurd.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle en Meppel

Traumachirurgie
(038) 424 62 85 (bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)
(038) 424 50 00 (buiten kantooruren)

De specialist blijft uw hoofdbehandelaar (en eerste aanspreekpunt) tot en met tien dagen na uw ontslag. Na deze tien dagen is de huisarts uw eerste aanspreekpunt, tenzij de specialist anders met u heeft afgesproken.

30 april 2020 / 8277