ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Een heupfractuur

Ziekenhuisopname bij een gebroken heup

Een operatie van een heupfractuur (gebroken heup) wordt beschouwd als een spoedoperatie, maar er is meestal geen sprake van een levensbedreigende situatie. De eerste zorg van de artsen en verpleegkundigen is de pijn te verlichten en de patiënt voor te bereiden op een eventuele operatie.

De spoedopname van de meeste patiënten met een heupfractuur vindt plaats via Spoedeisende Hulp. Misschien bent u ook gevallen en heeft daarbij een heup gebroken. Hier vindt u informatie wat u tijdens de ziekenhuisopname kunt verwachten.

De informatie is een aanvulling op het gesprek dat u heeft met de arts en verpleegkundigen. Het is raadzaam dat ook uw familie en/of naasten deze informatie leest, zeker als u niet direct staat bent om bij opname alles zelf te lezen.

Spoedopname en operatie

In principe wordt u als u een heupfractuur heeft binnen 24 uur geopereerd, tenzij het noodzakelijk is om meer onderzoeken te doen en/of andere artsen te raadplegen. Meestal is er geen sprake van een levensbedreigende situatie.

Daarom zal de operatie weliswaar zo snel mogelijk plaatsvinden, maar moet daarbij ook gekeken worden naar de praktische mogelijkheden zoals andere spoedoperaties, beschikbaarheid van operatiepersoneel en dergelijke. Wanneer er sprake is van een levensbedreigende situatie, dan vindt natuurlijk direct een operatie plaats.

Wat is een heupfractuur?

De heup bevindt zich op de plaats waar het bovenbeen en bekken bij elkaar komen. Een heupfractuur is een breuk in het bovenbeen (dijbeen) vlak bij het heupgewricht. Bij een heupfractuur is de plaats waar de breuk is opgetreden in het bovenbeen van belang voor de toe te passen operatietechniek.

 
Afbeelding 1: heupfractuur

 

Er zijn vier typen heupfracturen (zie de afbeeldingen a tot en met d), maar een fractuur kan nog ingewikkelder zijn als er sprake is van meerdere botfragmenten.

Afbeeldingen soorten heupfracturen

A. Mediale collum fractuur
 
Afbeelding 2: mediale collum fractuur

 
B. Laterale collum fractuur
 
Afbeelding 3: laterale collum fractuur
 
C. Pertrochantere fractuur
 
Afbeelding 4: pertrochantere fractuur


D. Subtrochantere fractuur
 
Afbeelding 5: subtrochantere fractuur

Vóór de operatie valt niet goed in te schatten hoe lang de totale herstelperiode gaat duren en hoe goed u herstelt. Dit is mede afhankelijk van uw leeftijd en conditie. Een grote groep patiënten met een heupfractuur herstelt goed, maar bij een kwart treden problemen op. Hierover kunt u meer lezen in het hoofdstuk ’Risico’s na de operatie’.

Voorbereiding

Op de Spoedeisende Hulp komt u op een speciale matras te liggen om doorliggen te voorkomen. Als voorbereiding op de operatie wordt een röntgenfoto van uw de heup gemaakt. Ook vindt onderzoek plaats van uw bloed, hartfunctie en urine.

Van de Spoedeisende Hulp wordt u naar de afdeling Traumatologie (ongevalschirurgie). De verpleegkundige vraagt u om gegevens van een contactpersoon, uw woonomstandigheden, medische voorgeschiedenis, uw medicijngebruik, en in welke mate u tot voor uw val zelfstandig functioneerde.

Daarnaast vinden de volgende voorbereidingen plaats:

  • U krijgt een infuus, om u van voldoende vocht te voorzien;
  • U moet nuchter blijven;
  • U krijgt een operatiejasje aan;
  • Uw bril, gebitsprothese, sieraden, pruik en eigen kleding mogen niet mee naar de operatiekamer. Make­up en nagellak moet u verwijderen;
  • Uw eventuele gehoorapparaat kunt u inhouden, zodat u kunt reageren als u wordt aangesproken;
  • Uw temperatuur, bloeddruk en hartslag worden opgenomen.

Wat heeft u nodig?

Uw familie wordt verzocht nachtkleding, gesloten schoenen en toiletartikelen mee te brengen. Een lange schoenlepel is ook handig. Ook wordt uw familie verzocht een lijstje door te geven van de medicijnen die u gebruikt, plus die medicijnen te laten meebrengen, in ieder geval voor de eerste 24 uur.

Operatie

Afhankelijk van de soort breuk kiest de orthopeed of chirurg voor een bepaalde operatietechniek. Hierbij houdt hij/zij onder andere rekening met de botkwaliteit, de mogelijkheden voor een goede revalidatie, de plaats van de breuk en de complexiteit van de breuk. De mogelijkheden hiervoor zijn:

  • dynamische heupschroef (DHS)
  • kop­halsprothese
  • gamma­nail
  • gecanuleerde schroeven

Anesthesie (verdoving)

De operatie gebeurt onder spinale verdoving (ruggenprik) of onder volledige anesthesie (narcose). Bij een spinale verdoving wordt het onderste deel van uw lichaam gevoelloos gemaakt door middel van een ruggenprik. U kunt eventueel in overleg met de anesthesioloog bij de ingreep slapen.

Bij volledige verdoving wordt u in een diepe slaap gebracht en beademd. Welke vorm van anesthesie u krijgt, is afhankelijk van wat u zelf wilt en wat de anesthesioloog het verstandigst vindt. Dit wordt uiteraard met u besproken.

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de recovery (uitslaapkamer) gebracht. U gaat weer terug naar de verpleegafdeling als u goed aanspreekbaar bent, de verdoving is weggetrokken en uw lichaamsfuncties stabiel zijn.

Terug op de verpleegafdeling kunt u zien dat er van alles met u is gebeurd:

  • U heeft een pleister op de heup (of een drukverband als er een grotere kans is op nabloeden;
  • Uit de wond kunnen één of meerdere slangetjes (drains) komen, waardoor overtollig wondvocht wordt afgezogen;
  • U heeft eventueel een blaaskatheter;
  • U heeft een infuus. Dit zorgt ervoor dat u voldoende vocht binnen krijgt. Het infuus is er ook om antibiotica toe te dienen als dat nodig is.

Pijnbestrijding

De anesthesioloog heeft pijnstillers voorgeschreven die u op vastgestelde tijden door de verpleegkundige krijgt toegediend. Als u tussendoor veel pijn heeft, kunt u dat aan de verpleegkundige doorgeven. Hij/zij vraagt de arts dan om extra pijnstilling af te spreken. De verpleging vraagt u regelmatig of u een cijfer kunt geven aan de pijn. Score 0 is geen pijn en 10 is heel veel pijn. Afhankelijk van het cijfer dat u geeft, wordt extra actie ondernomen.

Overige zorg na de operatie

Op een van de eerste dagen na de operatie maakt de afdeling Radiologie op de röntgenafdeling nog een controlefoto van uw heup. Ook wordt er twee maal gedurende uw opname (en zo nodig vaker) bloed geprikt om te kijken of het ijzergehalte in uw bloed op peil is.

Dagelijks krijgt u een bloedverdunnend middel toegediend om trombose (bloedstolling) te voorkomen. Dit krijgt u tot zes weken na de operatie.

Revalidatie

De fysiotherapeut komt de eerste dagen na de operatie dagelijks bij u langs om samen met u te oefenen. Op de dag van de operatie heeft u nog bedrust. De eerste dag na de operatie komt u voor het eerst weer uit bed. Eerst gaat u vanuit bed in de stoel.

Als dat goed gaat, gaat de fysiotherapeut met behulp van een looprekje met u lopen. De volgende dagen wordt de fysiotherapie verder uitgebreid, mits uw lichamelijke conditie dit toelaat. Voor een goede revalidatie is het belangrijk dat u zelf een actieve bijdrage levert.

In principe mag u weer volledig belasten. Het kan voorkomen dat uw behandelend arts om diverse redenen besluit dat u maar gedeeltelijk of geheel niet mag belasten; dit hoort u op de afdeling.

De fysiotherapie is gericht op:

  • verbetering van de bloedcirculatie;
  • verbetering van de spierfunctie van uw been;
  • beweeglijkheid van het heupgewricht;
  • coördinatie van het lichaam;
  • looptraining met een passend hulpmiddel;
  • dagelijkse bezigheden zoals traplopen.

Voorbereiding op ontslag

Kort na de operatie neemt de nazorgverpleegkundige contact met u op om met u over de nazorg te spreken. Als het nodig blijkt, wordt u gelijk aangemeld om te reactiveren in een verpleeghuis. We streven ernaar dat u snel teruggaat naar uw eigen woonomgeving, mits u dit geestelijk en lichamelijk aankunt.

Het behoud van een goede geestelijke conditie is een belangrijke voorwaarde voor het goed verlopen van de revalidatie. Ook uw eigen omgeving is voor uw psychische balans erg belangrijk. De nazorgverpleegkundige van de afdeling brengt met u en uw familie uw thuissituatie (ook de situatie in een verzorgingshuis) in kaart.

Overleg met familie

Afhankelijk van hoe het herstel verloopt, worden met u afspraken gemaakt over de vorm van nazorg. Als het heel goed gaat, kunt mogelijk u ook naar huis met thuiszorg.

Maar het kan ook - vooral voor oudere patiënten - betekenen dat u niet meteen terug kunt naar de thuissituatie, bijvoorbeeld omdat er onvoldoende professionele hulp en/of mantelzorg aanwezig is. Hiervoor wordt dan een tijdelijke of permanente oplossing gezocht. Alles wordt zorgvuldig met u en uw familie besproken en overlegd, zodat er een weloverwegen keuze plaatsvindt voor de oplossing die voor u het beste is.

Ontslag uit het ziekenhuis

Hoe lang u in het ziekenhuis blijft, hangt af van uw situatie. Sommige patiënten gaan al na drie dagen naar huis met thuiszorg, andere gaan naar een verpleeghuis.

Voordat u naar huis gaat, neemt de verpleegkundige de volgende zaken met u door:

  • controle op de polikliniek: u krijgt een polikliniekafspraak mee;
  • medicijnen die u moet gebruiken;
  • eventuele nabehandeling door een fysiotherapeut;
  • verwijderen van de hechtingen (die worden na 14 dagen verwijderd; u kunt hiervoor een afspraak bij uw huisarts maken);
  • het weer gaan bewegen en belasten;
  • wondverzorging.

Zo nodig krijgt u een verpleegkundig overdrachtsformulier mee voor de thuiszorg, het verpleeghuis of revalidatiecentrum.

Problemen thuis

Bij problemen na de operatie neemt u in eerste instantie contact op met uw huisarts. De huisarts kan u indien nodig doorverwijzen naar de polikliniek of de afdeling Spoedeisende Hulp. Buiten kantooruren en in het weekend neemt u contact op met de afdeling Spoedeisende Hulp, t (038) 424 50 00.

Belt u in ieder geval bij de volgende problemen:

  • rode, gezwollen, warm aanvoelende huid rondom de wond;
  • koorts of rillingen, lichaamstemperatuur hoger dan 38,5 graden Celsius met uitschieters tot 39,0 graden Celsius of hoger;
  • plotselinge heftige pijn.

Nazorg

Het zijn juist vaak ouderen die ten gevolge van een val hun heup breken. Tot aan de val kon u - met of zonder enige hulp - nog redelijk functioneren en werd uw zelfstandigheid gestimuleerd en gerespecteerd. Het zelfstandig functioneren verkeert echter vaak in een kwetsbaar evenwicht dat verstoord raakt als er ook maar iets gebeurt.

Dat u bent gevallen, is vaak een teken dat er meer aan de hand is. Dat wil zeggen: er is meestal niet sprake van één probleem of ’alleen’ een fractuur, maar van meer problemen die allemaal invloed op elkaar hebben.

Deze problemen kunnen dan plotseling boven water komen en zullen gedurende uw opname door zorgverleners in kaart worden gebracht. U kunt hierbij onder andere denken aan duizeligheid, krachtverlies, slechte motoriek, koorts, uitdroging, slechte voedingstoestand.

Lichamelijke problemen

Ook tijdens en na uw ziekenhuisopname kunnen met name bij oudere patiënten problemen optreden, zoals problemen met de vochthuishouding, geestelijke toestand, verhoogde kans op decubitus (doorliggen), verhoogde kans op infecties, incontinentie, een tekort aan zelfzorg, mobiliseren (bewegen), terugplaatsingproblemen, en het verwerkingsproces bij familieleden.

Ondanks een goede verpleegkundige en medische zorg kunnen dergelijke problemen de kop opsteken. Hoe een en ander gaat verlopen, wordt pas na een aantal dagen zichtbaar. Artsen en verpleegkundigen zullen u en uw familie naar goed vermogen begeleiden.

Belangrijk hierbij is dat er een goede open communicatie bestaat. U kunt rustig uw beleving, problemen en zorgen bespreken met de verpleegkundige. Zij kan u verder in contact brengen met artsen, de nazorgverpleegkundige en andere zorgverleners.

Angst om te vallen

Tijdens of voorafgaand aan de revalidatie kan het zijn dat u zich angstig voelt om te gaan mobiliseren. Het blijkt dat veel mensen in deze periode een angst om te vallen ontwikkelen. Door de valangst gaat het revalideren vaak minder makkelijk. Dit kan het revalidatieproces vertragen of ervoor zorgen dat het revalidatieproces minder goed kan worden afgesloten.
Schroom niet om uw gevoelens te delen met de fysiotherapeut of verpleegkundigen van de afdeling. Zij staan open om u te ondersteunen bij uw angstgevoelens. Dit zal het revalidatieproces voor u prettiger maken. 

Leefregels

De eerste zes weken gelden de volgende leefregels:

  • niet fietsen;
  • niet zelf autorijden;

Voorts krijgt u het advies om de eerste drie maanden de volgende leefregels in acht te nemen:

  • risicobewegingen vermijden;
  • slapen het liefst op de rug, en anders op de zij met een kussen tussen uw benen;
  • heup niet verder buigen dan 90 graden (is zitpositie);
  • knie/voet niet naar binnen draaien;
  • benen niet over elkaar leggen;
  • niet bukken;
  • op de rug slapen; als u op de zij moet liggen (bijvoorbeeld bij het wassen), dan moet er een kussen tussen uw benen.

Voor de zitten/staan­ en staan/zittenbewegingen geldt de eerste maanden:

  • niet in een te lage stoel zitten; de hoogte moet minimaal 45 cm vanaf de grond zijn;
  • niet voorover buigen in de stoel/op het toilet;
  • bij het gaan staan en zitten het geopereerde been altijd naar voren plaatsen;
  • bij het gaan staan en zitten de handen altijd op de stoelleuning of op de bedrand plaatsen, dus niet optrekken of hangen aan krukken/hekken/rollator.

Contact

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer weten, dan staat uw behandelend arts of verpleegkundige van de afdeling Traumatologie u graag te woord. Het kan handig zijn om uw vragen van tevoren op papier te zetten. Ook kunt u telefonisch contact opnemen, t (038) 424 54 31.​

Heeft u binnenkort een afspraak? Dan vindt u tijd en plaats waar u verwacht wordt in uw afspraakbevestiging.


13 april 2017 5646 Nee Nee

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht