Contact
  1. 6077-Intra-uteriene inseminatie (IUI) in de gestimuleerde cyclus

Bijlage van het PID Vruchtbaarheidsbehandeling

Naar aanleiding van de resultaten van het vruchtbaarheidsonderzoek is gebleken dat u in aanmerking komt voor een intra-uteriene inseminatiebehandeling (IUI) in de gestimuleerde cyclus. Hieronder staat beschreven wanneer deze behandeling toegepast wordt en hoe de behandeling in zijn werk gaat.

Wat is IUI?

Intra-uteriene inseminatie, kortweg IUI, is het inbrengen (inseminatie) van opgewerkte zaadcellen in de baarmoeder (intra-uterien). Intra-uteriene inseminatie kan de kans op een zwangerschap verhogen, doordat op het juiste moment in de cyclus de meest beweeglijke zaadcellen dicht bij de vrijgekomen eicel worden gebracht. Zo hoeven de zaadcellen niet op eigen kracht de vaak moeilijke barrière van de baarmoedermond te passeren. In het lichaam van de vrouw (meestal in de eileider) kan dan een bevruchting plaatsvinden, waarna de bevruchte eicel zich in de baarmoeder kan innestelen en een zwangerschap kan ontstaan. Om de kans op zwangerschap te vergroten, krijgt u medicijnen voorgeschreven die de eierstokken stimuleren. Op die manier komen twee of drie eicellen tot ontwikkeling in plaats van maar één eicel (zoals in de natuurlijke cyclus). IUI in de gestimuleerde cyclus wordt onder meer toegepast bij paren, bij wie de oorzaak van het uitblijven van een zwangerschap niet gevonden is.

Planning van inseminatie

Op de eerste dag van de menstruatie neemt u contact op met het fertiliteitscentrum via telefoonnummer (038) 424 52 24 om een afspraak te maken voor een zogenoemde vaginale uitgangsecho (eerste echo) op de tweede, derde of vierde dag van de menstruatie. Op werkdagen kunt u bellen bij voorkeur van 9.00 tot 11.30 uur en in het weekend van 9.00 tot 11.00 uur. Bij de uitgangsecho wordt gekeken of er geen cystes of andere afwijkingen aan de baarmoeder of eierstokken zijn. Meestal worden er geen bijzonderheden ontdekt.

Daarna begint u met het spuiten van hormooninjecties (gonadotrofinen): het follikelstimulerend hormoon (FSH: Puregon, Gonal-F of Menopur). De eerste keer zal de verpleegkundige of polikliniekassistente u een ‘prikinstructie’ geven, zodat u precies weet waarop u moet letten. Wilt u daarom bij de eerste echo de voorgeschreven medicijnen meenemen? Als u dit hormoon voor de eerste keer gaat gebruiken (spuiten), krijgt u na de echo een Puregon-pen mee. Daarna kunt u starten met de behandeling.

U krijgt een vervolgafspraak na vijf tot tien dagen. Op de dagen dat u niet voor controle komt, prikt u zelf thuis, tussen 16.00 en 20.00 uur, het FSH-hormoon. Na de tweede controle komt u, afhankelijk van de groei van de ei-blaasjes, elke één tot vier dagen voor controle naar ons centrum. Zodra de ei-blaasjes groot genoeg zijn (grootste zeventien tot achttien mm doorsnede) wordt de inseminatietijd afgesproken. Ook krijgt u een tijdstip (in de avond) waarop u zich zelf de HCG-injectie (Pregnyl of Ovitrelle) moet toedienen. Deze injectie zorgt ervoor dat de eisprong 38 tot 40 uur later plaatsvindt. De inseminatie wordt net voor deze periode gepland.

Inleveren van het sperma

Afhankelijk van het tijdstip van de inseminatie krijgt u een tijd voor het inleveren van het sperma. Als de inseminatie in de loop van de ochtend plaatsvindt, moet u het sperma om 8.30 uur inleveren. Is de inseminatie ’s middags, dan is de inlevertijd 13.00 uur. Het sperma wordt verkregen door masturbatie. Bedraagt uw reistijd minder dan één uur, dan kunt u het sperma direct voor vertrek thuis produceren. Als uw reistijd langer is of als u om andere redenen in het ziekenhuis wilt of moet produceren, dan is hiervoor in ons fertiliteitscentrum een speciale ruimte beschikbaar. Het is belangrijk dat u het sperma opvangt in een speciaal, door ons verstrekt, steriel potje. Bij het inleveren is het van groot belang dat u het door ons meegegeven groene formulier ingevuld inlevert. Wilt u ook de patiëntenstickers van u beiden meenemen? U kunt bij een eerder bezoek of behandeling alvast een potje en een groen formulier meekrijgen; dit voorkomt dat u speciaal moet komen om een potje op te halen. Lees alstublieft ook de achterkant van het groene formulier; hierop staat meer informatie over het produceren, vervoeren en inleveren van het sperma.

Sperma opwerken

  • Op de dag van de inseminatie produceert de man een spermamonster; thuis of in het ziekenhuis.
  • Het monster wordt afgegeven bij de balie, samen met een labformulier. Op dit formulier moet de man nog enkele vragen invullen.
  • U of uw partner en een medewerker controleren de gegevens op het semenpotje/labformulier en zetten hun paraaf ter bevestiging.
  • Het spermamonster wordt ‘opgewerkt’. Het volume en het aantal zaadcellen worden bepaald. Bewegende (motiele) zaadcellen worden gescheiden van de kwalitatief mindere cellen.
  • Het aantal motiele zaadcellen (de opbrengst) wordt geteld. Als deze minder is dan 1 miljoen/ml, dan is een inseminatie niet zinvol.
  • Als de opbrengst voldoende is, worden de zaadcellen in een buisje gedaan. Hierop staat de naam en geboortedatum van de ontvangster.
  • Na het opwerken van het monster worden de gegevens door twee medewerkers gecontroleerd. Dit om te borgen dat het juiste spermamonster wordt gebruikt.

Aandachtspunten

  • Ziekten (vooral met koorts) of medicijngebruik kunnen de spermakwaliteit nadelig beïnvloeden. Wij adviseren u daarom bij koorts (een temperatuur van meer dan 38 graden Celsius) of bij het starten van nieuwe medicatie contact met ons op te nemen.
  • Veel mannen vragen zich af hoe lang ze van tevoren onthouding moeten hebben. Het is absoluut niet waar dat de kwaliteit van het sperma door lange onthouding verbetert. Wij adviseren twee tot drie dagen onthouding. Korter of langer kan de spermakwaliteit zelfs verslechteren.

Verloop van de behandeling

De inseminatie zelf is een eenvoudige, meestal pijnloze ingreep. Nadat de verpleegkundige een spreider (eendebek) heeft ingebracht, wordt een dun slangetje door de baarmoederhals tot in de baarmoederholte geschoven. De kweekvloeistof met de zaadcellen wordt dan langzaam ingespoten. De hele ingreep duurt slechts enkele minuten. Na afloop moet u tien minuten blijven liggen. Daarna kunt u ons centrum verlaten. U kunt uw normale bezigheden direct hervatten.

Zwanger of niet zwanger?

Als u vijftien dagen na de inseminatie nog niet bent gaan menstrueren, is de kans groot dat u zwanger bent. U mag dan zelf een zwangerschapstest doen. Wanneer u gaat menstrueren, is de behandeling helaas niet gelukt. Wilt u het resultaat van de behandeling op de eerstvolgende werkdag telefonisch aan ons secretariaat doorgeven? Is uw menstruatie anders dan normaal, neem dan ook contact met ons op. Als de behandeling niet geslaagd is, kunt u over het algemeen direct met een volgende behandeling beginnen.

Kans op zwangerschap

De kans op zwangerschap is per behandeling ongeveer vijftien procent. Dit betekent dat meestal meerdere behandelingen nodig zullen zijn. Het niet-slagen van de behandeling kan vragen oproepen. Ook het telkens verwerken van de teleurstelling kan moeilijk zijn. Mocht u behoefte hebben aan een gesprek met uw arts of aan extra ondersteuning van onze maatschappelijk werkster, dan is dit vanzelfsprekend mogelijk.

Aantal behandelingen

Over het algemeen worden in het geval van onverklaarde verminderde vruchtbaarheid vier inseminatiebehandelingen gedaan. In individuele gevallen kan hiervan worden afgeweken. Uw arts zal vóór de start van de behandeling het aantal behandelingen met u afspreken. Zonodig wordt dit aantal in de loop van de behandeling aangepast.

Wachttijd

Er is geen wachtlijst voor IUI. Wel kan er een wachttijd zijn voor het evaluatiegesprek na de behandeling.

Leeftijdsgrens

IUI is mogelijk voor vrouwen tot 43 jaar mits er geen andere factoren meespelen.

Risico’s

IUI in de gestimuleerde cyclus heeft een aantal risico’s. Door de stimulerende medicijnen komen meerdere eicellen tot ontwikkeling, waardoor de kans op een meerlingzwangerschap verhoogd is. In een klein deel van de gevallen komen er zo veel eicellen tot ontwikkeling dat de behandeling gestaakt moet worden om een grote meerling (drie of meer) of overstimulatie te voorkomen. Bij overstimulatie (het ontstaan van meerdere ei-blaasjes) kunnen klachten van buikpijn, een opgezette buik en algemeen on-welbevinden optreden. Over het algemeen verdwijnen deze klachten na het staken van de behandeling binnen een paar dagen. Een ander risico bij inseminatiebehandeling is eileiderontsteking. Sperma kan niet worden gesteriliseerd. Hierdoor bestaat de kans dat micro-organismen die in het sperma zitten, een infectie kunnen veroorzaken. Het risico hierop is echter klein: in minder dan één op de 200 behandelingen treedt een infectie op. Dit geeft klachten van buikpijn, toegenomen vaginale afscheiding en koorts. Als u na de inseminatie dergelijke klachten heeft, moet u direct contact met ons opnemen.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de afdeling waar u onder behandeling bent.

Zwolle
Fertiliteitscentrum
(038) 424 52 24 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 16.00 uur en in het weekend, in dringende gevallen, van 9.00 tot 12.00 uur)

Meppel
Fertiliteitscentrum
(0522) 23 38 11 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 12.00 uur)

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak.

23 november 2018 / 6077 / P

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.