Contact
  1. 7051-Hartoperatie (PID): H5 Herstel thuis
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Patiënten Informatie Dossier

U heeft een grote hartoperatie gehad. U bent voldoende hersteld om naar huis te mogen. Het herstel gaat thuis verder. Hoe dat verloopt, verschilt per persoon.
In dit hoofdstuk vindt u meer informatie over klachten die kunnen ontstaan na een hartoperatie. Het gaat om klachten die normaal zijn na een hartoperatie. Ook vindt u leefregels die belangrijk zijn voor uw herstel thuis.

Normale klachten na de operatie

Na een hartoperatie kunnen er allerlei klachten optreden.

  • U kunt uw aandacht ergens slecht bijhouden. Lezen is moeilijker. Een paar regels achter elkaar lezen kan al lastig zijn. Ook een verhaal volgen kan moeilijk zijn. Net als dingen onthouden. Ook kunt u meer dingen vergeten.
  • U kunt zich slap voelen en moe zijn. Dit is normaal na een grote operatie. Dit komt doordat u lichamelijk en geestelijk nog niet fit genoeg bent.
  • Plotseling boos worden of huilen zonder reden is normaal.

Door het doen van gewone activiteiten, verdwijnen deze klachten vanzelf.

Bijna iedereen is na een hartoperatie van slag. Ook uw partner kan van slag zijn. Deze verschijnselen verdwijnen na een tijdje vanzelf. Mocht dit niet het geval zijn, ga dan in gesprek met uw huisarts of de hartrevalidatieverpleegkundige.

Borstbeen

Als het borstbeen tijdens de operatie is doorgezaagd, worden de beide helften van het borstbeen weer stevig aan elkaar vastgemaakt met roestvrijstalen draden. Deze draden blijven meestal voor altijd zitten.
De beide helften van het borstbeen kunnen niet van elkaar schuiven. U kunt dus gewoon op uw zij, rug of buik liggen.
Het duurt ongeveer drie maanden voordat uw borstbeen helemaal genezen is.

In de eerste zes weken na de operatie raden wij u aan om de druk op uw borstbeen te beperken:

  • til geen zware dingen;
  • laat de hond niet zelf uit;
  • doe geen zwaar huishoudelijk werk, zoals ramenlappen of stofzuigen.

Hoesten, niezen en persen blijven de eerste weken soms gevoelig.
Na zes weken is uw borstbeen zover genezen, dat u de meeste dagelijkse activiteiten weer kunt doen.

Been- of armwond

Voor het maken van omleidingen wordt vaak de borstwandslagader, armslagader en/of een ader uit een been gebruikt. De ader uit het been of de arm wordt meestal via een kijkoperatie verwijderd. Dan heeft u kleine wondjes.

  • Als de armslagader is gebruikt, moet u zes maanden medicijnen gebruiken tegen vaatkrampen.
  • Van de beenwond kunt u de eerste weken nog klachten hebben. Vooral bij de knie en de enkel kan het litteken van de wond de eerste weken een stekende pijn geven. Tijdens lopen kan de wond trekken.
  • Bij het verwijderen van de ader uit het been komt het soms voor dat een kleine huidzenuw wordt beschadigd. Hierdoor kan er een gevoelloze plek op uw scheenbeen en enkel ontstaan. Deze plek wordt langzaam kleiner. Vaak blijft een klein deel van de huid van het been vreemd aanvoelen. Dit kan vervelend zijn. U hoeft zich er geen zorgen over te maken.
  • In de eerste weken na de operatie kan het been dik worden. Vocht kan moeilijk uit het been naar het hart worden afgevoerd. Dit komt omdat de ader die uit het been is genomen, niet vervangen wordt. Andere aderen in het been nemen deze taak over. Dit kost tijd.
  • Voor een goede genezing is het belangrijk dat u een elastische kous draagt. U krijgt deze van het ziekenhuis.
    U moet deze kous ‘s ochtends voor het opstaan aandoen.
    ’s Nachts draagt u de kous niet.
    U draagt de kous zes weken. Daarna heeft de bloedsomloop van het been zich aan de nieuwe situatie aangepast en hoeft u de kous niet meer te dragen.
    Naast het dragen van een steunkous is het verstandig uw been regelmatig hoog te leggen als u zit.
    U kunt de kous wassen in de wasmachine op maximaal 90 graden.

Borstwond, beenwond, armwond en lieswond

  • De wonden van de operatie zijn meestal dicht als u naar huis gaat. Als er een kleine hoeveelheid vocht uit de wond lekt, kunt u een droog steriel gaas op de wond leggen. Het gaas maakt u vast met een pleister. Gebruik geen poeders of zalfjes op de wond.
  • Als de wondranden op bepaalde plekken uit elkaar gaan staan of als er een draadje van een hechting te zien is, trek er dan niet aan.
  • De hechtingen lossen vanzelf op in ongeveer zes weken.
  • Meestal geeft de armwond en/of beenwond geen klachten en is er geen speciale zorg nodig. Voor alle wonden geldt dat er blauwe plekken kunnen ontstaan. Het duurt een aantal weken voordat deze weggetrokken zijn.
  • Wij raden vrouwen aan om overdag en ‘s nachts een beha zonder beugels te dragen. Hierdoor geneest het litteken op de borst mooier.
  • Waar de drains gezeten hebben, zitten hechtingen. Deze hechtingen mogen acht tot tien dagen na de operatie verwijderd worden bij de huisarts. De datum waarop dit gebeurt, krijgt u mee van de verpleegkundige.
  • Als u geopereerd bent met de Da Vinci-robot, heeft u een wond in de lies waar de hartlongmachine op aangesloten was. De wond wordt dichtgemaakt met oplosbare hechtingen.
  • U kunt gewoon elke dag douchen. Het is beter om de eerste twee weken na ontslag niet in bad te gaan.
Let op
Als er ontstekingen in of bij de wond ontstaan (warm/rood/pus/zwelling), bel dan altijd naar het telefoonnummer dat u meekrijgt bij ontslag.

Spierpijn

Spierpijn na de operatie is heel normaal. U kunt spierpijn hebben in uw nek, rug, ribben en rond uw schouders. Dit komt doordat de randen van het borstbeen of de ribben tijdens de operatie uit elkaar geduwd worden om bij het hart te komen. De spierpijn wordt langzaam minder. Dit kan wel zes tot acht weken duren.

Leefregels

Voor een zo goed mogelijke genezing na de operatie zijn de volgende leefregels voor u belangrijk:

Bewegen en rust

  • U speelt zelf een grote rol bij uw genezing. Elke dag bewegen is belangrijk. Het is wel anders dan in het ziekenhuis. In het ziekenhuis kon u meteen uw vragen stellen. Onze medewerkers keken dan met u mee. Zij zorgden ervoor dat u niet te veel bewoog, maar ook niet te weinig. Thuis moet u het alleen of met uw familie doen. Veel mensen doen het dan maar ‘voorzichtig aan’.
  • Als u in het ziekenhuis al goed kon lopen, raden we u aan om de eerste dagen thuis in uw eigen tempo en naar eigen kunnen te wandelen. Licht huishoudelijk werk mag u ook doen. Luister naar uw lichaam, u voelt zelf het beste wat u kunt.
  • Om sneller beter te worden is het meestal nodig dat u elke dag uw activiteit iets vergroot. Bouw het op in stapjes. Een beetje moe worden mag, maar overdrijf het niet. Dit geldt voor uw lichamelijke, geestelijke en sociale activiteiten.
  • Probeer de eerste tijd niet te veel mensen op bezoek te laten komen. Probeer stress te voorkomen. Na de operatie is het niet nodig ‘s ochtends lang in bed te blijven liggen. Ook ‘s avonds vroeg naar bed gaan hoeft niet. Wel is het verstandig tussen de middag te rusten.
  • Ook als u weer thuis bent, blijft het belangrijk om goed en voldoende eiwitrijk te eten en te drinken. Dit versnelt het beter worden en helpt het genezen van de wond. Ook werkt het goed tegen vermoeidheid.

Sporten

  • De meeste mensen hebben weinig lichamelijke beperkingen na een hartoperatie.
  • Voor een goede genezing van uw borstbeen mag u de eerste zes weken na de operatie nog niet sporten. Wanneer u weer kunt sporten hangt af van de genezing en hoe fit u was voor de operatie. U kunt dit het beste bespreken met de hartrevalidatieverpleegkundige. Dat geldt ook voor zwemmen.
  • Normaal gesproken kunt u uw conditie langzaam opbouwen naar uw sportniveau van voor de operatie. Het hartrevalidatieprogramma helpt u daarbij.

Alcohol

Een hartoperatie is geen reden om geen alcohol meer te drinken. Minder alcohol drinken is wel verstandig. Alcohol versterkt de werking van de medicijnen Sintrommitis en Marcoumar. Het drinken van één tot twee glazen alcohol per dag is niet van invloed op deze medicijnen. Maar alcohol kan wel de werking van deze medicijnen veranderen.

Roken

Onderzoek heeft aangetoond dat roken slecht is voor de gezondheid. Vooral voor hart en vaten. Wij raden het roken daarom af. Isala Harthuis kan u verder helpen bij het stoppen met roken. U kunt dit ook bespreken met uw huisarts of uw cardioloog. Bij Isala Harthuis kunt u het Stoppen met Roken programma volgen.

Fietsen, autorijden en zwemmen

Het borstbeen moet rustig genezen. Daarom mag u de eerste zes weken niet zelf fietsen of autorijden in het verkeer. U mag ook niet zwemmen.

Fietsen

  • Als u zich goed genoeg voelt, kunt u zes tot acht weken na de operatie proberen te fietsen. Wij raden aan alleen te fietsen op vlakke wegen. Dit is minder zwaar voor uw borstbeen.
  • U mag meteen na ontslag uit het ziekenhuis wel thuis op een hometrainer fietsen.
  • Als u met de Da Vinci-robot bent geopereerd, mag u na twee weken weer fietsen en sporten.

Autorijden

  • Kunt u zich weer goed concentreren en heeft u geen spierpijn meer? Dan kunt u zes weken na de operatie weer autorijden. Begin hiermee in rustig verkeer.
  • Wilt u ondanks dit advies toch binnen zes weken gaan autorijden, neem dan eerst contact op met uw verzekeraar.
  • Na een operatie met de Da Vinci-robot of na een TAVI (aortaklepoperatie) mag u vier weken na de operatie weer autorijden.

Zwemmen

  • Ongeveer zes tot acht weken na de operatie kunt u weer zwemmen.
  • Bent u met de Da Vinci-robot geopereerd, dan mag u na vier weken zwemmen. Alle wonden moeten dan wel dicht en genezen zijn.

Zonnebank

We raden u aan om de eerste vier tot zes weken na de operatie geen gebruik te maken van de zonnebank. Door de zonnebank kan een lelijk litteken ontstaan.

Wandelen

Nadat u naar huis gaat, mag u elke dag gaan wandelen. Doe dit alleen bij normaal weer. Dus niet bij guur weer. Kleedt u ook goed aan. Hoe vaak u gaat wandelen, kunt u zelf naar wens uitbreiden.

Vrijen

Vrijen levert geen extra risico op voor het hart. U kunt dus gewoon vrijen als u en uw partner er weer aan toe zijn.

Weer aan het werk

  • Meestal kunt u tussen de drie en zes maanden na de operatie weer aan het werk. Dit hangt af van het soort werk dat u doet. U voelt zelf het beste aan wanneer u weer aan werken toe bent.
  • Bespreek op tijd met uw werkgever, bedrijfsarts, huisarts en cardioloog wat er mogelijk is. Vaak is het verstandig eerst halve dagen te werken en dit langzaam uit te breiden.

Vakantie

Als u zonder problemen geneest, is ongeveer zes weken na de operatie een vakantie heel goed mogelijk. Beperkingen zijn er niet. Wel is het verstandig om dit van tevoren met uw huisarts, cardioloog en de trombosedienst te overleggen. Als u besluit op vakantie te gaan, doe dan de eerste dagen rustig aan. Bekijk zelf wat u aankunt.

Diabetes

Als u diabetes heeft, kunnen de bloedsuikers verstoord raken. Houdt dat thuis ook in de gaten. Bespreek dit als het nodig is met uw huisarts.

Griepprik

De eerste twee weken na de operatie mag u geen griepprik krijgen. Door de operatie is uw weerstand minder dan normaal. U ben dan niet fit genoeg om deze vaccinatie te krijgen.

Medicijnen

Na uw hartoperatie moet u medicijnen gebruiken. Medicijnen zijn nuttig, maar kunnen ook bijwerkingen hebben. Informatie over de verschillende medicijnen die bij hartziekten vaak worden voorgeschreven, kunt u vinden op de website van de Nederlandse Hartstichting.

  • Na ontslag krijgt u een recept mee voor de medicijnen die u thuis gaat gebruiken. De medicijnen haalt u op bij de Isala apotheek of bij uw eigen apotheek.
  • Van uw apotheek ontvangt u een actueel medicatieoverzicht. Neem dit overzicht altijd mee naar een bezoek aan een arts of apotheek. Het is een handig hulpmiddel bij overleg met uw huisarts, arts en apotheker.
  • Zet de naam van een nieuw medicijn dat u krijgt voorgeschreven op uw medicatieoverzicht. Streep medicijnen die u niet meer gebruikt door.
Let op 
Verkeerd gebruik van medicijnen kan tot ernstige schade leiden. Daarom is het volgende belangrijk:
1. Verander nooit zelf de dosering.
2. Stop niet zelf met de voorgeschreven medicijnen.
3. Begin niet opnieuw met eerder gebruikte medicijnen zonder overleg met uw (huis)arts.
4. Gebruik geen medicijnen van een ander, ook al heeft deze persoon dezelfde klachten.
5. De tijden waarop u de medicijnen moet gebruiken, staan op het medicatieoverzicht.

Bloedverdunners

Misschien blijft u na ontslag uit het ziekenhuis medicijnen gebruiken die de stolling van het bloed remmen. Hierdoor wordt voorkomen dat stolsels ontstaan in omleidingen (‘bypasses’) of op de hartkleppen. Welke medicijnen worden voorgeschreven, hangt van meerdere zaken af.
Bij het gebruik van bloedverdunnende medicijnen kunt u meer bloeden. Dit merkt u bij wondjes. Ook kunt u grotere blauwe plekken krijgen of kleine bloedingen aan uw tandvlees na het tandenpoetsen.

Let op
Als er bloed in uw urine of ontlasting zit, moet u contact opnemen met de trombosedienst (als u daar bekend bent) of met uw huisarts.

Trombosedienst

  • De trombosedienst controleert regelmatig het bloed van mensen die de medicijnen Sintrommitis of Marcoumar gebruiken. Dit is belangrijk om de hoeveelheid bloedverdunners die u moet gebruiken te bepalen. De hoeveelheid tabletten die wordt voorgeschreven kan wisselen.
  • Niet alle geneesmiddelen kunnen samen met Sintrommitis en Marcoumar worden gebruikt. Aspirine mag u niet samen met Sintrommitis en Marcoumar gebruiken, paracetamol wel. Overleg bij twijfel met uw huisarts.

Extra informatie voor hartkleppatiënten

Voor patiënten die een operatie aan de hartklep hebben gehad, volgt hieronder nog extra informatie:

Landelijke registratie hartkleppen

De landelijke Stichting Medic Alert Nederland houdt van patiënten bij wie welke kunstklep heeft. Het is belangrijk om precies te weten welk merk, type en serienummer hartklep u heeft. Bij spoed kan deze stichting namelijk persoonlijke medische informatie geven. Zo is het mogelijk u op te sporen als er ineens problemen ontstaan met een bepaalde serie hartkleppen. Als u bezwaar heeft tegen het vastleggen van uw persoonlijke gegevens, kunt u dit melden bij de zaalarts.

Bescherming met antibiotica

Wanneer u aan een hartklep geopereerd bent of een kunstklep gekregen heeft, is het belangrijk dat u antibiotica krijgt bij medische ingrepen, verwondingen of behandelingen aan uw tanden en kiezen. Een gerepareerde hartklep of kunstklep kan ontstoken raken als er bacteriën in het bloed komen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren bij verwondingen, zoals een grote schaafwond, of bij diepere wonden die gehecht moeten worden. U moet dan korte tijd tegen eventuele ontstekingen beschermd worden. Het is daarom belangrijk dat u uw tandarts en andere behandelende artsen vertelt, dat u een hartklepoperatie heeft gehad en dat bescherming met antibiotica nodig is.

Sintrommitis en Marcoumar

Patiënten waarbij een hartklep is vervangen met een mechanische klepprothese, moeten altijd en voor de rest van hun leven het medicijn Sintrommitis of Marcoumar gebruiken. U blijft dus ook de rest van uw leven onder controle van de trombosedienst.

Wanneer belt u de arts?

U neemt contact op met uw arts van Isala bij:

  • temperatuurverhoging;
    Bij een temperatuur van meer dan 38,5 graden Celsius (opgenomen via de anus).
  • wondproblemen;
    Als de wonden rood of dik worden, pijn doen of als er helder of troebel vocht uit de wond komt.
  • onregelmatige en snelle hartslag;
    Als u last heeft van een snelle en/of onregelmatige hartslag, waarbij u zich niet goed voelt.
  • pijn;
    Bij het ontstaan van pijn op de borst zoals voor de operatie, maar ook als de pijn van de borst- of beenwond erger wordt of verandert.
  • kortademigheid;
    Bij vertrek uit het ziekenhuis is het normaal dat u nog wat kortademig bent. Soms al na een beetje inspanning. Meestal wordt het vrij snel minder. Als dit thuis toch erger wordt, moet u contact opnemen.
  • hoesten;
    Bij meer hoesten of meer opgeven van gele of groene slijm, zeker als u dan ook nog koorts heeft.

Contact

Tijdens de eerste tien dagen na ontslag uit het ziekenhuis belt u bij bovenstaande problemen met:

  • Secretariaat Thoraxchirurgie, (038) 424 28 66 (bereikbaar op maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur);
  • Isala, (038) 424 50 00 (buiten kantooruren en in weekenden, vraag naar de arts die dan dienst heeft).

Na de eerste tien dagen kunt u contact opnemen met uw huisarts of de huisartsenpost.

Laatst gewijzigd 23 maart 2021 / 7051 / P