Contact
  1. 5720-Verwijderen blaas en maken nieuwe blaas

Informatie over de operatie

De aanleiding voor een operatie waarbij de blaas wordt verwijderd, is vaak een kwaadaardig gezwel. Ook andere ziekten van de blaas kunnen dit noodzakelijk maken. Binnenkort ondergaat u een operatie, waarbij de blaas wordt verwijderd en er een nieuwe blaas door middel van een darm wordt gemaakt. Hier informeren wij u over de gang van zaken, zodat u zich beter op de ingreep kunt voorbereiden.

Hoe ziet de blaasoperatie eruit?

Binnenkort ondergaat u een operatie waarbij uw blaas wordt verwijderd. In overleg met uw behandelend arts heeft u ervoor gekozen om de blaas te laten vervangen door een reservoir, gemaakt van darm, dat op de plaats van uw oorspronkelijke blaas wordt aangelegd. Bij deze operatie maakt de uroloog een snee vlak onder de navel naar het schaambeen. Als er sprake is van een kwaadaardige afwijking verwijdert de uroloog, voordat hij/zij de blaas wegneemt, eerst de lymfeklieren die in de buurt van de blaas zitten.

Tegenwoordig worden zo veel mogelijk lymfeklieren verwijderd omdat hiermee eventuele kleine uitzaaiingen worden meegenomen. Alleen als de uroloog tijdens de operatie vermoedt dat het om uitgebreide uitzaaiingen gaat, worden de lymfeklieren direct opgestuurd voor onderzoek. Als er dan uitzaaiingen aanwezig zijn, wordt de operatie beëindigd. De consequentie hiervan bespreekt de uroloog na de operatie met u.

Als er geen uitzaaiingen in de lymfeklieren aanwezig zijn, gaat de uroloog verder met de operatie. Hij/zij maakt dan eerst de urineleiders los van de blaas. Hierna wordt de blaas verwijderd. Bij de man wordt ook de prostaat verwijderd en soms de plasbuis als de tumor ook hierin zit. Bij de vrouw worden soms ook de baarmoeder, de eierstokken en een deel van de schede verwijderd (als de tumor dichtbij zit).

Vervolgens maakt de uroloog uit een stuk dunne darm een blaasvervanging. Hierin worden de urineleiders geplaatst waarna de nieuwe blaas op de plasbuis wordt aangesloten.

Belangrijk: Als de blaas wordt verwijderd voor een goedaardige afwijking, is het niet nodig om tijdens de operatie de lymfeklieren te onderzoeken en zal de operatie gewoon doorgaan.

Afbeelding blaaso0peratie met deel dunne darm
Afbeelding 1: Voor de operatie en na de operatie

Voor de operatie

Afspraak stomaverpleegkundige

Nadat u met uw behandelend uroloog heeft besproken dat u een operatieve ingreep zult ondergaan, maken wij een afspraak voor u met de stomaverpleegkundige. Zij zal u uitleg geven over een blaasvervanging. Ook zal zij met u spreken over een gewoon stoma. Dit laatste is noodzakelijk omdat in een enkel geval blijkt dat het maken van een nieuwe blaas technisch niet mogelijk is. Het is beter als u dan van tevoren voorbereid bent op een gewoon stoma. Uw partner en/of familie zijn ook van harte welkom bij dit gesprek.

Voorbereiding

Nadat u met uw behandelend arts heeft besproken dat u een operatieve ingreep zult ondergaan, krijgt u een afspraak voor een preoperatief onderzoek. Meer informatie over dit onderzoek en de opname kunt u lezen in de folder  'Opname in Isala'.

Oproep voor opname

Ongeveer een week vóór uw operatie neemt de planningscoördinator van de polikliniek Urologie telefonisch contact met u op. Zij geeft u de opnamedag, het opnametijdstip en de operatiedag door. Als u telefonisch niet bereikbaar bent, informeert zij u hierover schriftelijk.

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, geeft de verpleegkundige (namens de uroloog) door of u hiermee moet stoppen en wanneer u hier eventueel mee moet stoppen.

Heeft u vragen over uw opnameperiode, dan kunt u deze stellen aan de planningscoördinator via telefoonnummer: (038) 424 24 40.

Opname

Meldt u zich op de afgesproken tijd bij de Centrale balie in de Centrale hal van het ziekenhuis. Een gastheer of -vrouw brengt u vervolgens naar de verpleegafdeling. Daar heeft u een gesprek met een verpleegkundige over de gang van zaken op de afdeling. Deze verpleegkundige begeleidt u zo veel mogelijk tijdens uw opname.

Voorbereiding thuis

Niet ontharen

Vanaf zeven dagen voorafgaand aan de operatie mag u het operatiegebied niet meer zelf ontharen met tondeuse, scheermesje of ontharingscrème, omdat u daarmee het risico op infecties na de operatie vergroot. Als de arts van mening is dat in uw situatie het operatiegebied toch onthaard moet worden, dan doet de operatieassistent dit vlak voor de operatie met een speciale tondeuse.

Dag vóór de operatie

U wordt één dag voor de operatie opgenomen op verpleegafdeling. Meldt u zich op de afgesproken tijd bij de centrale balie in de centrale hal. Een gastheer of – vrouw brengt u vervolgens naar de verpleegafdeling. Op de verpleegafdeling heeft u een gesprek met een verpleegkundige over de gang van zaken op de afdeling. Aansluitend krijgt u een korte rondleiding. De medicijnen die u gebruikt en meegenomen heeft naar het ziekenhuis, kunt u afgeven aan de verpleegkundige. Zij zal vragen wie als contactpersoon voor u wil optreden. De verpleegkundige zal u zo veel mogelijk gedurende uw opnameperiode begeleiden.

Voorbereidingen stoma

De plaats van de stoma (als het technisch onmogelijk blijkt te zijn om een blaasvervanging aan te leggen) bepaalt de stomaverpleegkundige. Meestal gebeurt de plaatsbepaling op de afdeling, maar kan ook poliklinisch. Uw behandelend arts of zaalarts komt deze dag bij u langs om de plaats van de stoma te controleren en om te kijken hoe het met u gaat. Heeft u nog vragen over uw operatie of behandeling, stelt u deze gerust. De arts zal u graag te woord staan.

Informatie over mogelijke opname op de afdeling Intensive Care (IC)

Gezien de grootte van de operatie kan het zijn dat u na de operatie voor één à twee dagen op de afdeling Intensive Care (IC) zal worden opgenomen. Een medewerkster van de dienst Patiëntenbetrekkingen komt bij u langs om u hierover te informeren.

Bezoek fysiotherapeut

Het is belangrijk dat u na de operatie uw ademhaling goed kunt beheersen. Daarom komt ook de fysiotherapeut bij u langs om enkele ademhalingsoefeningen met u door te nemen.

Voorbereiding op de operatie

Op de dag van opname bereidt een verpleegkundige u voor op de operatie. U wordt gelaxeerd, omdat u darmen schoon moeten zijn. Dagelijks krijgt u een prik (Fraxiparine) om trombose te voorkomen.

Voor de operatie bent u vanaf 24.00 uur ’s nachts nuchter.

Dag van de operatie

Voor de operatie krijgt u medicijnen die door de anesthesioloog zijn voorgeschreven. Ook krijgt u vroeg in de ochtend van de operatie enkele glazen drinkvoeding, tenzij u diabeet bent. Dit energieverrijkte drankje heet Fantomalt. Het bevat vooral voedende suikers. De verpleegkundige helpt u met het aantrekken van anti-emboliekousen.

Zodra u aan de beurt bent, brengt een verpleegkundige u naar de operatiekamer. U ontmoet hier de anesthesioloog. U heeft hem of een van zijn collega’s al gesproken op het Preoperatief bureau. In de folder Algehele narcose vindt u meer informatie over de verdoving. Gemiddeld duurt de operatie zeven uur.

Na de operatie

Na de operatie gaat u voor korte tijd naar de uitslaapkamer (recovery). Als u weer voldoende bij kennis bent en de controles van bijvoorbeeld bloeddruk en ademhaling in orde zijn, gaat u meestal een dag naar de afdeling Intensive Care en daarna terug naar de verpleegafdeling.

Wanneer u weer op de verpleegafdeling bent, begint de periode van herstel. De verpleegkundige zal regelmatig uw bloeddruk, pols en temperatuur meten. Dagelijks komt de uroloog of zijn/haar assistent bij u langs om te kijken hoe het met u gaat en om eventuele vragen te beantwoorden.

Pijn

Om een duidelijk beeld te krijgen hoe uw pijn verloopt en of de pijnverlichtende maatregelen voldoende effect hebben vraagt de verpleegkundige u een aantal keren per dag hoeveel pijn u heeft. De eerste dagen na uw operatie krijgt u pijnstillende medicijnen via een epiduraal. Dit is een slangetje dat in uw rug wordt geplaatst voor de operatie. Meer informatie over pijnbestrijding en pijnregistratie kunt u lezen in de folder 'Pijnbestrijding en pijnregistratie'.

Tijdens en na de operatie zijn er verschillende slangetjes en katheters bij u geplaatst. Dit zijn:

  • Een slangetje dat het wondvocht afvoert (wonddrain).
  • Een katheter die, via de plasbuis, in de nieuwe blaas ligt. Deze katheter wordt regelmatig, ongeveer elke drie á vier uur, gespoeld.
  • Ook zijn via de buik twee slangetjes (splints), die in de urineleiders liggen, naar buiten geleid. Deze splints worden ongeveer de 10e en 11e dag na uw operatie verwijderd.
  • Een wonddrain via uw buik om het wond- en/of lymfevocht af te voeren.
  • Soms is het nodig een maagsonde te plaatsen om overtollige maagsappen af te voeren. Dit kan nodig zijn omdat uw maag-darmkanaal na de operatie nog niet optimaal functioneert.

Het is belangrijk dat u na de operatie uw ademhaling goed kunt beheersen. Daarom komt ook de fysiotherapeut bij u langs om enkele ademhalingsoefeningen met u door te nemen.

Dagelijks neemt de verpleegkundige met u de verpleegkundige zorg door.

Een verpleegkundige verwijdert de hechtingen van de wond rond 10 tot 14 dagen na uw operatie, in overleg met de arts.

Herstel

Ongeveer twee weken na de operatie wordt via één van de katheters een foto van uw nieuwe blaas gemaakt. Als de blaas waterdicht is, wordt de katheter uit de plasbuis verwijderd en zal een foto worden gemaakt om te zien hoe de aansluiting op de plasbuis is. Vervolgens zult u zelf weer gaan plassen en wordt gekeken of de blaas goed leegkomt. Zo nodig wordt u geleerd zelf te katheteriseren en de blaas te spoelen.

Mocht na twee weken de nieuwe blaas nog niet helemaal waterdicht zijn en uw verdere toestand dit toelaten, dan kunt u met de katheter naar huis. Het maken en beoordelen van de foto’s door de uroloog wordt dan na drie weken herhaald. Als de foto’s er goed uitzien, volgt een heropname van twee tot drie dagen waarin bovenstaande procedure (foto maken, zelf plassen, etc.) wordt herhaald.

Problemen en complicaties

Een grote operatie als deze geeft een verhoogde kans op een aantal problemen in de eerste periode na de operatie. Zo duurt het over het algemeen vrij lang voordat maag en darmen weer goed werken. Het kan zijn dat u daarom tijdelijk een maagsonde krijgt en/of kunstvoeding. Als uw darmen weer gaan werken, kan u buikkrampen en diarree krijgen. Ook een periode met verhoging of koorts is mogelijk. Tot slot kan lekkage langs of via een van de slangetjes optreden.

Seksualiteit

Bij de man zal, gezien de aard van de operatie, vrijwel altijd impotentie optreden. Uw arts kan u in een later stadium adviseren over een mogelijke behandeling van deze klachten.
Bij de vrouw kan, als ook de baarmoeder is verwijderd, de beleving van seksualiteit veranderd zijn. Voor sommige vrouwen verandert het orgasme niet, andere merken een duidelijke verandering: het duurt langer voor het zover is, het orgasme is korter en minder intens of komt helemaal niet.

Weer naar huis

Instructies voor een goed herstel thuis

Als u voldoende bent hersteld, kunt u weer naar huis. De inhoud van uw nieuwe blaas is in het begin nog niet erg groot. Het duurt ongeveer een halfjaar tot een jaar totdat deze zijn maximale capaciteit heeft bereikt. In het begin zult u dan ook wat vaker moeten plassen. Ook kan het vooral ’s nachts voorkomen dat uw blaas toch wat te veel gevuld is en u urine verliest. Zoals gezegd, is dit over het algemeen een tijdelijk probleem; slechts in zeldzame gevallen houdt u problemen met het ophouden van urine.

Soms kunnen (afval)stoffen uit de urine weer via de nieuwe blaas in het bloed terechtkomen. Dit kan gebeuren doordat de nieuwe blaas van darm gemaakt is en darm bedoeld is om stoffen uit het voedsel op te nemen. Om dit te corrigeren krijgt u bij ontslag medicijnen mee. Vaak past het lichaam zich aan de nieuwe situatie aan. Tijdens de poliklinische controles bekijkt de uroloog of de medicijnen verminderd kunnen worden.

Activiteiten

De eerste dagen thuis moet u zich realiseren dat u herstellende bent. Luister goed naar uw lichaam en neem rust als uw lichaam dat aangeeft. Naast voldoende rust is het wel belangrijk om regelmatig te bewegen, dus blijf niet de hele dag in bed liggen. Traplopen mag u gewoon doen. En verder:

  • U kunt gerust een wandeling maken.
  • De eerste zes weken geen zware arbeid, niet zwaarder tillen dan vijf kilo en niet persen.
  • Om druk op de buik zoveel mogelijk te verminderen, kom via zijligging in en uit bed tijdens de eerste zes weken na uw operatie.
  • Om trombose te voorkomen, moet u zes weken lang na uw operatie bloedverdunners gebruiken. Dit zijn spuitjes (Fraxiparine) die u in uw been (deze plek heeft de voorkeur) of buik plaatst. Als u of uw naaste dit niet zelf kan of wil, dan wordt de thuiszorg ingeschakeld.
  • Het is belangrijk dat u goed drinkt: twee tot drie liter per dag, tenzij u geadviseerd is minder te drinken.
  • Wanneer u weer kunt werken, is afhankelijk van uw conditie en het soort werk dat u doet. Bespreek dit tijdens uw controleafspraak. Dit geldt ook voor sporten en zwemmen.
  • Als het nodig is, regel dan de eerste weken na uw operatie hulp bij zwaardere huishoudelijke taken. Dit kunt u aanvragen via het WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) in uw gemeente.

Katheter

  • U gaat met een katheter naar huis. Thuis zult u via de katheter moeten blaasspoelen aangezien de nieuwe blaas darmvlokken produceert en dit de katheter kan verstoppen. Tijdens uw opname leren wij u en evt. uw naaste om te gaan met de katheter.
  • Twee weken na uw operatie wordt u weer opgenomen voor het verwijderen van de katheter. Wij maken dan eerst een foto om lekkage van het wondgebied uit te sluiten.
  • Het kan zijn dat u vóór het verwijderen van de katheter antibiotica moet slikken. Vaak moet u dan een uur wachten voordat de katheter verwijderd mag worden.
  • Er bestaat een grote kans dat u uw urine niet goed kunt ophouden, als de katheter verwijderd is. Dit komt omdat het gevoel en de techniek om de blaas te legen nog niet beheerst wordt. Het is een leerproces om de nog intacte sluitspier van de blaas te ontspannen en in combinatie met de buikdruk uw blaas te legen. Het kan zijn dat u bij opstaan urine verliest, maar dat u ook kunt plassen.
  • De bekkenbodemfysiotherapeut kan u adviezen en instructies geven om met bovenstaande om te gaan. Zij komt langs tijdens uw opname en geeft u een adres om thuis een erkende bekkenbodemtherapeut in te schakelen voor verdere begeleiding.
  • Afhankelijk van de hoeveelheid darmvlokken in de blaas en hoe het plassen gaat, moet u leren om zelf te katheteriseren en de blaas te spoelen.
  • De heropname kan een dagopname zijn, maar in sommige gevallen is het nodig om een nacht of enkele nachten opgenomen te zijn.
  • Continentiematerialen, katheters en spoelbenodigdheden worden besteld via het ziekenhuis.
  • De continentieverpleegkundige kan worden ingeschakeld voor begeleiding van het juiste opvangmateriaal.

Voeding

  • U mag alles eten en drinken, zoals u thuis gewend bent.
  • Uw darmen kunnen wat moeizaam op gang komen. Zorg dat de ontlasting soepel blijft door voldoende te drinken (minimaal twee liter) en vezelrijke voeding en fruit te eten.

Wond

  • De hechtingen worden tijdens uw opname door de verpleegkundige verwijderd in overleg met de arts.
  • Als de wond droog is, hoeft er geen pleister meer op.

Pijnbestrijding

  • Paracetamol: vier keer per dag 1000 mg. Neem de pijnstillers op vaste tijden in: 8.00 / 12.00 / 17.00 / 22.00 uur. Als u geen pijn meer heeft, dan kunt u de Paracetamol afbouwen.
  • Het kan zijn dat de arts u ook andere pijnstillers adviseert naast de Paracetamol.

Bloedverdunnende medicatie (indien van toepassing)

  • Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, bepaalt de arts en/of eventuele Trombosedienst wanneer u deze weer mag gebruiken.
  • Eventueel nieuwe voorgeschreven medicijnen kunt u ophalen bij de Isala apotheek of uw eigen apotheek. De verpleegkundige geeft u hier informatie over.

Contact

Belinstructies

Neem contact op met het ziekenhuis als u last krijgt van:

  • Koorts (boven 38,5 graden)
  • Zwelling van het wondgebied
  • Kloppende/rode/pijnlijke wond en/of als er pus uit komt
  • Toenemende pijn ondanks pijnstillers
  • Problemen met de katheter en/of de verzorging hiervan
  • Aanhoudende misselijkheid/braken
  • Obstipatie (langer dan drie dagen geen ontlasting) waarbij u klachten heeft
  • Als u iets niet vertrouwt

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle en Kampen

Urologie
(038) 424 27 40 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Meppel

Urologie
(0522) 23 38 22 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.00 tot 16.30 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

13 maart 2019 / 5720

Gerelateerde folders

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.