Contact
  1. 8416-AABR-gehoorscreening
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Bij uw kind is het gehoor gescreend met de AABR-methode. Hierbij wordt met zachte geluidjes getest of het gehoor van uw kind normaal is.

Verhoogde kans op slechthorendheid

Een herhaalde onvoldoende (een ‘refer’) bij deze gehoorscreening betekent dat uw kind op het moment van screenen, niet heeft voldaan aan de eisen van de test. Uw kind kan nog te jong zijn, tijdelijk minder horen (bijvoorbeeld door water in de gehoorgang), maar kan ook een serieus gehoorverlies hebben. Na een afwijkende test is er veel meer kans op slechthorendheid.

Onderzoek

Aanvullend onderzoek is belangrijk

Uit onderzoek blijkt dat de spraak- en taalontwikkeling bij kinderen met aangeboren slechthorendheid beter gaat, als de behandeling wordt gestart voordat zij 6 maanden oud zijn. Beter dan na ontdekking en behandeling op latere leeftijd. Een goede spraak- en taalontwikkeling is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Denk aan het spelen met andere kinderen of het volgen van onderwijs. Het is dus van belang om te weten of uw kind goed hoort of niet. Na een afwijkende screening is de volgende stap vaststellen of uw kind gehoorverlies heeft. Dit gebeurt in een Audiologisch centrum of bij een gespecialiseerde KNO-afdeling (Keel-, neus- en oorheelkunde).

Audiologisch centrum (AC)

Een Audiologisch centrum is gespecialiseerd in gehooronderzoek. Ook kunnen zij multidisciplinair begeleiding geven als uw kind gehoorverlies heeft. Multidisciplinaire begeleiding houdt in dat verschillende deskundigen uw kind kunnen helpen, als er toch sprake is van gehoorverlies.

Na doorverwijzing ontvangt u thuis een vragenformulier. Zo kunt u zich voorbereiden op het onderzoek. U krijgt dan vragen over bijvoorbeeld het voorkomen van slechthorendheid in uw familie.

Onderzoek door het AC

Voor het vaststellen van de aard en hoogte van eventueel gehoorverlies zijn meerdere testen nodig. Deze testen worden meestal op een ochtend of middag achter elkaar gedaan.

Een korte beschrijving van de testen:

  • Tympanometrie
    Dit is een meting van eventueel vocht in het middenoor (achter het trommelvlies). Vooraf kan in het oor worden gekeken om na te gaan of deze verstopt is met oorsmeer.
  • Oto-Akoestische-Emissie-meting
    Na het aanbieden van een kort geluidje in het oor, komt er een soort echo terug als er geen gehoorverlies is. En dus ook geen vocht achter het trommelvlies. De meting zelf lijkt op de vochtmeting (tympanometrie), omdat ook hierbij een zacht dopje in de gehoorgang wordt gedaan. Per oor duurt het 1-3 minuten. Uw kind moet dan heel stil liggen en zelf geen geluidjes maken.

  • ABR Auditief hersenstam respons onderzoek
    Eigenlijk is dit dezelfde meting als een AABR-screening, zoals deze op de Neonatale intensive care (NICU) wordt gedaan. Alleen wordt nu met verschillende geluidsterkten getest om de mate van het gehoorverlies te bepalen. Het onderzoek kan soms een uur duren. Om het goed te kunnen doen, moet uw kind rustig liggen en het liefst slapen.

  • Observatie-audiometrie
    Dit is de enige meting waarbij uw kind goed wakker moet zijn. Na het aanbieden van geluid, wordt gekeken naar kleine reacties. Zoals een luisterhouding aannemen of wenkbrauwen optrekken. De geluiden verschillen in toonhoogte en sterkte. Bij hele jonge kinderen (tot ongeveer 8 maanden) ligt de reactiedrempel meer bij hogere geluidsterkten dan bij oudere kinderen. De meting is minder geschikt voor het bepalen van gehoorverlies. Het kan wel worden gebruikt om een indruk te krijgen van eventuele verschillen in de gehoordrempel voor lage en hoge tonen. Soms is herhaling van deze test nodig om voldoende zekerheid te krijgen.

Uil

Voorbereiding

Uw voorbereiding op het onderzoek

  • Op de dag van het onderzoek mag uw kind niet baden.
  • Neem extra voeding mee en geef uw kind vlak voor het onderzoek eten.
  • Probeer in overleg met het AC een tijd in te plannen volgens het slaapritme van uw kind.

Uitslag

Na de uitslag

Is slechthorendheid vastgesteld? Dan heeft u vast vragen over bijvoorbeeld de ernst van het gehoorverlies, de gevolgen ervan en over de behandelmogelijkheden. Het AC kan u dan adviseren. Wat kunt u bijvoorbeeld zelf doen om de (spraak- en taal) ontwikkeling van een uw kind zo goed mogelijk te laten verlopen? Als het nodig is, kan het AC ook bij jonge kinderen hoortoestellen aanpassen.

Slechthorendheid

Er zijn over het algemeen drie vormen van slechthorendheid:

  • De eerste is het gevolg van vocht achter het trommelvlies. Dit is tijdelijk of kan door een KNO-arts goed worden behandeld.
  • De tweede komt door een niet goed werkend gehoororgaan (slakkenhuis). Medisch herstel is dan helaas niet mogelijk. Maar een hoortoestel kan dan een oplossing zijn.
  • Bij de derde vorm is de verwerking van (geluid)signalen door de gehoorzenuw en hersenen anders dan normaal. Dit komt niet vaak voor.

Meer informatie

Deze folder geeft u informatie over een afwijkende neonatale gehoorscreening en diagnostisch onderzoek bij het AC of KNO-arts. Wilt u meer informatie over slechthorendheid? Dan kunt u terecht bij uw kinderarts, het AC of kijk op www.fenac.nl of www.oorakel.nl.

Wat gebeurt met de gegevens van uw kind?

Isala Zwolle verzorgt de landelijke coördinatie inzake de gehoorscreening in de NICU’s en is beheerder en eigenaar van de centrale database. Isala Zwolle heeft TNO (afdeling Child Health) ingeschakeld als verwerker van de gegevens. De registratie betreft de uitkomsten van de screening. En bij afwijkende screeningsuitslagen, ook de uitslagen van het eventuele verdere onderzoek door de audioloog en/of de KNO-arts. Doel van deze registratie is het verloop van het onderzoek naar gehoorverlies te bewaken. Ook de gegevens van uw kind kunnen een bijdrage leveren om te zorgen dat deze screening goed blijft functioneren. De geregistreerde gegevens kunnen geanonimiseerd gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek. Met uw gegevens wordt zorgvuldig omgegaan. Mocht u niet willen dat de gegevens van uw kind geregistreerd worden, dan kunt u dit weigeren. Meld dit dan bij uw kinderarts.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de afdeling waar uw kind onder behandeling is.

Zwolle

Neonatale intensive care
088 624 52 71 (dag en nacht bereikbaar)

Deze folder is ook beschikbaar in:

Laatst gewijzigd 13 juni 2022 / 8416 / L