Contact
  1. 8535-Bisfosfonaten (palliatieve therapie)
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Bijlage van het PID Borstkanker

U komt in aanmerking voor een behandeling met bisfosfonaat. Uw specialist heeft dit met u besproken. Meestal wordt het medicijn zoledroninezuur (Zometa®) voorgeschreven. Het doel van de behandeling met bisfosfonaat is preventie van botcomplicaties als gevolg van botuitzaaiingen.

Bisfosfonaten verlaagt het risico op:

  • botpijn
  • botbreuken
  • verdrukking van het ruggenmerg
  • bestraling of operatie van het bot
  • botontkalking

Botopbouw en –afbraak

In ons lichaam wordt oud bot steeds vervangen door nieuw bot, zodat onze botten sterk en gezond blijven. In gezonde botten zijn bij dit proces twee soorten cellen actief:

  • cellen die bot aanmaken (osteoblasten);
  • cellen die bot afbreken (osteoclasten).

Onder normale omstandigheden werken deze twee soorten cellen even hard. Oud bot wordt even snel afgebroken als er nieuw bot wordt gemaakt. Als dit proces uit balans raakt, kan er teveel bot worden afgebroken. Het gevolg is dat botten zwakker worden en u meer kans heeft op botbreuken. Dit noemen we botontkalking (osteoporose).

Wat zijn bisfosfonaten

Bisfosfonaten zijn medicijnen die ingrijpen op de balans tussen de cellen die bot afbreken en de cellen die bot aanmaken. Het medicijn zorgt voor een juiste balans tussen deze cellen.

Zoledroninezuur

Meestal krijgt u het bisfosfonaat zoledroninezuur (Zometa®) voorgeschreven. U krijgt zoledroninezuur toegediend via een infuus. De toediening van het medicijn duurt 15 minuten. In totaal neemt de behandeling maximaal een uur in beslag. Zoledroninezuur wordt in uw situatie 2x per jaar toegediend. Dit gebeurt gedurende 3 jaar.

Goed om te weten:

  • De behandeling vindt plaats op de dagbehandeling in het ziekenhuis. In sommige situaties is ook thuis toediening mogelijk.
  • Wij raden u aan om na de eerste twee toedieningen niet zelf auto te rijden, in verband met mogelijke reacties op het infuus (zie mogelijke bijwerkingen). Als u na de eerste twee toedieningen geen acute bijwerkingen heeft, dan worden die bij de vervolg-toedieningen ook niet verwacht.
  • Het is goed om vóór en na het infuus extra te drinken, bijvoorbeeld één à twee glazen water voor die tijd en één à twee glazen na het infuus.
  • Voor een goede gezondheid van het bot is voldoende calcium en voldoende vitamine D noodzakelijk. Uw oncoloog schrijft u daarom een combinatie medicijn voor.

Bijwerkingen

Deze bijwerkingen komen vaak voor (bij 1 op 10 mensen):

  • Hoofdpijn, een griepachtig gevoel, koude rillingen, koorts, vermoeidheid, zwakte, slaperigheid, en bot-, gewrichts- en/ of spierpijn, spierkramp, spierstijfheid.
  • Misselijkheid en braken, verlies van eetlust, diarree.

Deze klachten verdwijnen meestal na enkele uren of maximaal binnen drie dagen. Na de eerste twee infusen komen deze klachten vaker voor dan bij de vervolgtoedieningen. We adviseren u om aan het einde van de dag nadat u de zoledroninezuur heeft gehad, 2 tabletten paracetamol te nemen. Dit hoeft u niet te doen als u geen klachten heeft. U mag dit herhalen tot maximaal 4x daags 2 tabletten.

  • Duizeligheid, slaperigheid. Wanneer deze klacht optreedt, moet u niet autorijden en geen machines bedienen.
  • Bindvliesontsteking van het oog, dit kan een troebel zicht geven of ontsteking van of om het oog.
  • Verandering van de nierfunctie.

Deze bijwerkingen komen zelden voor (bij 1 op 100 mensen):

  • onregelmatige hartslag;
  • allergische reactie: kortademigheid, zwelling van gezicht en keel.

Deze bijwerking komt zeer zelden voor (bij <1 op 100 mensen):

  • osteonecrose van de kaak

Wat is osteonecrose?

Bij osteonecrose van het kaakbeen komt bot in het kaakbeen bloot te liggen. Osteonecrose van de kaak kan spontaan ontstaan tijdens de behandeling. Ook kan het ontstaan na een tandheelkundige ingreep, zoals het trekken van tanden. Osteonecrose kan helaas ook nog optreden na het afronden van de behandeling.

Symptomen van osteonecrose kunnen zijn:

  • pijn in de mond, aan de tanden en/of aan de kaak;
  • zwelling of niet genezende, pijnlijke plekken in de mond of kaak, infecties in de mond;
  • een verdoofd of zwaar of ongewoon gevoel in de kaak of aan de tanden of kiezen;
  • het los gaan zitten van een tand.

Om de kans op osteonecrose zo klein mogelijk te maken, is het belangrijk dat u uw gebit goed verzorgt:

  • Poets uw tanden en tong na elke maaltijd en voor het slapen gaan.
  • Spoel de mond goed na.
  • Poets met een zachte borstel.
  • Houd uw mond goed vochtig, door regelmatig wat te drinken.
  • Laat uw gebit elk half jaar controleren bij de tandarts. Laat de tandarts weten dat u behandeld wordt met zoledroninezuur.
  • Als u een kunstgebit draagt: zorg dat deze goed past.
  • Stop met roken (indien van toepassing). Roken maakt de kans op osteonecrose groter. In Isala kunnen wij u helpen bij het stoppen met roken. Uw regieverpleegkundige kan u hierover meer vertellen.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent. U vindt de contactgegevens in hoofdstuk 1 van het PID Borstkanker.

Laatst gewijzigd 5 augustus 2022 / 8535 / P