ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Leveroperatie

Een leveroperatie is een grote complexe ingreep met vele mogelijke complicaties. In handen van ons ervaren team is het percentage complicaties vergelijkbaar met het landelijk gemiddelde. Isala is een gespecialiseerd ziekenhuis voor de behandeling van levertumoren en voldoet aan alle actuele kwaliteitseisen en volumenormen. 

Isala heeft sinds 2012 een nauw samenwerkingsverband op dit vakgebied met het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en het Managed Clinical Network HPB Noord-Oost-Nederland. Sinds begin 2016 is er tevens een samenwerkingsverband voor leveroperaties met de Gelre Ziekenhuizen (Apeldoorn-Zutphen). Patiënten worden vanuit Gelre voor deze operatie naar Zwolle verwezen en gaan na herstel weer terug naar hun eigen ziekenhuis voor de nacontroles en de eventuele nabehandeling.

Regieverpleegkundigen

Uw gehele behandeltraject van eerste diagnose tot en met de nacontroles wordt begeleid door speciaal opgeleide regieverpleegkundigen. Zij zijn ook buiten afspraken om telefonisch bereikbaar voor vragen. Aarzel niet om contact met hen op te nemen via (038) 424 27 87.

Wachttijd en operatieteam

In Isala wordt iedere leveroperatie uitgevoerd door twee ervaren gespecialiseerde chirurgen of door een gespecialiseerde chirurg en een chirurg in opleiding, ondersteund door een team van deskundige anesthesiologen en intensive care artsen.

Het chirurgenteam voor deze operaties bestaat uit dr. G. Patijn, dr. V. B. Nieuwenhuijs, dr. H.L. van Westreenen en dr. P. van. Duijvendijk uit de Gelre Ziekenhuizen. De chirurg is bij voorkeur wel, maar niet altijd, degene die u op de polikliniek hebt gesproken. Het team kent van elkaar alle details van elke patiënt. Wanneer u door een andere chirurg van het team geopereerd wordt, komt hij uiteraard van tevoren met u kennis maken.

De wachttijd tot de operatie is gemiddeld drie tot vijf weken. We hebben alle begrip voor uw wens om spoedig geholpen te worden en we doen dan ook ons uiterste best om uw behandeling zo snel mogelijk in te plannen. Omdat deze grote operatie met twee chirurgen gepland moet worden, komen we vaak uit op de genoemde termijn. Dit is vergelijkbaar met de wachttijd in andere ziekenhuizen. Hoewel dat gevoelsmatig zo lijkt, hebben enkele weken eerder of later geen invloed op uw prognose.

Reden voor een leveroperatie

De meest voorkomende reden voor deze operatie is de aanwezigheid in de lever van uitzaaiingen van darmkanker. Zeldzamer zijn uitzaaiingen van neuro-endocriene tumoren (NET), van melanoom of van borstkanker. Andere mogelijke kwaadaardige tumoren in de lever zijn HCC (levercelkanker) of cholangiocarcinoom (galwegkanker).

                                
Afbeelding 1: Lever met omringende organen               Afbeelding 2: Lever 

Ook goedaardige aandoeningen zoals een adenoom, FNH, hemangioom of een cyste van de lever kunnen worden behandeld met een leveroperatie, maar dat gebeurt alleen wanneer u daar duidelijke klachten van ondervindt. Anders hoeven deze goedaardige afwijkingen niet verwijderd te worden.

Uw behandelplan

Na een reeks van onderzoeken (zoals, bloedonderzoek, CT-scan, MRI-scan, endo-echografie, PET-CT, een punctie of een endoscopie) wordt de diagnose gesteld. Hierna wordt u besproken in de multidisciplinaire oncologie bespreking. Daarbij is het hele team van op dit gebied gespecialiseerde artsen en ondersteunend personeel aanwezig en wordt uw optimale behandelplan gezamenlijk zorgvuldig opgesteld.
Dit plan en alle bijkomende aspecten wordt uitgebreid met u besproken op de polikliniek. Voor iedere behandeling zult u persoonlijk toestemming moeten geven. U mag hier uiteraard ook altijd later op terug komen.

  • Wanneer het technisch mogelijk is en u in voldoende conditie bent om een grote ingreep te ondergaan, wordt een operatie ter verwijdering van levertumoren aan u voorgesteld. Het doel is u te proberen te genezen (een zogenaamde curatieve behandeling). Hierbij is het de bedoeling al het zichtbare tumorweefsel geheel te verwijderen met een rand gezond leverweefsel eromheen (schone snijvlakken). 
  • Wanneer chirurgische verwijdering technisch niet mogelijk is, zijn er soms wel nog andere vormen van behandeling mogelijk:
    • Radio Frequente Ablatie (RFA): Hierbij wordt de tumor met een naald aangeprikt en met hoog frequente trillingen als het ware “kapot gekookt”. Als u veel tumoren in de lever heeft, wordt een chirurgische verwijdering soms gecombineerd met een RFA van een of meerdere tumoren. Nadeel van RFA is een beperkt risico dat niet al het tumorweefsel door de procedure compleet gedood is. Dat kan dan later soms toch weer uitgroeien tot een uitzaaiing.
    • Wanneer een leveroperatie voor u te zwaar is, door bijvoorbeeld ernstige bijkomende ziekten of zeer hoge leeftijd, kan ook gekozen worden voor Stereotactische bestraling (SABR) van levertumoren. Hierbij wordt de tumor met een zeer gerichte bundel bestraald. Ook hierbij bestaat een klein risico dat niet al het tumorweefsel door de straling gedood is en de tumor later toch weer terugkomt.
  • Soms worden tumoren eerst behandeld met chemotherapie voorafgaand aan de operatie. Dit heeft tot doel de tumoren te verkleinen en daardoor de operatie technisch beter mogelijk of veiliger te maken. Vaak volgt er ook na de operatie nog chemotherapie. Chemotherapie kan echter ook nadelen hebben voor de conditie van uw lever, wat bij de leveroperatie soms tot meer complicaties kan leiden.
  • Wanneer er op grond van alle onderzoeken geen genezing meer mogelijk is en er geen lokale behandeling mogelijk is (met RFA of bestraling), zal de tumor alleen met chemotherapie kunnen worden behandeld. Dit noemen we een palliatieve behandeling, waarmee genezing niet meer mogelijk is, maar wel levensverlenging kan worden bereikt. Meestal betreft het hier een situatie met een groot aantal levertumoren die door de gehele lever verspreid liggen, of wanneer er ook meerdere onbehandelbare uitzaaiingen buiten de lever aanwezig zijn.
  • Wanneer u leveruitzaaiingen hebt van endeldarmkanker en beiden zijn gelijktijdig ontdekt, dan kan ons team adviseren de leveroperatie eerst uit te voeren en de endeldarmoperatie pas op een later moment. Voorafgaand aan de leveroperatie wordt u dan meestal voorbehandeld met een korte bestraling op de endeldarm, gevolgd door enkele maanden chemotherapie, waarna u gepland wordt voor de leveroperatie. Na goed herstel volgt tenslotte de endeldarmoperatie.
    Een gecombineerde operatie van lever en darm is soms ook mogelijk, maar alleen als de hoeveelheid te verwijderen leverweefsel beperkt is. Hiermee neemt de operatieduur en het risico op complicaties wel toe, maar het bespaart u een tweede ingreep en narcose.

Voor de operatie

Voor de operatie heeft u een afspraak op de afdeling Preoperatief onderzoek voor gesprek en onderzoek bij de anesthesioloog. De anesthesioloog is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor de narcose tijdens de operatie en de pijnbestrijding na de operatie. Hij beoordeelt het risico van de narcose en zal indien nodig aanvullend onderzoek laten verrichten. Meestal is dit bloedonderzoek, een hartfilmpje of een poliklinisch bezoek aan de cardioloog of longarts. Als u bloedverdunners Ascal (acetylsalicylzuur), Sintrom (acenocoumarol), Marcoumar (fenprocoumon), of Plavix (clopidogrel) gebruikt is het belangrijk om met de chirurg en de anesthesioloog af te spreken of u deze moet stoppen en eventueel tijdelijk op andere bloedverdunners over moet stappen (fraxiparine).

In de wachttijd voor de operatie krijgt u door een diëtist bijvoeding voorgeschreven, die helpt om uw voedingstoestand te optimaliseren. Oral IMPACT® bevat specifieke voedingsstoffen en versterkt het immuunsysteem. Het bevat geen gluten en is verkrijgbaar in drie smaken: koffie, tropic en citrus. Het is een poeder dat u kunt oplossen in water, yoghurt en vruchtenlimonades. De koffiesmaak kan ook opgelost worden in melk. Vijf dagen vóór de operatie start u met Oral IMPACT®. U gebruikt deze drinkvoeding naast uw gewone maaltijden.

In de wachttijd tot aan de operatie is het verstandig gezond te eten, voldoende te slapen en dagelijks te bewegen (maak bijvoorbeeld een wandeling). Het is ook zeer aan te raden te stoppen met roken en geen alcohol te drinken, mocht dat op u van toepassing zijn.

Wanneer u in de wachttijd tot aan de operatie klachten krijgt of ziek wordt, neem dan contact op met uw huisarts of met de regieverpleegkundige (038) 424 27 87 (tijdens kantooruren). Bij ernstige problemen kunt u direct naar de Spoedeisende hulp komen.

De opname

U wordt de avond voor de operatie opgenomen (onder andere voor bloedonderzoek). Op de opnamedag komt de fysiotherapeut bij u op de afdeling. De fysiotherapeut zal ademhalingsoefeningen met u doen, die u voor en na de operatie regelmatig moet herhalen. Om longproblemen te voorkomen is het van belang dat u direct na de operatie goed doorademt en ophoest.

De volgende ochtend wordt u meestal vanaf omstreeks 8.00 uur geholpen (soms pas in de middag). U spreekt de chirurg, zijn team en de anesthesioloog van tevoren nog even op de operatiekamer tijdens de time-out procedure. U krijgt vaak een rustgevend medicijn vlak voordat u naar de operatiekamer gaat. Op de operatiekamer wordt u eerst aangesloten op allerlei slangen en apparatuur.

Bij opname zijn wij verplicht de vraag te stellen of u gereanimeerd wenst te worden in geval van een onverwachte harstilstand tijdens de opname in het ziekenhuis . Reanimatie betekent hartmassage en vaak ook beademing. Uw voorkeur wordt vastgelegd in het medisch dossier, zodat daar geen misverstand over kan bestaan.

De operatie

Hieronder vindt u puntsgewijs een aantal belangrijke zaken rond de operatie:

 
Afbeelding 3: Hemihepatectomie rechts                      Afbeelding 4: Hemihepatectomie links
  • De operatie duurt meestal tussen de twee en vijf uur, afhankelijk van het type operatie en hoeveel leverweefsel er moet worden weggehaald. De operatie kan langer duren dan gepland afhankelijk van de omstandigheden.
  • De door u opgegeven contactpersoon zal direct na de operatie door de chirurg gebeld worden. Tijdens de operatie krijgt uw contactpersoon een update van de voortgang via Familiebegeleiding van de Intensive care. De chirurg zelf spreekt u aan het einde van de dag op de Intensive Care, wanneer u weer goed wakker bent. 
  • De operatie vindt plaats onder algehele narcose. Tevens wordt direct voor de narcose door de anesthesioloog een ruggeprik geplaatst (epiduraal) voor optimale pijnbestrijding van de buik en wondgebied gedurende de eerste dagen na de operatie.
  • De operatie gebeurt meestal via een flinke dwarse snede in de bovenbuik. Soms kan de operatie met een kijkoperatie worden uitgevoerd (laparoscopisch). Hierbij worden een camera en instrumenten via enkele kleine sneetjes in de buik gebracht. Dit bespaart u een grote snede, waardoor u meestal minder pijn hebt en sneller weer op de been bent.
  • Doel van de operatie is alle zichtbare tumor(en) geheel met een schone snijrand te verwijderen met behoud van zoveel mogelijk gezond leverweefsel. 
  • Hoeveel leverweefsel er verwijderd moet worden hangt af van de grootte en lokalisatie van de tumor(en). Bij een gezonde leverfunctie kan tot 70% van uw lever veilig worden verwijderd. De resterende lever groeit vervolgens in 3-4 weken na de operatie uit tot de benodigde hoeveelheid leverweefsel. De lever is verdeeld in 8 segmenten. Van het totale levervolume moet ten minste 30% overblijven.
  • Soms moet de galblaas, die tegen de lever aan ligt, om technische redenen ook worden verwijderd, ook al is er met de galblaas niets aan de hand. Zonder galblaas kan men prima functioneren.
      
 
Afbeelding 5: Leversegmenten
  • In de lever lopen talloze grote en kleine bloedvaten en galgangen, die stuk voor stuk moeten worden afgesloten en doorgenomen. De lever zit nauw verbonden aan de grote holle lichaamsader en andere grote bloedvaten. Tijdens de operatie kan soms flink bloedverlies optreden, dan kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn.
  • Aan het begin van de operatie wordt door de chirurg de gehele lever nog eens grondig met de echo (geluidsonderzoek) geïnspecteerd. Afhankelijk van eventuele nieuwe bevindingen, die van tevoren op de beeldvorming niet zichtbaar of duidelijk waren, kan het met u besproken operatieplan tijdens de ingreep soms nog gewijzigd worden.
  • Vena porta embolisatie (VPE): wanneer er een heel groot deel van de lever verwijderd moet worden, maar de resterende lever te klein is om de vitale leverfuncties te kunnen vervullen, moet VPE soms enkele weken voor de operatie worden verricht. Bij deze procedure wordt de lever via de huid met een naald (onder een roesje en lokale verdoving) aangeprikt en een bepaald bloedvat afgesloten, met als gevolg dat de andere kant van de lever snel groeit. Hiermee wordt de beoogde rest-lever voldoende groot van omvang om u direct na de operatie in leven te kunnen houden. Dit groei-effect wordt vlak voor de operatie nog een keer met een CT-scan gecontroleerd. Deze procedure vindt niet in Zwolle plaats, maar in het AMC (Amsterdam) en wordt in dagopname uitgevoerd door een ervaren interventie-radioloog.

De bij de operatie verwijderde weefsels worden altijd opgestuurd voor onderzoek door de patholoog. Hierbij wordt nauwkeurig bekeken of de tumor compleet verwijderd is. Ongeveer een week na de operatie is de uitslag bekend en die zal dan meteen met u en uw familie gedeeld worden. Het komt heel soms voor dat er van tevoren een sterke verdenking is op een kwaadaardige tumor, maar dat deze achteraf toch goedaardig blijkt te zijn, of andersom.

Na de operatie 

Na de operatie gaat u meestal één nacht naar de Intensive care om u extra goed in de gaten te houden. Als alles goed gaat, wordt u daarna naar de verpleegafdeling gebracht. Direct na de operatie heeft u verschillende lijnen en slangen aan uw lichaam:

  • Een slang door de neus naar uw maag. Hiermee worden maag- en darmsappen afgevoerd. Deze wordt meestal snel verwijderd.
  • Een infuus in uw hals. Via het infuus worden vocht en medicijnen toegediend.
  • Een blaaskatheter voor de afvoer van urine. Deze wordt zo snel mogelijk verwijderd.
  • Eén of twee drains in het wondgebied voor de afvoer van wondvocht en bloed.
  • Een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding (epiduraal katheter).
  • Een infuus in de arm of hand voor het toedienen van vocht en medicijnen.

Tijdens de dagelijkse ochtendvisite door de zaalarts en de verpleegkundige wordt de voortgang van uw herstel besproken. Regelmatig ziet u uw chirurg ook aan uw bed om u persoonlijk in de gaten te houden.

Pijnstilling

De eerste dagen krijgt u continue pijnstilling toegediend via de ruggeprik (epiduraal). Hierna wordt deze verwijderd en krijgt u andere vormen van pijnstilling (injecties of tabletten).

Wond

De wond is gesloten met nietjes, die bij normale genezing 10-12 dagen na de operatie verwijderd kunnen worden. De eerste dagen is geringe vochtlekkage uit de wond gebruikelijk.

Drains

In de buik bevinden zich na de operatie 1 of 2 slangetjes, die het wondvocht van binnen uit de buik naar buiten afvoeren. Tijdens de eerste dagen is bloederig vochtverlies normaal. Eventuele lekkage van gal vanuit het snijvlak kan hiermee worden gemonitord en naar buiten afgevoerd.

Voeding

De eerste periode na de operatie begint u voorzichtig met vloeibare voeding. Zodra uw maag-, darmpassage weer op gang komt, wordt uw inname steeds verder uitgebouwd naar normale voeding. De ontlasting komt in de week na de operatie geleidelijk weer op gang.

Mobiliteit

In de eerste dagen na de operatie bent u beperkt mobiel, maar met hulp van de verpleging zult u aangespoord worden regelmatig uit bed te komen. Dit helpt complicaties als longontsteking, longembolie (bloedstolsel in een longader) en trombose (bloedstolsels in de benen) te voorkomen. Om dezelfde reden krijgt u dagelijks in de avond een onderhuidse injectie met fraxiparine (bloedverdunner). 

Ligduur

Als er geen complicaties optreden, verblijft u meestal rond de 7 dagen in het ziekenhuis. Soms wat korter, maar bij ernstige complicaties kan dit ook (veel) langer zijn. Bij ontslag krijgt u een recept mee voor fraxiparine-spuitjes voor de duur van 4 weken (ter voorkoming van trombose). 

Weer naar huis

U mag naar huis wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • als u voelt dat u in staat bent om naar huis te gaan
  • als u voldoende voeding binnenkrijgt
  • als u geen of weinig pijn meer heeft.

Uiteraard wordt de definitieve beslissing of u naar huis mag, in overleg met u, genomen door de zaalarts op de afdeling samen met uw behandelend chirurg.

De leveroperatie is een grote ingreep, die lichamelijk een geruime tijd van herstel vergt. Mocht u thuis extra zorg nodig hebben, dan wordt thuiszorg via de verpleegafdeling geregeld met medewerkers van het Transferbureau.

Leefregels na de operatie

Wanneer u weer thuis bent na de operatie, is het belangrijk dat u zich aan een aantal leefregels houdt. Hierdoor verkleint u de kans op complicaties en geeft u uw lichaam de mogelijkheid goed te herstellen. De leefregels die gelden zijn:

  • Wondzorg: Vanaf de tweede dag na de operatie kunt u douchen (zonder zeepproducten, totdat de wond volledig genezen is). Baden en zwemmen kunt u pas wanneer de wond weer helemaal genezen is, normaal gesproken is dat na ongeveer 14 dagen. Direct onder het litteken is een klein gebied van de buikhuid blijvend gevoelloos. Dit is normaal na deze operatie. Ook kan onder de wond onderhuids een richel voelbaar zijn. Dit is littekenweefsel en zal op termijn soepeler worden. U hoeft het verband van uw wond alleen te vernieuwen als de wond doorlekt. Als de wond droog is, mag de pleister eraf. Bij ernstige lekkage neemt u contact op met de regieverpleegkundige.
  • Conditie: De eerste tijd na deze zware operatie zult u zich moe en slap voelen. Uw conditie komt geleidelijk terug, maar dat kost wel enige tijd. Zelden ervaart u slaapproblemen of voelt u zich depressief, maar dat gaat na 1 a 2 maanden weer over.
  • Activiteiten: De eerste vier tot zes weken na de operatie is het verstandig om rustig aan te doen in verband met de wondgenezing. U kunt in deze weken lichamelijke inspanning, zoals sporten, fietsen, zwaar tillen of een lange wandeling beter vermijden. Seksuele activiteit mag weer, wanneer u zich weer voldoende aangesterkt voelt.
  • Voeding: Om goed op gewicht te blijven is het belangrijk dat u voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt. Eet gevarieerd en drink voldoende. Een diëtist kan u hier eventueel bij adviseren.
  • Complicaties: Neem contact op met uw arts als u thuis last krijgt van koorts, ernstige buikpijn, nabloeding of een zwelling of roodheid bij de wond. Ook als u last krijgt van benauwdheid of problemen met ademhalen of een rood gezwollen been moet u een arts waarschuwen. U kunt ook direct naar de Spoedeisende hulp komen.

Mogelijke complicaties van de operatie

Algemene complicaties

Net zoals bij iedere grote buikoperatie is er kans op algemene complicaties. Dit zijn bijvoorbeeld een wondinfectie, blaasontsteking, trombose, longontsteking, longembolie, verklevingen of een maagzweer. Meestal kan dit met medicatie worden behandeld. Bij een wondinfectie moet soms een deel van de nietjes worden verwijderd en wordt de open wond dagelijks schoongespoeld.

Bloeding

Tijdens de operatie kan soms flink bloedverlies optreden en is een bloedtransfusie noodzakelijk. Een nabloeding in de eerste dagen na de operatie is zeldzaam. Soms is hiervoor opnieuw een operatie nodig, maar meestal stopt de bloeding vanzelf.

Gallekkage

Een ernstige, maar zeldzame complicatie die bij de leveroperatie kan ontstaan is een gallekkage vanuit het snijvlak van de lever. Daarbij lekt er gal in de buik, wat een ernstige ontsteking en abcesvorming in het operatiegebied kan geven.

U krijgt in dat geval altijd intraveneuze antibiotica. Het is daarbij erg belangrijk dat de drain de gal adequaat naar buiten afvoert. Meestal verloopt deze lekkage mild en kan zonder operatie of andere interventie genezen. Soms wordt u echter heel ziek, met heropname op de Intensive care tot gevolg.

Wanneer de gallekkage niet vanzelf stopt, is een ERCP en papillotomie nodig. Bij deze procedure maakt de maag-, darm- en leverarts via een endoscopie de uitgang van de grote galgang wijder en plaatst hierin een plastic buisje. Daarmee valt de lekkage in de meeste gevallen na enkele dagen vanzelf droog. Zelden moet er een extra drain worden geplaatst via een punctie in de buik of moet u opnieuw geopereerd worden. Vaak moet de buikdrain in dergelijke gevallen langdurig blijven zitten om het restant lekkend vocht (gal) naar buiten af te voeren. Wanneer er een abces ontstaat, kan soms een extra drain of een re-operatie noodzakelijk zijn.

Lever-insufficiëntie

Wanneer een zeer groot stuk van de lever moet worden verwijderd, kan het zijn dat de restfunctie van het overgebleven leverdeel na de operatie te kort schiet. Dit is een ernstig probleem. Dit gaat gepaard met een toename van stapeling van giftige stofwisselingsproducten zoals ammoniak en een achteruitgang van de aanmaak van allerlei eiwitten, zoals stollingseiwitten, die nodig zijn voor de eigen lichaamsfuncties. Er ontstaat dan geelzucht, andere orgaansystemen vallen uit en uiteindelijk kunnen patiënten hieraan overlijden. Op dit moment zijn er wereldwijd nog geen leververvangende of leverondersteunende mogelijkheden, behalve  intensieve bewaking en ondersteuning van andere orgaansystemen op de Intensive care. Leverdialyse bestaat nog niet en een levertransplantatie is voor mensen met kanker als regel niet beschikbaar vanwege het grote tekort aan donororganen.

Gelukkig is de kans dat er leverinsufficiëntie optreedt kleiner dan 2%, omdat we er naar streven altijd een veilige hoeveelheid restleverweefsel in het lichaam achter te laten. Leverziekten (zoals vervetting of cirrhose) en chemotherapie beïnvloeden de functie van de lever nadelig. Dit betekent dat we in die situaties minder lever kunnen weghalen.

Vertraagde maaglediging en vertraagd op gang komen van de darmpassage

Na de operatie leegt de maag zich soms een tijd onvoldoende. Hierdoor wordt het eten belemmerd en kunt u misselijk zijn. Een andere naam hiervoor is vertraagde maaglediging of gastroparese. De kans hierop is ongeveer 10%. Dit gaat na verloop van tijd vanzelf over, maar u krijgt in de tussentijd tijdelijk sondevoeding  via een voedingssonde. Ook de darmpassage kan soms vertraagd op gang komen, maar met geduld en soms tijdelijke bijvoeding gaat dit in principe vanzelf over.

Re-operatie of andere procedures

In geval van ernstige complicaties kan opnieuw een operatie of een andere interventie (zoals endovasculaire procedure, endoscopie, punctie of drainplaatsing) noodzakelijk zijn.

Operatiesterfte (mortaliteit)

Er is een kleine kans om aan de operatie te overlijden (1-2%), wanneer er ernstige complicaties optreden. Dit risico is relatief wat hoger voor oudere mensen met een beperkte conditie en met bijkomende aandoeningen, zoals hart- of longziekten. 

Mogelijke latere gevolgen van de operatie

Wondproblemen, zoals bijvoorbeeld een littekenbreuk, kunnen bij klachten operatief worden hersteld.
Verklevingen kunnen darmobstructie veroorzaken, waarvoor soms een operatie noodzakelijk is om de darmpassage weer te herstellen.

Nabehandeling

De resultaten van het pathologisch onderzoek worden ruim een week na het onderzoek besproken in de multidisciplinaire oncologiebespreking. Soms wordt na een succesvolle (curatieve) operatie een aanvullende behandeling met adjuvante chemotherapie geadviseerd. Deze behandeling is als het ware preventief, om de kans te verkleinen dat de kanker later weer terugkomt. De internist-oncoloog voert deze behandeling uit en geeft hierover alle voorlichting. Wanneer geen genezing meer mogelijk is kan er, afhankelijk van uw conditie, palliatieve chemotherapie en soms bestraling worden gegeven. Hiermee kan uw levensverwachting worden verlengd.

Nacontroles

De eerste nacontrole op de polikliniek volgt enkele weken na de operatie bij uw chirurg. Vervolgens wordt u gedurende 5 jaar halfjaarlijks door de regieverpleegkundigeworden gecontroleerd. Wanneer de leveroperatie is uitgevoerd vanwege uitzaaiingen van darmkanker, wordt hierbij ook altijd een echo van de lever, een longfoto en bloedonderzoek op de tumormarker CEA gedaan. Als er hardnekkige of nieuwe problemen of klachten ontstaan, heeft u weer een afspraak bij uw chirurg.

Prognose

Als patiënt verwacht men dat de arts een realistisch beeld van de prognose schetst. Bij een leveroperatie vanwege uitzaaiingen is deze echter moeilijk in te schatten. De prognose hangt onder andere af van het type van de oorspronkelijke tumorsoort. Maar ook van het aantal en de grootte van de uitzaaiingen. Ook de gevoeligheid voor aanvullende systemische therapie (bijvoorbeeld chemotherapie) is van invloed. Tevens is van belang of er ook nog uitzaaiingen buiten de lever aanwezig zijn, zoals in de long of op het buikvlies.

Wanneer al het zichtbare tumorweefsel is weggehaald, kunnen er toch nog hele kleine “micro“-uitzaaiingen in de rest-lever of elders in het lichaam aanwezig zijn, die niet zichtbaar zijn op de scans.

Na een succesvolle lever-operatie voor uitzaaiingen van darmkanker is na 5 jaar gemiddeld bij ongeveer 60% van de patiënten de kanker toch weer ergens in het lichaam teruggekomen. Mocht er onverhoopt een nieuwe uitzaaiing ontstaan, dan kan deze soms opnieuw worden behandeld met een operatie of met RFA of bestraling (SABR). Als u na 5 jaar tumorvrij bent gebleven wordt u in principe genezen verklaard en heeft u geen controles meer.

Wanneer de lever-operatie werd verricht vanwege uitzaaiingen van andere soorten kanker, geldt uiteraard een andere prognose, die u met uw chirurg kunt bespreken. Voor zeer uitgebreide tumoren of uitzaaiingen, die niet verwijderd kunnen worden, is de levensverwachting beperkt en kan alleen nog geprobeerd worden het leven te verlengen met systeemtherapie (chemotherapie). Een heel enkele keer wordt een verdachte tumor verwijderd, die achteraf toch goedaardig blijkt te zijn. In dat geval is de prognose uiteraard heel goed.

Radiofrequente ablatie (RFA)

Zoals eerder vermeld kan een levertumor, behalve met een operatie, ook behandeld worden met radiofrequente ablatie. Hierbij wordt een naald in de tumor geplaatst. Met behulp van een echo of een CT-scan wordt de exacte locatie van de tumor bepaald. De punt van de naald wordt vervolgens verhit door hoogfrequente trillingen tot ongeveer 80 graden, waardoor de kankercellen afsterven.

RFA wordt uitgevoerd door een interventie-radioloog op de CT-scan. RFA duurt ongeveer 1 tot 2 uur. De behandeling vindt plaats onder narcose. Daarom verblijft u na de behandeling meestal een nacht (soms een paar dagen) in het ziekenhuis. U hoeft niet naar de Intensive care.

RFA kan ook worden toegepast tijdens een operatie (bij open buik of met een kijkoperatie). Als u veel tumoren in de lever heeft, wordt een uitgebreide chirurgische verwijdering soms gecombineerd met een RFA van een of meerdere tumoren. Hierdoor blijft er toch voldoende functioneel leverweefsel achter.

Nadeel van RFA is een beperkt risico op een kleine hoeveelheid resterend tumorweefsel, dat niet compleet door de procedure is gedood. Dat kan dan later soms toch weer uitgroeien tot een uitzaaiing. Dit risico is beperkt bij RFA van tumoren kleiner dan 3 cm.

Nacontrole van een RFA-behandeling van uitzaaiingen van darmkanker gebeurt met een halfjaarlijkse CT-scan van de lever, naast de standaard longfoto en bloedbepaling van het CEA.

De meest voorkomende bijwerking van RFA (in 32% van de gevallen) noemen we het post-ablatie-syndroom. Het betekent dat u last krijgt van een soort algehele malaise met pijn, verhoging, misselijkheid, braken en spierpijn, kortom een soort van griep. Deze verschijnselen verdwijnen vanzelf na 1 tot 2 weken. Verder kan er soms een nabloeding of gallekkage ontstaan, waarvoor soms een re-operatie of drainplaatsing noodzakelijk is. Ook een brandwond van de huid is een zeldzame complicatie. Algemene complicaties, zoals eerder beschreven, komen ook voor. 

 
Afbeelding 6: Radiofrequente ablatie (RFA)

Wetenschappelijk onderzoek

Isala neemt voortdurend deel aan landelijke wetenschappelijke studies naar nieuwe behandelingen. Uw chirurg zal u hierover inlichten, wanneer u daarvoor in aanmerking komt.

Belangrijke telefoonnummers

  • Uw regieverpleegkundigen (038) 424 27 87
  • Isala algemeen (038) 424 50 00
  • Spoedeisende hulp (038)  424 50 00
  • Verpleegafdeling Chirurgie V2.4 (038) 424 12 45
  • Polikliniek Abdominale chirurgie (038) 424 62 95

Aanvullende informatie

Voor aanvullende informatie, kunt u terecht op de websites:


26 mei 2017 7237 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht