Contact
  1. 8379-Longkanker (PID): H3 Doelgerichte therapie
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Patiënten Informatie Dossier

De longarts heeft tijdens een onderzoek kankercellen bij u weggehaald. Deze kankercellen worden door de patholoog onderzocht. Uit dit onderzoek is gebleken dat u behandeld kunt worden met doelgerichte therapie. In dit hoofdstuk leest u meer over doelgerichte therapie.

In dit hoofdstuk kunt u lezen:

  • wat doelgerichte therapie is;
  • waar u op moet letten;
  • tips bij eventuele bijwerkingen;
  • wanneer en hoe u contact op kunt nemen met het ziekenhuis bij vragen of klachten;
  • informatie over seksualiteit en vruchtbaarheid.

Wat is Doelgerichte therapie?

Doelgerichte therapie kan gegeven worden bij een aantal mutaties. Deze therapie bestaat uit het slikken van tabletten. Er wordt veel onderzoek gedaan naar doelgerichte therapie bij longkanker. De meest voorkomende mutaties waarvoor we een doelgerichte therapie hebben zijn:

  • de EGFR mutatie;
  • de ALK mutatie.

Als er een mutatie wordt gevonden die minder vaak voorkomt, kan de longarts u doorverwijzen naar een academisch ziekenhuis. Daar kunt u dan behandeld worden met een doelgerichte therapie voor die mutatie.

EGFR mutatie

Bij een EGFR mutatie blijven cellen zich delen, waardoor er kanker ontstaat. Deze mutatie komt bij ongeveer één op de tien patiënten met uitgezaaide niet-kleincellige longkanker voor. Longkankercellen met een EGFR-mutatie reageren vaak goed op behandeling met medicijnen die de werking van EGFR blokkeren. Deze medicijnen krijgt u in de vorm van tabletten. De regieverpleegkundige geeft u informatie over de EGFR-remmer, die de longarts u heeft voorgeschreven.

ALK mutatie

ALK is een eiwit dat aanwezig is in gezonde cellen. Door een verandering in het DNA (ALK mutatie) blijven de cellen delen, waardoor er kanker ontstaat. Longkankercellen die positief zijn voor ALK reageren vaak goed op behandeling met medicijnen die de werking van ALK blokkeren. Uw regieverpleegkundige geeft u informatie over de medicijnen die de longarts u heeft geschreven.

Bijwerkingen

Huidklachten

Door de behandeling met een doelgerichte therapie kunt u verschillende huidklachten krijgen. we geven u een aantal tips. 

Droge en/ of jeukende huid

  • Smeer uw huid dagelijks in met een vette crème, bijvoorbeeld Cetomacrogol- of Lanettecrème (met of zonder vaseline).
  • Voorkom uitdroging van de huid door minder vaak en korter te douchen met lauwwarm water.
  • Gebruik geen zeep, maar ongeparfumeerde douche-olie (amandelolie).
  • Gebruik bij jeuk een koelzalf, mentholpoeder of mentholzalf.
  • Bescherm uw huid tegen de zon door een pet, hoed of kleding met lange mouwen te dragen. Smeer uw huid in met een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor.

Huiduitslag

Door de behandeling kunt u huiduitslag krijgen: roodheid, vlekken, puistjes, pukkels of blaasjes. Dit kunt u krijgen op uw hele huid of alleen op bepaalde plekken.  

  • Ga niet in de zon zitten en bescherm de huid met kleren en zonnebrandcrème.
  • Voorkom uitdroging van de huid; lees de tips om een droge huid te voorkomen.
  • Met mentholgel kunt u uw huid verkoeling geven.
  • Nat scheren wordt afgeraden, omdat daardoor sneller wondjes ontstaan. Maak uw scheerapparaat regelmatig schoon met alcohol (70 procent), dan gaat uw huid minder snel ontsteken.

Puistjes

U kunt door de behandeling last krijgen van puistjes. Dit kunt u vrij snel na het starten van de behandeling krijgen. De puistjes komen vooral voor in het gezicht, op de borst, de rug, armen en benen. Als de puistjes weg zijn, kunnen er bruine vlekjes ontstaan: pigmentvlekjes. De kans hierop wordt vergroot door zonlicht.
Het is belangrijk de puistjes op tijd te behandelen met speciale zalf om ontstekingen te voorkomen. Deze puistjes mogen niet behandeld worden met anti-acné middelen.

  • Neem bij het ontstaan van de puistjes direct contact op met uw behandelend arts of regieverpleegkundige.
  • Laat uw huid zoveel mogelijk met rust, probeer niet te krabben.
  • Was uw huid met lauw water en gebruik géén zeep.
  • Dep de huid voorzichtig droog.
  • Draag zoveel mogelijk katoenen kleding; dit irriteert de huid minder dan synthetische stoffen.

Nagelproblemen

  • Knip uw nagels recht, maar niet te kort af.
  • Scheur gebroken of gescheurde nagels niet af, maar gebruik een vijltje of nagelschaartje.
  • Vijl in één richting op, niet heen-en-weer. De kans op scheurtjes is dan kleiner.
  • U kunt uw nagels gewoon lakken.
  • Gebruik liever geen kunstnagels. Ze kunnen uw nagels beschadigen. Bovendien is de lijm en remover die u nodig heeft, niet goed voor uw nagels.
  • Smeer uw nagelriemen in met een ontsmettende crème, zoals een nagelriemcrème.
  • Gebruik een nagelverharder, beschermende nagellak of pleisters.

Oogklachten

U kunt door de chemotherapie last krijgen van droge, prikkende of tranende ogen. Als u contactlenzen draagt, kunt u hier sneller last van krijgen. 

Soms merken mensen dat ze minder scherp zien tijdens de behandeling. Als u dit merkt, meld dit dan tijdens een volgend controlebezoek aan uw arts of regieverpleegkundige. Met het aanpassen van de sterkte van uw bril of contactlenzen kunt u beter wachten tot ongeveer 6 weken na de laatste chemotherapie.

Diarree

Diarree is een waterige dunne ontlasting waarvoor u meer dan 4 keer per dag naar het toilet moet. De diarree komt door irritatie van het slijmvlies van de darm. Bij diarree worden voedingsstoffen in de darmen minder goed opgenomen.

In hoofdstuk 4 (voeding) van uw PID vindt u tips met betrekking tot eten en drinken bij diarree.

Neem bij de volgende klachten contact op met uw behandeld arts of regieverpleegkundige:

  • als u diarree heeft die langer dan 24 uur aanhoudt;
  • als er bloed bij de diarree zit;
  • als u diarree heeft én over moet geven.

Verminderde aanmaak van bloedcellen

Tijdens de behandeling wordt uw bloed regelmatig onderzocht. Zo kijken we wat de doelgerichte therapie doet met uw beenmerg. Beenmerg zit binnenin uw botten, vooral in uw bekken, borstbeen, ribben en ruggenwervels. In het beenmerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Als uw bloedcellen niet voldoende hersteld zijn, kan de volgende chemotherapie worden uitgesteld. U kunt ook een medicijn krijgen wat de aanmaak van nieuwe bloedcellen ondersteunt.

Er zijn 3 soorten bloedcellen:

  • De witte bloedcellen (leukocyten). Zij zorgen voor de afweer tegen ontstekingen.
  • De bloedplaatjes (trombocyten). Zij hebben een belangrijke rol bij het maken van korstjes bij wondjes.
  • De rode bloedcellen (erytrocyten). Zij zorgen ervoor dat zuurstof van de longen naar alle delen van uw lichaam gaat.

U kunt zelf niets doen om te zorgen dat de bloedcellen zich goed herstellen. Wel hebben we een paar tips voor u:

  • Heeft u koorts van 38°C of hoger en/of koude rillingen? Neem dan direct contact op met het ziekenhuis. U vindt de telefoonnummers voorin dit mapje. Dus ook 's avonds, 's nachts en in het weekend moet u bellen bij koorts. Koorts kan het enige teken zijn van een ernstige ontsteking.
  • Om de kans op griep zo klein mogelijk te maken, is het verstandig om de griepprik te nemen. Als u in het najaar geen oproep krijgt van uw huisarts, neem dan eind september, begin oktober contact op met uw huisarts. Het geschikte moment om u te laten vaccineren is 1 tot 2 dagen voor u de volgende chemotherapie krijgt. Heeft u hier vragen over, stel ze dan aan de regieverpleegkundige.
  • Als u een oproep krijgt voor de vaccinatie tegen Covid-19 raden wij u aan om u te laten vaccineren.
  • Als u minder witte bloedcellen heeft, bent u gevoeliger voor ontstekingen. Dit geldt vooral van de 7e tot de 14e dag na uw chemotherapie. Om een ontsteking te voorkomen is het verstandig om bij zieke mensen uit de buurt te blijven
  • Als u minder bloedplaatjes heeft, kunt u eerder een bloedneus en bloedend tandvlees krijgen. Krijgt u een bloedneus die langer dan 30 minuten duurt of een wondje die langer dan 30 minuten blijft bloeden, neem dan direct contact op met het ziekenhuis. Telefoonnummers vindt u voorin dit mapje.

Vocht vasthouden

Soms gaat het lichaam door de doelgerichte therapie vocht vasthouden. Dit merkt u doordat u zwaarder wordt of doordat bijvoorbeeld voeten, enkels, benen, vingers of armen dikker worden.

Als u merkt dat u vocht vasthoudt, probeer dan minder zout te eten. Kies ook liever niet voor kant- en klare soepen en sauzen, daar zit vaak veel zout in.

Probeer ook genoeg te bewegen door elke dag te wandelen of fietsen.

Vermoeidheid en minder energie

Vermoeidheid tijdens chemotherapie komt veel voor. Vermoeidheidsklachten kunnen na de behandeling nog enkele maanden of zelfs jaren aanhouden.

De vermoeidheid kan een lichamelijke, psychische en/of emotionele oorzaak hebben.
Tips:

  • Blijf regelmatig bewegen, bijvoorbeeld fietsen, wandelen of zwemmen. Door buiten te bewegen wordt niet alleen uw conditie, maar ook uw humeur vaak beter. Door zonlicht maakt uw lichaam vitamine D aan. Deze vitamine is belangrijk voor sterke botten en een goede weerstand.
  • Voelt u zich lusteloos of moe? Houd hier dan rekening mee in uw dagelijkse leven. Probeer 's ochtends op tijd op te staan en ’s avonds op een vaste tijd naar bed te gaan. Neem rust en ga bijvoorbeeld aan het begin van de middag even rusten. Zet dan wel een wekker, zodat u niet te lang slaapt.
  • Heeft u moeite om de dagen door te komen? Maak dan van tevoren een duidelijke, overzichtelijke dagindeling. De regieverpleegkundige kan u daar eventueel bij helpen.
  • Doe alleen wat u echt belangrijk vindt. Durf 'nee' te zeggen. Probeer hulp aan te nemen wanneer u die wordt geboden.
  • Sommige mensen krijgen tijdens de behandeling last van concentratiestoornissen of problemen met het geheugen.
  • U kunt tijdens de behandeling ook meer emotioneel, neerslachtig en/of geïrriteerd zijn. Weet dat deze gevoelens meestal vanzelf weer minder worden. Probeer zoveel mogelijk dingen te doen waar u plezier in heeft en die u helpen om te ontspannen.

Isala heeft het programma 'Fysiek fit bij kanker' speciaal voor mensen met kanker. Het kan u helpen om uw conditie op peil te houden. Dit programma begint vaak vlak voor of net na de eerste (chemo)therapie. Tijdens het programma traint u 2x per week één uur onder begeleiding van twee fysiotherapeuten. Wilt u aan dit programma meedoen? Bespreek dit dan met uw regieverpleegkundige.

Vruchtbaarheid en seksualiteit

De doelgerichte therapie kan ook effect hebben op uw vruchtbaarheid en kan gevolgen hebben op seksueel gebied.

Menstruatie en overgang

Door de behandeling kan uw menstruatie veranderen. De menstruatie kan wegblijven of juist heviger worden. Ook kunt u overgangsklachten krijgen, zoals opvliegers, nachtzweten, vaginale droogheid en een vaginale schimmelinfectie. Als u deze bijwerkingen krijgt, kunt u dit bespreken met uw regieverpleegkundige of huisarts.

Let op!
Ook als uw menstruatie uitblijft, kunt u wel vruchtbaar zijn! Gebruik daarom bij het vrijen een voorbehoedsmiddel zoals een condoom.

Seksualiteit

Medisch gezien is er geen bezwaar om te vrijen. Wel kunt u tijdens de behandeling minder zin hebben om te vrijen. Dat kan veroorzaakt worden door de behandeling of door andere medicijnen, maar het kan ook komen door de omstandigheden. Veel mensen vinden het tijdens de behandeling wel fijn om dicht bij elkaar zijn en te knuffelen. Wanneer u een partner heeft, praat dan met elkaar over uw wensen op dit gebied. Het is niet altijd vanzelfsprekend dat een ander aanvoelt wat u prettig vindt.

Bij vrouwen kan door de behandeling vaginale droogheid ontstaan. Als u hier last van heeft, kunt u bij het vrijen een glijmiddel gebruiken. Een glijmiddel als Sensilube® is te koop bij drogist of apotheek.

Tijdens de behandeling met chemotherapie kunnen de meeste mannen een erectie te krijgen. Direct na de chemotherapie gaat dit soms wat moeilijker.

Heeft u vragen over dit onderwerp of ervaart u problemen? Praat hier dan over met uw arts of regieverpleegkundige. Eventueel kunt u verwezen worden naar een psycholoog, uroloog, gynaecoloog/seksuoloog of overgangsconsulente.

Vruchtbaarheid

Sommige mensen worden door chemotherapie onvruchtbaar. Of dit voor u geldt, hangt sterk af van de soort chemotherapie die u krijgt en van uw leeftijd.

Als er een kans is dat u onvruchtbaar wordt en u wilt nog wel graag kinderen, dan kan uw arts of verpleegkundige u verwijzen naar de gynaecoloog. Hij of zij kan u meer vertellen over de mogelijkheden die er zijn om te proberen aan uw kinderwens tegemoet te komen.

Laatst gewijzigd 16 juni 2021 / 8379 / P