Contact
  1. 8382-Longkanker (PID): H4 Voeding
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

Patiënten Informatie Dossier

Voor patiënten die longkanker hebben, is het belangrijk om goed te blijven eten en drinken. Maar dit kan lastig zijn, omdat u weinig eetlust heeft, uw smaak veranderd is of omdat u misselijk bent of pijn heeft. Afvallen voor of tijdens een behandeling is niet goed voor u en kan ervoor zorgen dat u langzamer herstelt.

In dit hoofdstuk vindt u tips om u te helpen om genoeg te blijven eten. Als u ondanks deze tips problemen houdt met eten of drinken of als u af blijft vallen, neem dan contact op met de regieverpleegkundige.

Algemeen

  • Weeg uzelf 1 of 2 keer per week, het liefst rond dezelfde tijd en op dezelfde weegschaal.
  • Als u aankomt, doordat u meer eet of minder beweegt dan anders, probeer dan te zorgen dat u op gewicht blijft. Bewust afvallen kunt u beter niet tijdens een behandeling doen.
  • Uw lichaam heeft eiwitten nodig voor het herstel. Er zitten veel eiwitten in eieren, kaas, kip, melk en melkproducten, vegetarische vleesvervangers, vis en vlees.
  • Drink 1,5 tot 2 liter vocht per dag om de afvalstoffen goed af te kunnen voeren. Dit zijn 10 tot 15 kopjes/ glazen per dag. Water, thee, koffie kan altijd, maar denk ook eens aan drinkyoghurt, bouillon of waterijs.
  • Gebruik vette producten in plaats van magere of lightproducten. Bijvoorbeeld volle melk(producten) of 48+kaas.
  • Eet vaker, over de dag verspreid een kleine portie, bijvoorbeeld iedere 2 uur.
  • Eet niet teveel rauwkost of soep. Rauwkost en soep geven snel een vol gevoel. Kies liever voor gekookte groenten, vruchtensap of –moes.
  • Forceer het eten niet en maak het thuis ook geen strijd; haal de 'schade' in door tussen de kuren door goed te eten.
  • De aanblik van een groot bord vol eten is vaak ontmoedigend. Stem de grootte van de maaltijd af op uw eetlust.

Misselijkheid

  • Drink dagelijks 10 glazen water of andere dranken (1,5 tot 2 liter), behalve als u is verteld dat u niet zoveel mag drinken.
  • Ochtendmisselijkheid wordt soms minder als u een cracker of beschuit eet voor het opstaan.
  • Probeer of het drinken van cola helpt
  • Eet regelmatig kleine maaltijden. Een lege maag kan namelijk ook een misselijk gevoel geven.
  • Eet op tijdstippen dat u minder misselijk bent
  • Een half uur vóór het eten een kopje bouillon drinken zorgt voor meer eetlust.
  • Drink en eet wat u wel (graag) lust, zelfs als dit 'ongezond' betekent.
  • Warme gerechten kunnen tegenstaan. Misschien smaakt een koude maaltijdsalade wel.

Veranderde smaak of reuk

Door de behandeling kan uw smaak of reuk veranderen; u kunt bijvoorbeeld een metaalsmaak in uw mond krijgen. Hierdoor kunt u minder zin hebben in eten.

Tips:

  • Probeer verschillende dingen te eten. Wat en hoe veel u wil eten kan per dag anders zijn. Wat u de ene keer niet lekker vindt, kan de andere keer wel smaken.
  • Het is extra belangrijk dat het eten er lekker uitziet.
  • U kunt minder zin hebben in eten en drinken met een sterke geur, zoals gebraden/gebakken vlees en koffie. U kunt in plaats van vlees kiezen voor vis, kip, kaas of vegetarische producten of gebruik vlees in een saus, zoals pastasaus.
  • Het kan helpen om dingen te eten waar weinig smaak aan zit, zoals pasta, rijst of pap.
  • De temperatuur van het eten heeft invloed op de smaak. Kijk op welke temperatuur gerechten het beste smaken. Vaak staan warme gerechten tegen. Eet dan een extra broodmaaltijd of salade.
  • Heeft u last van etensgeuren? Blijf dan uit de keuken als er wordt gekookt. Als u zelf kookt: gebruik de magnetron. Dan heeft u minder last van etensgeuren.
  • Een vieze smaak in de mond kan worden veroorzaakt door te weinig drinken. Drink daarom voldoende. Soms verdwijnt een vieze smaak even door iets met een sterke smaak te eten, bijvoorbeeld een pepermuntje.
  • Fris-zuur eten, zoals fruit, yoghurt, komkommer, een salade, maar ook haring, smaken vaak goed.
  • Door uw mond goed te verzorgen, kan de vieze smaak (tijdelijk) minder worden.
  • Soms smaakt niets. Probeer dan toch iets te eten. Houd voor ogen dat het nodig is voor uw herstel.

Voeding bij verstopping

Verstopping (ook wel obstipatie genoemd) betekent dat u minder vaak ontlasting heeft dan u gewend bent. De ontlasting is dan vaak hard en kan pijnlijk zijn. U kunt hierdoor ook buikpijn of een vol gevoel hebben, waardoor eten ook lastig kan zijn. Verstopping kan ontstaan door te weinig vezels in het eten, te weinig eten of drinken, te weinig bewegen of door bepaalde medicijnen.

  • Drink minimaal 2 liter vocht per dag.
  • Kies voedingsmiddelen met veel voedingsvezels zoals:
  • bruin- en fijn volkorenbrood, roggebrood, volkorenbeschuit en volkoren ontbijtkoek
  • graanproducten zoals havermout en muesli
  • vers fruit en groente, vruchtenmoes, pruimen en vruchtendrank met extra vezels of vruchtvlees
  • aardappelen, (volkoren) pasta en (zilvervlies)rijst
  • speciale pruimensiroop met laxerende werking (bijvoorbeeld Roosvicee laxo)

Voeding bij diarree

Diarree betekent dat iemand meerdere keren per dag (water)dunne ontlasting heeft. Diarree kan komen door de behandeling die u krijgt.

  • Drink minimaal 2 liter vocht per dag; Ook soep, vla en yoghurt tellen mee.
  • Door diarree kunt u veel zout verliezen, met bijvoorbeeld bouillon kunt u dit weer aanvullen.
  • Drink minder en minder sterke koffie en vermijd dranken met prik zoals frisdranken.
  • Eet veel (fijne) vezels. Op de vorige bladzijde staan onder het kopje verstopping voorbeelden van voeding met veel vezels.
  • Zure melkproducten, zoals karnemelk en yoghurt, zijn beter dan zoete melkproducten. Neem maximaal 3 porties zoete melkproducten per dag, zoals volle melk, vla en slagroom.
  • Eet geen grote of vette maaltijden, producten waar u winderig van wordt of scherp gekruide voedingsmiddelen.
  • Als u langer dan 24 uur last blijft houden van diarree, neem dan contact op met het ziekenhuis.

Een droge mond

Door medicijnen of doordat u weinig kunt eten of drinken, kunt u last krijgen van een droge mond. Een droge mond is om verschillende redenen vervelend:

  • U kunt hierdoor bijvoorbeeld moeilijker praten of slikken.
  • Uw smaak kan verminderen.
  • Uw speeksel beschermt uw tanden en kiezen tegen gaatjes.

Tips:

  • Neem bij het eten steeds kleine slokjes water, waardoor u makkelijker kunt kauwen en slikken.
  • Gebruik jus of saus bij de warme maaltijd.
  • Gebruik veel boter en smeerbaar beleg op het brood.
  • In plaats van brood kunt u ook pap, yoghurt met muesli of een drinkontbijt nemen.
  • Kauw op (suikervrije) kauwgom of zuig op een pepermuntje, ijsblokje of waterijsje.
  • Kauw op friszure voedingsmiddelen, zoals komkommer, appel of augurk.
  • Spoel uw mond met water na elke maaltijd of tussendoortje.
  • Beperk het gebruik van koffie en alcohol.
  • Eet geen sterk gekruid of pittig voedsel.

Pijnlijke mond of keel

Door de behandeling kunt u last krijgen van ontstoken slijmvliezen in uw mond. Dit kan pijnlijk zijn in uw mond en keel.

  • Neem bij het eten steeds kleine slokjes water, waardoor u makkelijker kunt kauwen en slikken.
  • Eet geen scherp gekruid of zoute voedingsmiddelen.
  • Laat warm eten en drinken afkoelen tot kamertemperatuur.
  • Koude dranken, kamillethee of ijs(blokjes) kunnen de klachten wat verlichten.
  • Vermijd frisdrank, alcohol, sinaasappel- en grapefruitsap.
  • Eet geen harde producten zoals noten of hard fruit.
  • Spoel uw mond regelmatig met water of een zoutoplossing (1 theelepel zout in 1 liter water).

Extra vitamines

Als u volgens de adviezen van het Voedingscentrum eet en drinkt, krijgt u voldoende vitamines en mineralen binnen. Alleen voor vitamine D geldt het advies voor de volgende groepen om extra Vitamine D te slikken (10 mcg per dag):

  • vrouwen ouder dan 50 jaar en mannen ouder dan 70 jaar;
  • mensen met een getinte huidskleur;
  • mensen die weinig buiten komen;
  • zwangere vrouwen.

Het gebruik van vitamine- en mineralensupplementen bij kanker is meestal niet nodig. Sommige vitamine- en mineralensupplementen kunnen zelfs de werking van bestraling, chemotherapie en immunotherapie tegengaan. "Baat het niet, dan schaadt het niet", geldt dus niet altijd.

Dit geldt ook voor kruidenpreparaten, zoals bijvoorbeeld Sint-janskruid. Overleg daarom altijd met uw arts of regieverpleegkundige over vitamine- en mineralen-supplementen en kruiden die u gebruikt of wilt gebruiken.

Meer informatie

Valt u af of komt u aan zonder dat u dat wilt? Of heeft u vragen over uw voeding? Dan kunt u een diëtist om advies vragen. Via uw regieverpleegkundige of uw behandelend arts kunt u een verwijzing voor de diëtist vragen.

Laatst gewijzigd 30 november 2021 / 8382 / P