Contact
  1. 6046-Biopsie van een hersentumor
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Bijlage van het PID Hersentumor

Bij een biopsie wordt een stukje weefsel van een hersenafwijking weggenomen om te bepalen om welke afwijking het precies gaat. De neurochirurg en neuroloog hebben in overleg met u afgesproken om deze biopsie uit te voeren. In deze bijlage leest u meer over de opname en de operatie.

Voorbereiding

De neurochirurg bespreekt met u de reden van een biopsie, de risico’s en de te verwachten opnameduur. Ook het gebruik van medicijnen wordt besproken.

U moet voor de operatie ook met het gebruik van sommige medicijnen stoppen Dit geldt vooral voor medicijnen die van invloed zijn op de bloedstolling en sommige pijnstillers. De neurochirurg en/of anesthesioloog vertelt u of en zo ja, met welk medicijn u moet stoppen.

Problemen

Bij elke operatie bestaat een risico op problemen. De kans op problemen bij een biopsie hangt samen met de plaats en de grootte van de afwijking in het hoofd. Problemen kunnen blijvende gevolgen hebben. Mogelijke gevolgen zijn:

  • verlammingen
  • problemen met praten
  • bloeding
  • ontsteking
  • overlijden.

De neurochirurg bespreekt met u de kans op problemen voor uw situatie.

Meer handige informatie en tips over de opname in Isala vindt u in de brochure 'Opname in Isala'.

Opname

De dag vóór de operatie

Op de dag voor de operatie vinden de volgende voorbereidingen plaats:

  • De verpleegkundige meet uw polsslag, bloeddruk en temperatuur.
  • Mocht u vóór de opname nog geen preoperatief onderzoek hebben gehad, dan vindt dat op de dag voor de operatie alsnog plaats.
  • Er wordt bloed bij u afgenomen. Ook wordt een MRI-scan gemaakt.
  • U wast uw haar of hoofdhuid met Betadine shampoo, zodat de hoofdhuid goed gereinigd is voor de operatie. U krijgt deze shampoo van de verpleegkundige.
  • U krijgt na overleg met de anesthesioloog een slaaptablet voor een goede nachtrust, als u dat wilt.

De operatiedag

Voor de operatie vinden de volgende voorbereidingen plaats:

  • Vanaf 24.00 uur ’s nachts bent u nuchter voor de operatie.
  • Vóór de operatie moet u zich douchen. Uw haar of hoofdhuid wast u nog een keer met Betadine shampoo.
  • U mag geen deodorant of make-up gebruiken. U moet nagellak verwijderen en sieraden af doen.
  • Een uur voor de operatie krijgt u operatiekleding aan: een blauw hemdje en een papieren onderbroek.
  • U krijgt paracetamol en eventueel een rustgevend tabletje, als de anesthesioloog dat met u heeft afgesproken.
  • Een eventuele gebitsprothese, gehoorapparaat of bril doet u uit/af nadat u de rustgevende medicijnen heeft ingenomen of als u weggebracht wordt.
  • Als u aan de beurt bent, brengen de verpleegkundigen van de afdeling u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer (holding). Daar wordt u op de operatietafel geholpen en naar de operatiekamer gereden.
  • De anesthesieassistent sluit u aan op de hartbewaking (monitor). U krijgt een bloeddrukband om en een infuus in uw arm. Via het infuus worden narcosemiddelen ingespoten. Deze middelen werken zeer snel. U wordt volledig verdoofd en valt tijdelijk in een diepe slaap.

De operatie

Tijdens de biopsie wordt een gaatje met een boor in de schedel gemaakt. Met een naald worden via dat gaatje kleine stukjes weefsel van de afwijking weggenomen.

Tijdens de operatie maakt de neurochirurg gebruik van neuronavigatie. Voor de operatie wordt een speciale MRI gemaakt. Tijdens de operatie wordt met camera’s vastgelegd waar de neurochirurg precies opereert. Deze beelden worden gekoppeld met de MRI-beelden. Op die manier krijgt de neurochirurg heel precies informatie over de plaats van de afwijking en de plaats waar hij opereert.

De operatie duurt ongeveer 30 minuten. De stukjes weggenomen weefsel worden door de patholoog onderzocht om te bepalen om welke afwijking het gaat.

Na de operatie

Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer (recovery). De verpleegkundige van de recovery neemt contact op met uw contactpersoon om te vertellen dat de operatie achter de rug is.

U ligt aan een monitor, zodat de verpleegkundige uw hartslag, ademhaling en bloeddruk kan controleren. Ook worden er regelmatig (neurologische) controles uitgevoerd. Er wordt getest of en wanneer u de ogen opent, hoe de bewegingen zijn en hoe u praat.
U heeft een infuus en mogelijk een zuurstofslangetje. Op uw hoofd heeft u een wondje op de plaats waar het boorgaatje is gemaakt.

Als u pijn heeft of misselijk bent, kunt u dit melden bij de verpleegkundige. De verpleegkundige vraagt hoeveel pijn u heeft. U geeft dit aan via een pijnscore: een cijfer tussen de 1 en 10. Zij geeft u medicijnen tegen de pijn als dat nodig is.

Op de verpleegafdeling

Als alle controles in orde zijn, wordt u opgehaald door de verpleegkundigen van de verpleegafdeling. Ook op de verpleegafdeling worden de neurologische functies regelmatig beoordeeld.

Als u niet misselijk bent, mag u weer eten en drinken. Het infuus wordt, afhankelijk van hoe u zich voelt, zo snel mogelijk verwijderd. Als u het lichamelijk aankunt, mag u uit bed. De eerste keer is de verpleegkundige hierbij aanwezig.

De verpleegkundige belt uw contactpersoon, zodra u weer op de verpleegafdeling bent en overlegt wanneer u bezoek kunt ontvangen. Normaal gesproken gelden de vaste bezoektijden van Isala.

Voorbereiding op ontslag

In principe mag u de dag na de operatie weer naar huis. De arts en verpleegkundige bespreken met u of u thuis nog extra hulp nodig heeft bij uw verzorging of bij het huishouden. Als u hulp nodig heeft bij het aanvragen van thuiszorg, dan kan dit via het Isala Transferbureau. Hierover kunt u meer lezen in de folder ‘Zorg na ziekenhuisopname’.

Dag van ontslag

De verpleegkundige bespreekt met u hoe laat u naar huis kunt. Voordat u naar huis gaat, heeft u nog een ontslaggesprek met een verpleegkundige. De verpleegkundige bespreekt dan met u de informatie uit de folder 'Adviezen na een hoofdoperatie'.

Uitslag weefselonderzoek en vervolg

De uitslag van het weefselonderzoek is over het algemeen binnen tien dagen bekend.

Regelmatig vindt nog aanvullend onderzoek van het weefsel plaats in een ander laboratorium. Het kan dan twee tot drie weken duren voor de volledige uitslag bekend is. De duur van dit onderzoek zegt niets over de ernst van de aandoening.

Vaak wordt de uitslag besproken in een multidisciplinair overleg. Verschillende artsen bespreken daar samen de resultaten en doen een voorstel voor vervolgbehandeling en/ of controle.

De neuroloog bespreekt de uitslag van het weefselonderzoek met u, het liefst waar uw naasten bij zijn. Hij doet een (voorlopig) voorstel voor vervolgbehandeling en/of controle, als dat nodig is.

Laatst gewijzigd 15 oktober 2021 / 6046 / P