Contact
  1. 7283-Amputatie: postoperatieve zorg

Postoperatieve zorg is de zorg direct na de amputatie. Op het gebied van revalidatie na een amputatie werkt Isala nauw samen met revalidatiecentrum Vogellanden in Zwolle.

Deze behandeling vindt alleen plaats in Zwolle.

Beenamputaties kunnen op zes niveaus uitgevoerd worden. De amputatie kan gaan door:

  • voet;
  • onderbeen;
  • knie (knie-exarticulatie);
  • bovenbeen;
  • heup (heupexarticulatie);
  • bekken (hemipelvectomie).

De drie meest voorkomende amputatieniveaus zijn de onderbeenamputatie, de knie-exarticulatie en de bovenbeenamputatie. De basisprincipes voor de behandeling na de operatie is bij alle amputaties bijna hetzelfde.

Waaruit bestaat de direct postoperatieve zorg?

Tijdens uw ziekenhuisopname is de zorg direct na de amputatie vooral gericht op:

  • verzorging van de operatiewond en de stomp;
  • beperken en verminderen van de zwelling van de stomp;
  • behandeling van stomp-, wond- en/of fantoompijn;
  • 'harden' van de huid ten behoeve van het dragen van een prothese;
  • trainen van de spieren en gewrichten.

Verzorging van de operatiewond en de stomp

Na de amputatie is op de stomp een wond zichtbaar. Deze wond is gehecht met hechtdraad of met nieten die over het algemeen twee tot drie weken moeten blijven zitten. Het hechtmateriaal wordt uiteindelijk verwijderd in opdracht van de (vaat-)chirurg of de (revalidatie-)arts.

Een aantal factoren kan de wondgenezing negatief beïnvloeden:

  • infectie van de stomp;
  • doorbloedingsstoornissen;
  • ontregelde diabetes mellitus;
  • slechte voedingstoestand (verminderde inname van eiwitten en calorieën);
  • spanningen of stress;
  • roken.

Uiteraard streven we ernaar om deze factoren zo goed mogelijk te behandelen of te voorkomen. Hier wordt al voor de operatie aandacht aan besteed. Er is nog een aantal aandachtspunten voor de stompverzorging. Zo is het belangrijk om het litteken soepel te houden. Ook moeten drukplekken voorkomen worden. Dit kan door het gebruik van compressiemiddelen en door de stomp steeds meer te belasten. Tevens is het belangrijk om overmatige transpiratie te verminderen, door de stomp in het begin regelmatig te wassen met koud water en pH-neutrale zeep. Ook is het belangrijk dat u de stomp regelmatig aan de droge lucht bloot stelt.

Beperken en verminderen van de zwelling van de stomp

De gevolgen van een operatie zijn te vergelijken met de lichamelijke reacties na een letsel. Eén van die reacties is een zwelling in het operatiegebied. Die zwelling kan een vertragende factor zijn voor de wondgenezing. Ook is de zwelling in de stomp nadelig voor het aanmeten van een goed passende prothese. Er is een aantal middelen die kunnen helpen de zwelling in de stomp te verminderen. U kunt gebruik maken van zwachtels, elastische compressiekousen, liners of (semi-)gipskokers. Als de wond het toelaat, krijgt u in de beginfase een compressiekous voor de nacht voorgeschreven. Ook het zo snel mogelijk weer actief zijn, heeft een positief effect op de afname van de zwelling. Dit doet u bijvoorbeeld door het doen van oefeningen.

Stomp -, wond-, en/of fantoompijn

De arts beoordeelt bij pijnklachten eerst wat de oorzaak van de pijn is. Aan de hand daarvan wordt de pijn behandeld. Meestal is dat met medicatie, zoals ontstekingsremmers of pijnmedicatie. Soms kan een injectie in de stomp nodig zijn. Andere vormen van pijnbehandeling zijn koude pakkingen, elektrotherapie en spiegeltherapie. 

Harden van de huid als voorbereiding op het dragen van een prothese

De huid van de stomp moet bestand zijn tegen de krachten van de prothesekoker. Oefeningen ter voorbereiding op het dragen van de prothesekoker noemen we stompharding. Dit kan op een aantal manieren:

  • afsteunen;
  • wisselbaden toepassen;
  • massage.

Oefenen van de spieren en de gewrichten

Het is van belang dat u in het ziekenhuis zo snel mogelijk begint met actieve oefentherapie. Daarmee kunt u al beginnen wanneer u nog in bed moet blijven of als u in de rolstoel zit. U krijgt oefeningen voor de beide benen, de romp en de armen. De oefeningen zijn gericht op het verbeteren van de spierkracht, de lenigheid en de coördinatie en het verminderen van de zwelling. Door het actief oefenen, verkleint u de kans op een trombose. Als u kunt staan, kunt u de oefeningen uitbreiden met balans- en loopoefeningen. Ook leert u hoe u zich zo gemakkelijk en veilig mogelijk kunt verplaatsen van bed naar de (rol-)stoel en van de rolstoel naar bijvoorbeeld het toilet. Meestal gebruikt u daarbij een hulpmiddel, bijvoorbeeld een looprekje, een rollator of krukken. De keuze van het hulpmiddel hangt af van uw vaardigheden. Als de stomphuid en de stompwond het toelaten kunt u gaan oefenen met een tijdelijke prothese. In sommige situaties wordt er direct na de amputatie een 'gipsstelt' aangelegd. De keuze daarvan is afhankelijk van het beleid dat de revalidatiearts of de chirurg bepaalt.

Als uw gezondheid het toelaat, gaat u na uw verblijf in het ziekenhuis naar Vogellanden. Daar wordt de oefentherapie verder uitgebreid. U leert ook traplopen en zo nodig krijgt u valtraining. 

De rol van de revalidatiearts

De revalidatiearts is eindverantwoordelijk voor het revalidatieproces. Hij of zij coördineert de medische begeleiding tussen de specialisten in het ziekenhuis, de paramedici en de instrumentenmakerij.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

Revalidatiegeneeskunde
(038) 424 56 48 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak. 

23 november 2018 / 7283

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.