Contact
  1. 7575-Neuromodulatie (PID): H2 Diagnose en behandeling

Patiënten Informatie Dossier

De werking van de zenuwen die uw blaas en darmen aansturen is verstoord. Om te kunnen begrijpen waarom neuromodulatie bij u kan helpen, leggen we in dit hoofdstuk uit hoe deze zenuwen werken. Verder leest u meer over de klachten die kunnen ontstaan als deze zenuwen niet goed werken.

Werking van de zenuwen in het bekken

Onze hersenen besturen onze spieren en bewegingen via elektrische signalen (stroompjes). Deze elektrische stroompjes verplaatsen zich via de zenuwen door ons hele lijf. De zenuwen zijn een soort wegen die bestaan uit hoofdwegen en kleinere vertakkingen. Een van de hoofdwegen loopt van de hersenen, via het ruggenmerg en de onderrug, naar het onderste gedeelte van de wervelkolom. Hier vertakt deze route zich in verschillende richtingen, waaronder het bekkengebied.

De spieren in het bekkengebied worden bestuurd via de zenuwen die ontspringen in het onderste deel van de wervelkolom. Zij besturen onder andere de bekkenbodemspieren en de sluitspieren van de plasbuis, blaas en anus. Door deze spieren aan te spannen, kunt u normaal gesproken uw plas en ontlasting ophouden. Het ontspannen van deze spieren zorgt ervoor dat u kunt plassen en ontlasting kunt hebben. Als uw blaas of darm vol zit, gaat er een stroompje via de zenuwbanen naar de hersenen, waardoor u aandrang voelt om naar het toilet te gaan.

Ontstaan van uw klachten

Uw klachten worden veroorzaakt doordat er foute of ongewilde signalen via de zenuwbanen naar uw blaas en/of darmen worden gestuurd. Via neuromodulatie kunnen deze verkeerde signalen worden hersteld.

Hoe werkt neuromodulatie?

Neuromodulatie kan bepaalde klachten verminderen. De neuromodulator stuurt zwakke elektrische stroompjes naar de zenuwen die uw blaas en darmen stimuleren. Deze stimulatie helpt de spieren om de plasbuis en/of de anus beter te sluiten. Zo verbetert de controle over de spierwerking van uw plasbuis en/of anus. Dit vermindert het verlies van urine en/of ontlasting en het aantal keren dat u moet plassen.
Neuromodulatie wordt alleen gebruikt als andere behandelingen, zoals medicijnen en fysiotherapie, niet werken of moeilijk te verdragen zijn. 

Klachten

Hieronder staan verschillende klachten waarbij neuromodulatie kan helpen. U hoeft niet al deze klachten te hebben.

Overactieve blaas

Bij een overactieve blaas moet u overdag erg vaak plassen, soms ook ’s nachts. Soms kunt u uw urine ook niet goed ophouden, dit heet aandrangincontinentie. Hierdoor moet u zich vaak verschonen. Dit kan ook een gevoel van onzekerheid of schaamte geven. Behandeling met neuromodulatie kan de hevige aandrang, het vaak moeten plassen en het urineverlies verminderen.

Urineretentie

Bij urineretentie kunt u niet plassen of niet helemaal uitplassen. Soms is het dan nodig om zelfkatheterisatie toe te passen. Neuromodulatie kan de spieren van de plasbuis en de blaas zó beïnvloeden dat het plassen beter gaat. Hierdoor is zelfkatheterisatie niet (altijd) meer nodig.

Incontinentie van ontlasting en chronische verstopping

Neuromodulatie kan soms helpen als u uw ontlasting niet kan ophouden. Ook kan deze therapie soms uitkomst bieden als u veel last heeft van chronische verstopping.

Diagnose

Uw arts (uroloog, gynaecoloog) kan vaststellen wat de oorzaak is van uw klachten en of u voor deze behandeling in aanmerking komt. Als uw arts dit heeft vastgesteld, kan gestart worden met de testfase. De testfase is nodig om vast te stellen of uw klachten reageren op neuromodulatie. Natuurlijk leggen uw arts en continentieverpleegkundige u uitgebreid uit wat er bij u aan de hand is. Het kan zijn dat u hierover aanvullende schriftelijke informatie krijgt.

Aandachtspuntenlijst ‘Diagnose’

Hieronder staan de onderwerpen die uw specialist en continentieverpleegkundige met u hebben besproken. Aan de hand hiervan kunt u nagaan of u voldoende informatie heeft gekregen, of dat u nog ergens vragen over heeft. U kunt de rondjes gebruiken om aan te kruisen of u voldoende informatie heeft ontvangen. Zo niet dan kunt u om meer informatie vragen aan de continentieverpleegkundige.

Uw arts heeft (indien van toepassing) met u de volgende onderwerpen besproken:

​​O  Aard van uw klachten
​​O  Ontstaan van uw klachten
​​O  De invloed van uw klachten op uw dagelijks leven en werk
​​O  Uw overige ziektegeschiedenis
​​O  Onderzoeken die nog moeten worden gedaan
​​O  Uw (waarschijnlijke) diagnose
​​O  De werking van neuromodulatie
​​O  Mogelijke resultaten van de test(en) en de behandeling
​​O  De testfase, waarom en hoe gebeurt dit?
​​O  Het plaatsen van de neuromodulator, de operatie en de opname
​​O  De mogelijke risico’s en complicaties.

De continentieverpleegkundige bespreekt met u:

​​O  Eventuele onduidelijkheden en vragen naar aanleiding van het gesprek met uw arts
​​O  De praktische uitvoering van de test
​​O  Uw thuissituatie
​​O  Bij wie u met uw vragen terecht kunt
​​O  Gang van zaken na de eerste test
​​O  Waar u meer informatie en lotgenotencontact kunt vinden (bijvoorbeeld: PVVN www.pvvn.nl) of youtu.be/Evega3-rZdE.

De verpleegkundige en anesthesist bespreken met u de onderwerpen:

​​O  Medische voorgeschiedenis
​​O  Narcose

23 november 2018 / 7575 / P

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.