Contact
  1. 7242-Bisfosfonaten (adjuvante therapie) borstkanker

Bijlage van het PID Borstkanker

U komt in aanmerking voor een behandeling met bisfosfonaat. Uw specialist heeft dit met u besproken. Deze behandeling krijgt u naast de behandeling met endocriene therapie. Meestal wordt het medicijn zoledroninezuur (Zometa®) voorgeschreven. Het doel van de behandeling met bisfosfonaat is het verkleinen van de kans op het ontstaan van uitzaaiingen bij borstkanker.

Sinds 2015 wordt de behandeling met bisfosfonaten gegeven met als doel de kans op uitzaaiingen te verkleinen. Bisfosfonaten worden echter al langer gebruikt. Bijvoorbeeld bij de behandeling van botontkalking (osteoporose).

Bisfosfonaten beschermen het lichaam tegen botontkalking. Dit kan nodig zijn bij:

  • vrouwen die door de borstkankerbehandeling vervroegd in de overgang raken;
  • vrouwen die behandeld worden met aromataseremmers. Dit zijn medicijnen die tot de endocriene therapie behoren. Deze medicijnen geven een groter risico op botontkalking.

Botopbouw en –afbraak

In ons lichaam wordt oud bot steeds vervangen door nieuw bot, zodat onze botten sterk en gezond blijven. In gezonde botten zijn bij dit proces twee soorten cellen actief:

  • cellen die bot aanmaken (osteoblasten);
  • cellen die bot afbreken (osteoclasten).

Onder normale omstandigheden werken deze twee soorten cellen even hard. Oud bot wordt even snel afgebroken als er nieuw bot wordt gemaakt. Als dit proces uit balans raakt, kan er teveel bot worden afgebroken. Het gevolg is dat botten zwakker worden en u meer kans heeft op botbreuken. Dit noemen we botontkalking (osteoporose).

Bisfosfonaten

Bisfosfonaten zijn medicijnen die ingrijpen op de balans tussen de cellen die bot afbreken en de cellen die bot aanmaken. Het medicijn zorgt voor een juiste balans tussen deze cellen.

Remming groei tumorcellen

Daarnaast remmen bisfosfonaten de groei van eventueel nog aanwezige tumorcellen af. Dit werkt zo: als tumorcellen zich willen delen, worden nieuwe bloedvaten aangemaakt om de tumorcellen van zuurstof en voedingsstoffen te voldoen. Bisfosfonaten gaan de vorming van deze bloedvaten tegen. Zo kunnen kwaadaardige tumorcellen zich niet ongeremd blijven delen.

Zoledroninezuur

Meestal krijgt u het bisfosfonaat zoledroninezuur (Zometa®) voorgeschreven. U krijgt zoledroninezuur toegediend via een infuus. De toediening van het medicijn duurt 15 minuten. In totaal neemt de behandeling maximaal een uur in beslag. Zoledroninezuur wordt in uw situatie 2x per jaar toegediend. Dit gebeurt gedurende 3 jaar.
Als u bestraald moet worden vanwege borstkanker, start de behandeling met zoledroninezuur ná de bestraling.

Goed om te weten:

  • De behandeling vindt plaats in het ziekenhuis, op afdeling V3.3 dagverpleging.
  • Wij raden u aan om na de eerste twee toedieningen niet zelf auto te rijden, in verband met mogelijke reacties op het infuus (zie mogelijke bijwerkingen). Als u na de eerste twee toedieningen geen acute bijwerkingen heeft, dan worden die bij de vervolg-toedieningen ook niet verwacht.
  • Het is goed om vóór en na het infuus extra te drinken, bijvoorbeeld één à twee glazen water voor die tijd en één à twee glazen na het infuus.
  • Voor een goede gezondheid van het bot is voldoende calcium en voldoende vitamine D noodzakelijk. Uw oncoloog schrijft u daarom een combinatie medicijn voor.

Bijwerkingen

Deze bijwerkingen komen vaak voor (bij 1 op 10 mensen):

  • Hoofdpijn, een griepachtig gevoel, koude rillingen, koorts, vermoeidheid, zwakte, slaperigheid, en bot-, gewrichts- en/ of spierpijn, spierkramp, spierstijfheid.
  • Misselijkheid en braken, verlies van eetlust, diarree.

Deze klachten verdwijnen meestal na enkele uren of maximaal binnen drie dagen. Na de eerste twee infusen komen deze klachten vaker voor dan bij de vervolgtoedieningen. We adviseren u om aan het einde van de dag nadat u de zoledroninezuur heeft gehad, 2 tabletten paracetamol te nemen. Dit hoeft u niet te doen als u geen klachten heeft. U mag dit herhalen tot maximaal 4x daags 2 tabletten.

  • Duizeligheid, slaperigheid. Wanneer deze klacht optreedt, moet u niet autorijden en geen machines bedienen.
  • Bindvliesontsteking van het oog, dit kan een troebel zicht geven of ontsteking van of om het oog.
  • Verandering van de nierfunctie.

Deze bijwerkingen komen soms voor (bij 1 op 100 mensen):

  • osteonecrose van de kaak;
  • onregelmatige hartslag;
  • allergische reactie: kortademigheid, zwelling van gezicht en keel.

Osteonecrose

Bij osteonecrose van het kaakbeen komt bot in het kaakbeen bloot te liggen. Osteonecrose van de kaak kan spontaan ontstaan tijdens de behandeling. Ook kan het ontstaan na een tandheelkundige ingreep, zoals het trekken van tanden. Osteonecrose kan helaas ook nog optreden na het afronden van de behandeling.

Om de kans op osteonecrose zo klein mogelijk te maken, gaat u voor de start van de behandeling naar de kaakchirurg in Isala. De kaakchirurg voert een tandheelkundige controle uit. Dit wordt een focusonderzoek genoemd.

Als de kaakchirurg vaststelt dat een tandheelkundige ingreep nodig is, wordt deze voor de start van de behandeling uitgevoerd. Een maand na de ingreep kan de eerste toediening van zoledroninezuur plaatsvinden.

Symptomen van osteonecrose kunnen zijn:

  • pijn in de mond, aan de tanden en/of aan de kaak;
  • zwelling of niet genezende, pijnlijke plekken in de mond of kaak, infecties in de mond;
  • een verdoofd of zwaar of ongewoon gevoel in de kaak of aan de tanden of kiezen;
  • het los gaan zitten van een tand.

Om de kans op osteonecrose zo klein mogelijk te maken, is het belangrijk dat u uw gebit goed verzorgt:

  • Poets uw tanden en tong na elke maaltijd en voor het slapen gaan.
  • Spoel de mond goed na.
  • Poets met een zachte borstel.
  • Houd uw mond goed vochtig, door regelmatig wat te drinken.
  • Laat uw gebit elk half jaar controleren bij de tandarts. Laat de tandarts weten dat u behandeld wordt met zoledroninezuur.
  • Als u een kunstgebit draagt: zorg dat deze goed past.
  • Stop met roken (indien van toepassing). Roken maakt de kans op osteonecrose groter. In Isala kunnen wij u helpen bij het stoppen met roken. Uw regieverpleegkundige kan u hierover meer vertellen.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent. U vindt de contactgegevens in hoofdstuk 1 van het PID Borstkanker.

28 januari 2020 / 7242 / P

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.