ISALA

Weergave

Om u de beste leesbaarheid te bieden, kunt u hier het lettertype en de achtergrondkleur naar wens aanpassen.

Lettertype


Achtergrond

Biopsie van een hersentumor

Bijlage van het PID Hersentumor

Bij een biopsie wordt een stukje weefsel van een hersenafwijking weggenomen om te bepalen om wat voor afwijking het precies gaat. De neurochirurg en neuroloog hebben in overleg met u afgesproken om deze biopsie uit te voeren. In deze brochure leest u meer over de opname en de operatie.

Voorbereiding

De neurochirurg bespreekt met u de reden van opereren, de risico’s en de verwachte opnameduur. Ook uw medicatiegebruik wordt besproken. De inname van sommige medicijnen moet gestopt worden vóór de operatie. Dit geldt met name voor medicijnen die van invloed zijn op de bloedstolling, zoals Ascal®, Sintrom®, Marcoumar®, Plavix®, Persantin® en sommige pijnstillers.

Bij elke operatieve ingreep bestaat een risico op complicaties. De kans op complicaties hangt samen met de plaats en de grootte van de afwijking in het hoofd. Complicaties kunnen blijvende gevolgen hebben. Mogelijke complicaties zijn:

  • verlammingen
  • spraakproblemen
  • bloeding
  • infectie
  • overlijden

De neurochirurg bespreekt de kans op complicaties voor uw specifieke situatie.
Meer informatie over de (voorbereiding van) een opname vindt u in de brochure Opname in Isala.

Opname

De dag vóór de operatie

Op de dag voor de operatie vindt een aantal voorbereidingen plaats:

  • De verpleegkundige meet uw polsslag, bloeddruk en temperatuur.
  • Mocht u vóór de opname nog geen preoperatief onderzoek hebben gehad, dan vindt dat op de dag voor de operatie alsnog plaats.
  • Er zal bloed bij u worden afgenomen. Daarnaast wordt een MRI-scan gemaakt.
  • U wast uw haar of hoofdhuid met Betadine shampoo (deze krijgt u van de verpleegkundige), zodat de hoofdhuid goed gereinigd is voor de operatie.
  • U krijgt, als u daar behoefte aan heeft, in overleg met de anesthesioloog een slaaptablet voor een goede nachtrust.

De operatiedag

Voorafgaand aan de operatie vinden nog enkele voorbereidingen plaats:

  • Vanaf 24.00 uur ’s nachts bent u nuchter voor de operatie.
  • Vóór de operatie moet u zich douchen. Uw haar of hoofdhuid wast u nog een keer met Betadine shampoo. U mag geen deodorant of make-up gebruiken. Wij vragen u uw nagellak te verwijderen en sieraden af te doen.
  • Een uur voor de operatie krijgt u operatiekleding aan: een blauw hemdje en een papieren onderbroek.
    Tegelijkertijd krijgt u paracetamol en eventueel een rustgevend tabletje, als de anesthesioloog dat met u hebt afgesproken.
  • Een eventuele gebitsprothese, gehoorapparaat of bril doet u uit/af zodra u de rustgevende medicatie heeft ingenomen of als u weggebracht wordt.
  • Als u aan de beurt bent, brengen de verpleegkundigen van de afdeling u naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer (holding). Daar wordt u op de operatietafel geholpen en naar de operatiekamer gereden.
  • De anesthesieassistent sluit u aan op de hartbewaking (monitor). U krijgt een bloeddrukband om en een infuus in uw arm. Via het infuus worden narcosemiddelen ingespoten. Deze middelen werken zeer snel. U wordt volledig verdoofd en valt tijdelijk in een diepe slaap.

De operatie

Bij de biopsie wordt een boorgaatje in de schedel gemaakt en daardoorheen wordt een naald in de afwijking gebracht. Hier doorheen worden kleine stukjes weefsel weggenomen. Tijdens de operatie maakt de neurochirurg gebruik van neuronavigatie. Bij deze methode wordt voor de operatie een speciale MRI gemaakt. Tijdens de operatie wordt met camera’s vastgelegd waar de neurochirurg precies opereert. Deze beelden zijn gekoppeld aan de MRI-beelden. Zodoende is de neurochirurg nauwkeurig geïnformeerd over de plaats van de afwijking en de plaats waar hij opereert.

De operatie duurt ongeveer 30 minuten. De stukjes weggenomen weefsel worden door de patholoog onderzocht om de weefseldiagnose te stellen.

Na de operatie

Na de operatie wordt u wakker op de uitslaapkamer (recovery). De recoveryverpleegkundige neemt contact op met uw contactpersoon om te vertellen dat de operatie achter de rug is. U ligt aan een monitor, zodat de verpleegkundige uw hartslag, ademhaling en bloeddruk kan controleren. Ook worden er regelmatig (neurologische) controles uitgevoerd: er wordt getest of en wanneer u de ogen opent, hoe de bewegingen zijn en hoe de spraak is.

U hebt een infuus en mogelijk een zuurstofslangetje. Op uw hoofd heeft u een wondje op de plaats waar het boorgaatje is gemaakt. Als u pijn heeft of misselijk bent, kunt u dit doorgeven aan de verpleegkundige. Zij geeft u zo nodig medicijnen.

Op de verpleegafdeling

Als alle controles in orde zijn wordt u opgehaald door de verpleegkundigen van de verpleegafdeling. Ook op de afdeling worden de neurologische functies regelmatig beoordeeld. Als u niet misselijk bent, mag u weer eten en drinken. Het infuus wordt, afhankelijk van hoe u zich voelt, zo snel mogelijk verwijderd. Als u het lichamelijk aankunt, mag u uit bed. De eerste keer zal de verpleegkundige hierbij aanwezig zijn. De verpleegkundige belt uw contactpersoon, zodra u weer op de afdeling bent en overlegt wanneer u bezoek kunt ontvangen. Normaal gesproken gelden de vaste bezoektijden van Isala.

Voorbereiding op ontslag

In principe mag u de dag na de operatie weer naar huis. De arts en verpleegkundige bespreken met u of u zich thuis voldoende kunt redden of dat hulp noodzakelijk is
Het kan zijn dat u hulp nodig heeft bij uw verzorging of bij het huishouden. Wanneer u ondersteuning nodig heeft bij het aanvragen van thuiszorg dan wordt dit geregeld door de transferverpleegkundige.

Dag van ontslag

De verpleegkundige bespreekt met u hoe laat u naar huis kunt. Voordat u naar huis gaat, heeft u nog een gesprek met een verpleegkundige: het ontslaggesprek. De verpleegkundige bespreekt dan met u de informatie uit de brochure Adviezen na een hoofdoperatie.

Uitslag weefselonderzoek en vervolg

De uitslag van het weefselonderzoek is over het algemeen binnen tien dagen bekend. U wordt gebeld door de secretaresse van de neurochirurg. Zij doet een voorstel voor een poliklinische afspraak voor u en uw naasten.

De neurochirurg bespreekt de uitslag van het weefselonderzoek met u in aanwezigheid van uw naasten. Hij doet, zo nodig, een (voorlopig) voorstel voor een eventuele aanvullende behandeling. Na dit gesprek heeft u, aansluitend of op een later moment, contact met de regieverpleegkundige. Zij neemt zelf contact met u.

Als u voor de operatie naar Isala bent verwezen vanuit een ander ziekenhuis, dan krijgt u de uitslag via uw behandelend neuroloog aldaar.


22 augustus 2016 6046 Nee Ja

Stuur door

Door onderstaande invulvelden in te vullen, stuurt u deze informatie gemakkelijk door.
Aan emailadres*
   
Uw naam Uw emailadres*
   
Bericht