Contact
  1. 5774-Operatie blaashals

U ondergaat binnenkort een operatie om de blaashals ruimer te maken. De uroloog voert deze operatie uit. In deze folder leest u hoe u zich op deze operatie voorbereidt.

U ondergaat binnenkort een operatie om de blaashals ruimer te maken. De uroloog voert deze operatie uit. In deze folder leest u hoe u zich op deze operatie voorbereidt. Hoe de operatie verloopt. En wat u kunt doen om goed te herstellen.

Voorbereiding

Voor uw operatie heeft u een afspraak voor een preoperatief onderzoek. Meer informatie over dit onderzoek en de opname kunt u lezen in de folder “Opname in Isala”.

Oproep voor opname

Ongeveer een week vóór uw operatie wordt u gebeld door de planningscoördinator van de polikliniek Urologie. U krijgt de opnamedag, het opnametijdstip en de operatiedag door. Als wij u telefonisch niet kunnen bereiken, krijgt u de informatie per post.

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, vertelt de planningscoördinator u namens de uroloog of u hiermee moet stoppen en wanneer u hier dan mee moet stoppen. Heeft u vragen over uw opname, dan kunt u bellen naar de planningscoördinator, (038) 424 24 40.

Opname

Op de opnamedag meldt u zich op de afgesproken tijd bij de Centrale balie in de Centrale hal. Een gastheer of -vrouw brengt u vervolgens naar de verpleegafdeling. Een verpleegkundige vertelt u daar over de gang van zaken op de afdeling. De verpleegkundige begeleidt u zo veel mogelijk tijdens uw verblijf in het ziekenhuis.

Operatie          

Voor de operatie krijgt u medicijnen (premedicatie) voorgeschreven door de anesthesioloog. Als u aan de beurt bent, brengt een verpleegkundige u naar de operatiekamer. U ontmoet hier de anesthesioloog. U heeft hem of een van zijn collega’s gesproken tijdens het preoperatief onderzoek. In de folder “Algehele verdoving (anesthesie)” vindt u meer informatie over de verdoving.

Nadat de anesthesioloog u de verdoving heeft gegeven, begint de operatie. De uroloog brengt een instrument in de plasbuis, waarmee hij kan opereren. Aan het instrument zit een metalen haakje, waarmee de blaashals wordt ingesneden. Als dit niet voldoende ruimte oplevert, snijdt de uroloog met een metalen lisje de blaashals weg. Met spoelvloeistof worden de weggesneden stukjes afgevoerd. Het verwijderen van de blaashals heeft geen nadelige gevolgen.

Tijdens de operatie krijgt u een katheter. Deze katheter is noodzakelijk om bloedstolsels uit de blaas te kunnen spoelen. De katheter wordt verwijderd als er geen bloedstolsels meer aanwezig zijn.

Gemiddeld duurt de operatie een half uur.

Na de operatie

Na de operatie wordt u naar de verkoeverkamer (recovery of uitslaapkamer) gebracht. Hier verblijft u totdat u weer goed wakker bent en/of de verdoving is uitgewerkt.

Herstel

Als u weer op de verpleegafdeling bent, begint de periode van herstel. Op de operatiedag controleert de verpleegkundige regelmatig uw bloeddruk, pols en temperatuur. Ook bespreekt de verpleegkundige met u de verpleegkundige zorg. Dezelfde dag of de dag erna hoort u hoe de operatie is verlopen.

Om bloedstolling (trombose) te voorkomen, krijgt u een injectie met Fraxiparine. Deze injectie krijgt u dagelijks totdat u weer naar huis gaat.

De blaaskatheter wordt één dag na de operatie verwijderd. Nadat de katheter is verwijderd, kunt u:

  • ongewild wat urine verliezen;
  • nog wat bloed in uw urine hebben; 
  • soms niet plassen, terwijl u wel aandrang heeft;
  • pijn hebben bij het plassen en steeds kleine beetjes plassen.

Dit zijn normale klachten na deze operatie. Ze gaan vanzelf weer over. Denkt u een afwijkende klacht te hebben, of is de klacht heftig, waarschuw dan een verpleegkundige.

Om de blaas goed door te spoelen, is het belangrijk dat u ongeveer twee liter vocht per dag drinkt. Als het warm weer is tweeënhalf à drie liter, tenzij u een vochtbeperking heeft.

Pijn

De verpleegkundige vraagt u een aantal keren per dag hoeveel pijn u heeft. Zo controleren wij hoe het met u gaat en kijken we samen met u of er extra pijnstilling nodig is. Meer informatie leest u in de folder “Pijnbestrijding en pijnregistratie”.

Uitslag

Als er blaashalsweefsel is weggesneden, wordt dat altijd onderzocht. De uitslag is meestal na 7 tot 10 werkdagen bekend. U hoort de uitslag tijdens een afspraak op de polikliniek Urologie.

Naar huis

In de meeste gevallen kunt u de eerste dag na de operatie weer naar huis.

Leefregels voor thuis om goed te herstellen

Activiteiten

Doe het de eerste dagen thuis rustig aan. U bent nog herstellende. Luister goed naar uw lichaam en neem rust als uw lichaam dat aangeeft. Naast voldoende rust is het wel belangrijk om regelmatig te bewegen, dus blijf niet de hele dag in bed liggen:

  • U kunt gerust een wandeling maken.
  • Het is beter om gedurende 3 tot 6 weken na de operatie geen alcohol te drinken.
  • Na drie weken mag u weer fietsen.
  • Verricht de eerste 3 weken geen zware arbeid: niet zwaarder tillen dan vijf kilo.
  • Het is beter om gedurende 3 weken geen seksueel contact te hebben.
  • De eerste weken kan er nog bloed in de urine zitten.
  • Het is belangrijk dat u goed drinkt: 2 tot 3 liter per dag, tenzij u een vochtbeperking heeft.
  • Op welk moment u uw werk weer op kunt pakken, is afhankelijk van uw conditie en het soort werk wat u doet.
  • U mag na 3 weken weer sporten en zwemmen, afhankelijk van uw herstel.
  • Regel indien nodig de eerste 2 weken na de operatie hulp bij zwaardere huishoudelijke taken. Dit kunt u aanvragen via het WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) in uw gemeente.

Seksualiteit

De beleving van het orgasme is hetzelfde, maar het blijft vaak ‘droog’. Bij de zaadlozing komt het sperma in de blaas terecht. Dit plast u vervolgens uit.

Voeding

U mag alles eten en drinken, zoals u thuis gewend bent.

Pijnbestrijding

  • Gebruik bij pijn: 4 x daags 1000 mg Paracetamol.
  • Neem de pijnstillers op vaste tijden in. Om 8.00 uur, 12.00 uur, 17.00 uur en 22.00 uur.
  • Heeft u geen pijn meer, dan kunt u de Paracetamol afbouwen.
  • Als uw arts u andere pijnmedicatie heeft voorgeschreven, volgt u het doktersadvies.

Bloedverdunnende medicatie (als u deze gebruikt)

Als u bloedverdunnende medicatie gebruikt, vertelt uw arts en/of eventuele trombosedienst wanneer u hiermee weer mag starten.
Heeft u nieuwe medicatie voorgeschreven gekregen, dan kunt u dit ophalen bij de ziekenhuisapotheek of uw thuisapotheek. De verpleegkundige geeft u hier informatie over.

Controle

Als er nog een controle nodig is, krijgt u een afspraak thuisgestuurd voor het spreekuur van de uroloog.

Complicaties

Bel naar het ziekenhuis …

  • als u duidelijk bloedstolsels plast en het bloedverlies niet vermindert.
  • als u niet meer kunt plassen of het gevoel heeft niet goed uit te plassen.
  • als u continu aandrang heeft, weinig plast en brandende pijn heeft bij het plassen.
  • als u koorts heeft (boven 38,5 graden).
  • als de pijn erger wordt en pijnstillers niet helpen.
  • als u het niet vertrouwt.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle, Kampen

Urologie
(038) 424 27 40 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel

Urologie
(0522) 23 38 22 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)

17 april 2019 / 5774

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.