Contact
  1. 8381-Longkanker (PID): H3 Chemotherapie
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Patiënten Informatie Dossier

De longarts heeft met u besproken dat u behandeld kunt worden met chemotherapie. Chemotherapie is een behandeling met medicijnen. Deze medicijnen kunnen de kankercellen doden of de groei van de kankercellen afremmen.

Chemotherapie krijgt u meestal via het infuus. In dit hoofdstuk kunt u lezen:

  • wat chemotherapie is;
  • waar u op moet letten;
  • tips bij eventuele bijwerkingen;
  • informatie over seksualiteit en vruchtbaarheid;
  • bijwerkingen van chemotherapie op langere termijn;
  • wanneer en hoe u contact op kunt nemen met het ziekenhuis bij vragen of klachten.

Wat is chemotherapie?

Dit hoofdstuk gaat over chemotherapie in het algemeen. Chemotherapie kan bestaan uit één of meerdere medicijnen. Deze medicijnen worden cytostatica genoemd. U krijgt ze meestal via een infuus toegediend. Cytostatica verspreiden zich via het bloed door het hele lichaam. Zo bereiken ze de kankercellen. Kankercellen verschillen wat betreft de gevoeligheid voor cytostatica. Daarom is het vaak nodig om een combinatie van verschillende cytostatica te geven. Zo bereiken we een zo goed mogelijk resultaat.

Voor het toedienen van de chemotherapie gaat u naar de afdeling dagverpleging in het ziekenhuis. Chemotherapie kan aan u gegeven worden in Isala Zwolle of Isala Meppel. De tijd die het kost om u de chemotherapie te geven, verschilt per soort medicijn. De regieverpleegkundige vertelt u hoe lang dit in uw geval duurt.

Chemotherapie krijgt u in de vorm van een kuur. Dat betekent dat u 1 of meerdere dagen cytostatica krijgt en daarna een periode niet. Eén periode van chemotherapie, gevolgd door een rustperiode, noemen we een kuur. Meestal zal de arts u meerdere chemotherapie behandelingen geven. Het aantal kuren wat u krijgt hangt onder andere af van:

  • het doel van de behandeling;
  • hoe de longkanker reageert op de behandeling;
  • of u veel last heeft van bijwerkingen van de behandeling.

Een behandeling met chemotherapie kan om verschillende redenen gegeven worden:

  • Genezend (curatief): Het doel van de behandeling is om u te genezen.
  • Aanvullende (adjuvante) chemotherapie: Deze behandeling wordt na een operatie uit voorzorg gegeven om het risico te verkleinen dat de kanker terugkomt.
  • Een behandeling van chemotherapie met bestraling (radiotherapie): Deze chemotherapie versterkt dan de werking van de bestraling.
  • Een behandeling van chemotherapie met immunotherapie: Door deze behandeling wordt de longkanker op twee manieren aangepakt.
  • Palliatief: De chemotherapie kan u niet meer genezen. Het doel van de behandeling is de groei van de kankercellen remmen en/of uw klachten verminderen.

Waar u op moet letten

Als u chemotherapie krijgt, zitten in de dagen na de chemotherapie resten van de chemotherapie in uw urine, ontlasting, bloed, zweet, braaksel en sperma. Hoeveel dagen deze resten aanwezig zijn, leest u in de aparte folder over uw chemotherapie. Ook al gaat het om hele kleine hoeveelheden, toch is het belangrijk om te voorkomen dat uw omgeving te veel met deze resten in contact komt. Daarom is het verstandig om de volgende adviezen op te volgen:

Persoonlijke verzorging

  • Als het kan, gaat u 1 keer per dag onder de douche of in bad.
  • Gebruik iedere dag een schoon washandje om u te wassen.
  • Was na ieder toiletbezoek uw handen.
  • Gebruik eventueel wegwerphandschoenen bij direct contact met urine, ontlasting of braaksel.

Toilet

  • U kunt gewoon het toilet gebruiken. Uw huisgenoten kunnen ook hetzelfde toilet gebruiken.
  • Door zittend te plassen veroorzaakt u minder spatten.
  • Spoel het toilet na gebruik 2 keer door met gesloten deksel. Gebruik hierbij niet de waterbesparende knop.
  • Verwijder eventuele druppels op de wc-bril met wc-papier.

Bij gebruik van een po of urinaal:

  • Leeg de po of het urinaal na ieder gebruik voorzichtig in het toilet.
  • Spoel het toilet na gebruik 2 keer door met gesloten deksel. Gebruik hierbij niet de waterbesparende knop.
  • Maak daarna de po of het urinaal schoon met water.
  • Helpt iemand u bij de toiletgang, dan moet hij of zij wegwerphandschoenen dragen.

Kleding en beddengoed

  • Was uw kleding en beddengoed apart van de was van uw huisgenoten.
  • U kunt uw kleding en beddengoed van een paar dagen verzamelen in een goed afgesloten plastic zak totdat u het gaat wassen.
  • Spoel uw kleding en beddengoed eerst in de wasmachine met een koud spoelprogramma.
    Hierna kunt u het wasprogramma kiezen wat u normaal ook gebruikt.

Lichamelijk contact

U mag gewoon lichamelijk contact hebben met uw familie en vrienden. Knuffelen of een zoen geven is niet schadelijk. Wel raden we aan om tijdens de risicoperiode bij het vrijen een condoom te gebruiken.

bescherming bij chemotherapie in tabletvorm

Als u chemotherapie in tabletvorm krijgt, moet u zelf de tabletten uit de verpakking halen. Als iemand anders u hierbij helpt, moet degene hierbij wegwerphandschoenen dragen.

Als u deze adviezen opvolgt, hoeven u en uw familie zich geen zorgen te maken over de resten chemotherapie.

Bijwerkingen

Chemotherapie richt zich op snel-delende cellen in het lichaam, zoals kankercellen. Maar ook gezonde, snel-delende cellen kunnen aangetast worden door de chemotherapie. Hierdoor kúnnen bijwerkingen optreden. Vooraf is niet te voorspellen of, en hoeveel last u hiervan krijgt. Of u wel of geen bijwerkingen heeft, zegt ook niets over hoe goed de chemotherapie werkt. Gelukkig herstellen de gezonde cellen zich meestal vrij snel, waarna de bijwerkingen ook verdwijnen. Soms gebeurt dat al na een paar dagen, soms duurt het langer.

Hieronder vindt u de meest voorkomende bijwerkingen van chemotherapie met bijbehorende tips.

Verminderde aanmaak van bloedcellen

Voor de toediening van elke kuur wordt uw bloed onderzocht. Zo bekijken we het effect van de chemotherapie op uw beenmerg. Beenmerg zit binnenin uw botten, vooral in uw bekken, borstbeen, ribben en ruggenwervels. In het beenmerg worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Als uw bloedcellen niet voldoende hersteld zijn, kan de volgende chemotherapie worden uitgesteld. U kunt ook een medicijn krijgen wat de aanmaak van nieuwe bloedcellen ondersteunt.

Er zijn 3 soorten bloedcellen:

  • de witte bloedcellen (leukocyten). Zij zorgen voor de afweer tegen ontstekingen.
  • de bloedplaatjes (trombocyten). Zij hebben een belangrijke rol bij het maken van korstjes bij wondjes.
  • de rode bloedcellen (erytrocyten). Zij zorgen ervoor dat zuurstof van de longen naar alle delen van uw lichaam gaat.

U kunt zelf niets doen om te zorgen dat de bloedcellen zich goed herstellen. Wel hebben we een paar tips voor u:

  • Heeft u koorts van 38°C of hoger en/of koude rillingen, neem dan direct contact op met het ziekenhuis. U vindt de telefoonnummers voorin dit mapje. Dus ook 's avonds, 's nachts en in het weekend moet u bellen bij koorts. Koorts kan het enige teken zijn van een ernstige ontsteking.
  • Om de kans op griep zo klein mogelijk te maken, is het verstandig om de griepprik te nemen. Als u in het najaar geen oproep krijgt van uw huisarts, neem dan eind september, begin oktober contact op met uw huisarts. Het geschikte moment om u te laten vaccineren is 1 tot 2 dagen voor u de volgende chemotherapie krijgt. Heeft u hier vragen over, stel ze dan aan de regieverpleegkundige.
  • Als u een oproep krijgt voor de vaccinatie tegen Covid-19 raden wij u aan om u te laten vaccineren.
  • Als u minder witte bloedcellen heeft, bent u gevoeliger voor ontstekingen. Dit geldt vooral van de 7e tot de 14e dag na uw chemotherapie. Om een ontsteking te voorkomen is het verstandig om bij zieke mensen uit de buurt te blijven
  • Als u minder bloedplaatjes heeft, kunt u eerder een bloedneus en bloedend tandvlees krijgen. Krijgt u een bloedneus die langer dan 30 minuten duurt of een wondje die langer dan 30 minuten blijft bloeden, neem dan direct contact op met het ziekenhuis. Telefoonnummers vindt u voorin dit mapje.
  • Als u minder rode bloedlichaampjes heeft, heeft u bloedarmoede. Bij bloedarmoede kunt u bleek zien en moe, duizelig of kortademig zijn. Heeft u deze klachten, meld dit dan aan de arts of regieverpleegkundige tijdens uw volgende controle-afspraak.

Misselijkheid en braken

Om te zorgen dat u weinig last krijgt van misselijkheid en braken, krijgt u medicijnen die u in moet nemen als u de chemotherapie krijgt. De regieverpleegkundige zal u uitleggen welke medicijnen u op welke dag in moet nemen.

Als u toch te veel last krijgt van misselijkheid en braken, neem dan contact op met de regieverpleegkundige. U vindt het telefoonnummer voorin dit mapje.

In hoofdstuk 4 van dit Patiënten Informatie Dossier staan ook tips die helpen om voldoende te blijven eten en drinken.

Verstopping of diarree

Door de chemotherapie of andere medicijnen kunt u last krijgen van diarree of verstopping. Dit komt omdat chemotherapie invloed kan hebben op de slijmvliezen in de darmen. Het is belangrijk ervoor te zorgen dat uw ontlasting soepel blijft. Als u moet persen kunt u last krijgen van aambeien en scheurtjes bij de anus.

Tips:

  • Zorg dat u voldoende drinkt, zeker zo'n 1,5 tot 2 liter per 24 dag.
  • Probeer zoveel mogelijk te bewegen.
  • Eet zoveel mogelijk vezels. Vezels zitten vooral in bruin of volkoren brood, pap, groenten en fruit.
  • Bij de meeste soorten chemotherapie krijgt u Movicolon voorgeschreven. Movicolon helpt om de ontlasting soepel te houden. U mag een half tot 3 zakjes Movicolon per dag gebruiken. Als de ontlasting te dun wordt, moet u minder Movicolon gebruiken. U mag Movicolon rustig lange tijd dagelijks gebruiken.

Diarree

Als u diarree heeft, kan uw ontlasting zo dun als water zijn en moet u soms meerdere keren per dag. In hoofdstuk 4 vindt u tips voor eten en drinken bij diarree. Heeft u langer dan 24 uur diarree, overleg dan met uw arts of regieverpleegkundige. U vindt de telefoonnummers voorin dit mapje.

Verstopping

Bij verstopping is uw ontlasting te hard of komt er helemaal geen ontlasting. Tips:

  • Probeer zoveel mogelijk te bewegen.
  • In hoofdstuk 4 vindt u tips voor eten en drinken bij verstopping.
  • Eventueel kunt u bij de apotheek of drogist Dulcolax® zetpillen kopen. Dit kan de ontlasting op gang helpen. Mocht dit niet werken kunt een Microlax® halen. Dit is een klein klysma. Beide middelen kunt u zonder recept halen.
  • Meld de klachten van verstopping bij een volgend ziekenhuisbezoek bij uw arts of verpleegkundige. Samen kunt u dan kijken wat u kunt doen om de verstopping bij een volgende behandeling te voorkomen.
  • Als u langer dan drie dagen geen ontlasting heeft gehad, neem dan contact op met het ziekenhuis. Telefoonnummers vindt u voorin dit mapje. Heeft u een stoma, dan moet u eerder contact opnemen.

Mondproblemen

Door de chemotherapie kunt u bijwerkingen krijgen in uw mond. Daardoor kunt u problemen krijgen met slikken, praten, eten en drinken. U kunt last hebben van:

  • witte puntjes of wit beslag in de mond of op de tong;
  • een droge mond door minder speeksel;
  • een veranderde smaak;
  • aften of wondjes in de mond.

Het is belangrijk dat u uw mond goed verzorgt. U doet dit door uw mond schoon en vochtig te houden.

Tips:

  • Poets 3 tot 4 keer per dag uw tanden en kiezen met een zachte (elektrische) tandenborstel en een fluoride tandpasta. Als de menthol in de tandpasta te pijnlijk is, kunt u mentholvrije tandpasta gebruiken.
  • Spoel uw mond 4 tot 10 keer per dag. Dit doet u 1 minuut lang met kraanwater of een zoutwater-oplossing. Deze zoutwateroplossing maakt u door 1 theelepel zout in 1 liter water te mengen. Als dit niet prettig voelt, kunt u spoelen met kamillethee. Spoel uw mond ook nadat u overgegeven heeft.
  • Smeer uw lippen en mondhoeken 3 keer per dag dun in met vaseline, zodat u minder snel kloofjes krijgt.
  • Heeft u last van een droge mond, zuig dan op ijsblokjes, gebruik waterijs, pepermunt of kauw op kauwgom. Neem het liefst suikervrij en zuurvrij snoepgoed. Of kauw op fris-zure producten zoals komkommer, appel, tomaat, augurk of uitjes in het zuur.
  • Bij een droge mond kan kunst-speeksel helpen. Kunst-speeksel kunt u als mondspray of gel kopen bij de drogist of apotheek. Een voorbeeld van kunst-speeksel is Saliva Orthana.
  • Heeft u een kunstgebit? Doe deze dan 's nachts uit. Bewaar het kunstgebit droog en spoel hem voor het terugplaatsen in de mond af met water. Draag geen kunstgebit als uw mond pijn doet.
  • Stel een controlebezoek aan tandarts of mondhygiëniste liever niet uit tot na de behandeling. Als u een behandeling bij de tandarts of mondhygiëniste nodig heeft, overleg dan met de regieverpleegkundige wanneer u dat het best kunt laten doen. Vertel ook aan uw tandarts of mondhygiëniste dat u een behandeling met chemotherapie krijgt.

Vocht vasthouden

Soms gaat het lichaam door chemotherapie vocht vasthouden. Dit kunt u merken doordat u zwaarder wordt of doordat bijvoorbeeld voeten, enkels, benen, vingers of armen dikker worden.

Als u merkt dat u vocht vasthoudt, probeer dan minder zout te eten. Kies dan liever niet voor kant-en-klare soepen en sauzen, daar zit vaak veel zout in.

Probeer ook genoeg te bewegen door elke dag te wandelen of fietsen.

Vermoeidheid en minder energie

Vermoeidheid tijdens chemotherapie komt veel voor. Vermoeidheidsklachten kunnen na de behandeling nog enkele maanden of zelfs jaren aanhouden. De vermoeidheid kan een lichamelijke, psychische en/of emotionele oorzaak hebben.

Tips:

  • Blijf regelmatig bewegen, bijvoorbeeld fietsen, wandelen of zwemmen.
  • Door buiten te bewegen wordt niet alleen uw conditie, maar ook uw humeur vaak beter. Door zonlicht maakt uw lichaam Vitamine D aan. Deze vitamine is belangrijk voor sterke botten en een goede weerstand.
  • Voelt u zich lusteloos of moe, houd hier dan rekening mee in uw dagelijkse leven. Probeer 's ochtends op tijd op te staan en ’s avonds op een vaste tijd naar bed te gaan. Neem rust en ga bijvoorbeeld aan het begin van de middag even rusten. Zet dan wel een wekker, zodat u niet te lang slaapt.
  • Heeft u moeite om de dagen door te komen, maak dan van tevoren een duidelijke, overzichtelijke dagindeling. De regieverpleegkundige kan u daar eventueel bij helpen.
  • Doe alleen wat u echt belangrijk vindt. Durf 'nee' te zeggen. Probeer hulp aan te nemen wanneer u die wordt geboden.
  • Sommige mensen krijgen tijdens de behandeling last van concentratiestoornissen of problemen met het geheugen.
  • U kunt tijdens de behandeling ook meer emotioneel, neerslachtig en/of geïrriteerd zijn. Weet dat deze gevoelens meestal vanzelf weer minder worden. Probeer zoveel mogelijk dingen te doen waar u plezier in heeft en die u helpen om te ontspannen.

Isala heeft het programma 'Fysiek fit bij kanker' speciaal voor mensen met kanker. Het kan u helpen om uw conditie op peil te houden. Dit programma begint vaak vlak voor of net na de eerste (chemo)therapie. Tijdens het programma traint u 2 keer per week één uur onder begeleiding van twee fysiotherapeuten. Wilt u aan dit programma meedoen? Bespreek dit dan met uw regieverpleegkundige.

Oogklachten

U kunt door de chemotherapie last krijgen van droge, prikkende of tranende ogen. Als u contactlenzen draagt, kunt u hier sneller last van krijgen. 

Soms merken mensen dat ze minder scherp zien tijdens de behandeling. Als u dit merkt, meld dit dan tijdens een volgend controlebezoek aan uw arts of regieverpleegkundige. Met het aanpassen van de sterkte van uw bril of contactlenzen kunt u beter wachten tot ongeveer 6 weken na de laatste chemotherapie.

Vruchtbaarheid en seksualiteit

De behandeling met chemotherapie kan ook effect hebben op uw vruchtbaarheid en kan gevolgen hebben op seksueel gebied.

Menstruatie en overgang

Door chemotherapie kan uw menstruatie veranderen. De menstruatie kan wegblijven of juist heviger worden. Ook kunt u overgangsklachten krijgen, zoals opvliegers, nachtzweten, vaginale droogheid en een vaginale schimmelinfectie. Als u deze bijwerkingen krijgt, kunt u dit bespreken met uw regieverpleegkundige of huisarts.

Let op!
Ook als uw menstruatie uitblijft, kunt u wel vruchtbaar zijn! Gebruik daarom bij het vrijen een voorbehoedsmiddel zoals een condoom.

Seksualiteit

Medisch gezien is er geen bezwaar om te vrijen. Wel kunt u tijdens de behandeling minder zin hebben om te vrijen. Dat kan veroorzaakt worden door de behandeling of door andere medicijnen, maar het kan ook komen door de omstandigheden. Veel mensen vinden het tijdens de behandeling wel fijn om dicht bij elkaar zijn en te knuffelen. Wanneer u een partner heeft, praat dan met elkaar over uw wensen op dit gebied. Het is niet altijd vanzelfsprekend dat een ander aanvoelt wat u prettig vindt.

Bij vrouwen kan door de behandeling vaginale droogheid ontstaan. Als u hier last van heeft, kunt u bij het vrijen een glijmiddel gebruiken. Een glijmiddel als Sensilube® is te koop bij drogist of apotheek.

Tijdens de behandeling met chemotherapie kunnen de meeste mannen een erectie krijgen. Direct na de chemotherapie gaat dit soms wat moeilijker.

Wanneer u vragen heeft over dit onderwerp of problemen ervaart op het gebied van seksualiteit, dan kunt u hierover praten met uw arts of regieverpleegkundige. Eventueel kunt u verwezen worden naar een psycholoog, uroloog, gynaecoloog/seksuoloog of overgangsconsulente.

Vruchtbaarheid

Sommige mensen worden door chemotherapie onvruchtbaar. Of dit voor u geldt, hangt sterk af van de soort chemotherapie die u krijgt en van uw leeftijd.

Als er een kans is dat u onvruchtbaar wordt en u wilt nog wel graag kinderen, dan kan uw arts of verpleegkundige u verwijzen naar de gynaecoloog. Hij of zij kan u meer vertellen over de mogelijkheden die er zijn om te proberen aan uw kinderwens tegemoet te komen.

Bijwerkingen op langere termijn

Chemotherapie kan bijwerkingen hebben die lang na de chemotherapie aanhouden of pas na het afronden van de chemotherapie ontstaan. Veelvoorkomende bijwerkingen op lange termijn zijn:

  • concentratieverlies en geheugenproblemen;
  • neuropathie: beschadigingen aan zenuwuiteinden;
  • vermoeidheid;
  • vervroegde overgang;
  • seksuele stoornissen;
  • onvruchtbaarheid of verminderde vruchtbaarheid;
  • hartschade.

Of deze bijwerkingen ook voor u gelden, is vaak slecht te voorspellen. Elke patiënt is verschillend en dus verschillen ook de bijwerkingen van de behandeling per patiënt. Uw arts of regieverpleegkundige kan u tips geven over hoe u met deze gevolgen kunt (leren) omgaan of wat er eventueel aan te doen is. Meer informatie over de bijwerkingen van chemotherapie op lange termijn vindt u op de website: www.kanker.nl.

Concentratieverlies en geheugenproblemen

Concentratieverlies en geheugenproblemen kunnen bijwerkingen van chemotherapie op lange termijn zijn. Dit wordt ook wel een ‘chemobrein’ genoemd. Klachten zijn bijvoorbeeld: een langzamer werk- en denktempo hebben en minder goed kunnen plannen en organiseren. Dit worden ook wel cognitieve problemen genoemd.

Tips:

  • Neem regelmatig en voldoende rust.
  • Begin zo ontspannen mogelijk aan uw activiteit.
  • Bereid uw activiteiten goed voor en zorg voor zo min mogelijk afleiding tijdens uw activiteit.
  • Begin door makkelijke dingen te doen. Doe deze een korte tijd en gebruik hierbij een wekker. Voer langzaam de moeilijkheidsgraad op en verleng de tijd dat u bezig bent. 
  • Vertel mensen in uw omgeving over uw problemen, zodat ze u begrijpen en rekening met uw problemen kunnen houden.
  • Gebruik hulpmiddelen zoals een agenda, post-its, planboard, checklijsten, foto’s en een wekker.

Klachten of vragen?

Spoedgevallen

Neem bij onderstaande klachten direct contact op met de regieverpleegkundige van de afdeling Longgeneeskunde. Ook ’s avonds, ‘s nachts en in het weekend. De telefoonnummers vindt u in Hoofdstuk 1 van dit PID.

Neem direct contact op met Isala als een van de volgende klachten ontstaat of verergerd:

  • kortademigheid;
  • moeite met of pijn tijdens het ademen;
  • hoesten of verandering in het soort hoesten (bijvoorbeeld u hoest meer slijm of bloed op);
  • pijn op de borst;
  • ernstig diarree;
  • koorts boven 38,0°C;
  • koude rillingen (een half uur later temperatuur meten);
  • langdurige bloedneuzen (langer dan dertig minuten);
  • blauwe plekken zonder dat u bent gevallen of zich heeft gestoten;
  • aanhoudend bloeden van een wondje (langer dan dertig minuten);
  • bloed in de ontlasting of urine.

Geen spoed, wel vragen of klachten

Als u klachten of vragen heeft waar geen spoed bij is, kunt u van maandag tot en met vrijdag op contact opnemen met regieverpleegkundige longoncologie. De telefoonnummers vindt u voorin dit mapje, in Hoofdstuk 1.

Neem ook contact op bij onderstaande klachten, dit kan meestal wachten tot de volgende werkdag:

  • overgeven langer dan 24 uur;
  • diarree langer dan 48 uur;
  • obstipatie (verstopping) langer dan 4 dagen;
  • witte of zeer pijnlijke plekjes of een wit beslag in de mond;
  • plotselinge huiduitslag.
Laatst gewijzigd 16 juni 2021 / 8381 / P