Contact
  1. 5245-Bevallen in Isala

U gaat bevallen op de afdeling Verloskunde/Kraam van het Isala Vrouw-kindcentrum. In deze folder leest u hoe u zich goed kunt voorbereiden op uw bevalling. Wat hét moment is om te bellen als de bevalling begint. En welke zorg u voor, tijdens en na uw bevalling van ons mag verwachten. Samen met u geven wij uw kindje de best mogelijke start.

U kunt in Isala bevallen, omdat u dit zelf fijn vindt, zonder dat er een medische reden voor is. Dit heet een poliklinische bevalling. Uw zwangerschapscontroles vinden dan gewoon plaats bij de verloskundigenpraktijk van uw keuze. Tijdens de bevalling begeleidt uw eigen verloskundige u in de verloskraamkamer in Isala. Voor een poliklinische bevalling betaalt u, afhankelijk van uw zorgverzekering, een eigen bijdrage.

U kunt ook in Isala bevallen omdat er een medische reden is om in het ziekenhuis te bevallen. Dit heet een klinische bevalling. Uw zwangerschapscontroles vinden dan plaats op de polikliniek Verloskunde. Tijdens de bevalling wordt u begeleid door een verloskundig zorgverlener van het ziekenhuis. Dit kan klinisch werkend verloskundige zijn, een arts-assistent (al dan niet in opleiding tot gynaecoloog) of een gynaecoloog . Bij een klinische bevalling vergoedt uw zorgverzekering de kosten van uw opname in Isala en de bevalling.

 Film bij folder Bevallen in Isala


Wie zijn uw zorgverleners?

Op de afdeling Verloskunde/Kraam komt u de volgende zorgverleners tegen: 

  • Medisch secretaresses: zij regelen alle afspraken, zowel onderzoeksafspraken als vervolgafspraken op de polikliniek Verloskunde. Voor uw afspraak op het spreekuur meldt u zich bij de balie van de medisch secretaresses.
  • Arts-assistenten: dit zijn artsen die zich in Isala specialiseren tot gynaecoloog of dit in de toekomst gaan doen. Zij hebben eigen spreekuren onder toezicht (supervisie) van een gynaecoloog.
  • Verloskundigen: zij hebben eigen spreekuren (onder eindverantwoording van een gynaecoloog).
  • Coassistenten en verloskundigen in opleiding (VIO): een coassistent is een student geneeskunde in opleiding tot basisarts. Beiden lopen op onze afdeling mee en werken altijd onder begeleiding van een arts of verloskundige.
  • Echoscopisten: zij verrichten speciale echoscopiespreekuren.
  • Verpleegkundigen: zij verzorgen het verpleegkundig spreekuur.

Omdat Isala een opleidingsziekenhuis is waar gynaecologen, artsen en verloskundigen worden opgeleid, worden zij ook bij uw onderzoek en behandeling betrokken. Geef het aan als u dit vervelend vindt, dan houden wij zoveel mogelijk rekening met uw wensen.

Overal waar u in deze folder ‘verloskundig zorgverlener’ leest, kan er een gynaecoloog, arts in opleiding of klinisch verloskundige bedoeld worden.

Meerdere verloskundig zorgverleners

Op de polikliniek spreekt u niet altijd dezelfde verloskundig zorgverlener. Omdat uw gegevens uitgebreid worden vastgelegd in een verloskundig dossier is iedere verloskundig zorgverlener altijd op de hoogte van uw specifieke situatie.

Tijdens uw zwangerschap

Uw zwangerschapscontroles

Bij een poliklinische bevalling vinden uw zwangerschapscontroles gewoon plaats bij een verloskundigenpraktijk van uw keuze. Bevalt u om medische redenen, dan komt u voor uw controles op de polikliniek Verloskunde naar het zwangerenspreekuur. Verder verlopen de controles bijna hetzelfde.

De eerste controle wordt uitgevoerd bij ongeveer acht weken zwangerschap en duurt ongeveer vijftien minuten. Tijdens dit bezoek wordt een begin gemaakt met het verloskundig dossier en vindt er uitgebreid onderzoek plaats. Dit onderzoek bestaat uit:

  • het meten van uw bloeddruk;
  • een echoscopisch onderzoek;
  • bloedafname voor onderzoek op bloedgroep/rhesusfactor, bloedarmoede, infectieziekten zoals hepatitis B (geelzucht), Lues (geslachtsziekte) en hiv.

Verder bespreekt de verloskundig zorgverlener met u of u ooit ziek bent geweest en of er sprake is van aangeboren afwijkingen of bijzondere ziekten binnen uw familie. Daarnaast krijgt u informatie over onderzoek naar bepaalde aangeboren afwijkingen. U heeft hierna nog rustig de tijd om na te denken of u dit onderzoek wel of niet wilt laten verrichten. U krijgt hier ook schriftelijke informatie over mee naar huis, zodat u alles nog eens rustig na kunt lezen.

Bij de volgende controles vinden de volgende onderzoeken plaats:

  • het meten van uw bloeddruk;
  • het beoordelen van de groei van uw kind;
  • het luisteren naar de harttonen van uw kind.

Er vindt verder alleen onderzoek plaats naar uw gewicht, urine, bloed als dit nodig is. Ook een echoscopie wordt alleen gemaakt als hier een reden voor is.

Na de eerste controle worden de volgende controles meestal verricht bij ongeveer 20, 26, 30, 34, 38 en 40 weken zwangerschap. Na 40 weken wordt u wekelijks gecontroleerd. Zo nodig vinden controles vaker plaats.

Tijdens elke controle heeft u een gesprek met een verloskundig zorgverlener aan wie u al uw vragen kunt stellen. Soms is het handig om de vragen die thuis bij u opkomen, op te schrijven en mee te nemen naar uw afspraak. Als u uw vragen stelt, krijgt u duidelijkheid. Daarnaast is het ook voor uw behandeling belangrijk dat er geen misverstanden bestaan tussen u en uw zorgverlener.

Verpleegkundig Spreekuur Obstetrie (VSO)

Als u om medische redenen bevalt in Isala, verwijst uw verloskundig zorgverlener u door naar het Verpleegkundig Spreekuur Obstetrie. Het doel van het VSO (Obstetrie betekent verloskunde) is om vrouwen die zwanger zijn informatie te geven over zwangerschap, bevallen in het ziekenhuis en alle onderwerpen die daarbij horen. Wilt u meer over dit onderwerp weten? Lees dan de folder ‘Verpleegkundig Spreekuur Obstetrie’. 

Geboorteplan

Het maken van een geboorteplan is een praktische manier om u voor te bereiden op uw bevalling. Een geboorteplan is een beknopt document, maximaal 1-2 A4 tjes, waarin u puntsgewijs aangeeft wat voor u belangrijke aandachtspunten zijn tijdens uw bevalling. Het geboorteplan kan op papier of digitaal worden aangeleverd.

 In uw geboorteplan beschrijft u kort uw wensen, verwachtingen en eventuele angsten rondom de bevalling. Dit helpt uzelf bij het ontdekken wat u en uw partner tijdens de bevalling belangrijk vinden. Daarnaast kunnen uw zorgverleners in uw geboorteplan in één oogopslag uw wensen rond de bevalling zien zodat zij hier zoveel mogelijk rekening mee kunnen houden.

Tijdens het bezoek aan het VSO kunt u uw wensen en uw geboorteplan bespreken. De verpleegkundige kijkt samen met u of de wensen in uw geboorteplan haalbaar zijn. Wanneer er medische of praktische bezwaren zijn voor bepaalde wensen vertelt de verpleegkundige u dat en denkt mee of er goede alternatieven zijn.
Wilt u meer over dit onderwerp weten? Lees dan de folder ‘Het maken van een geboorteplan’. 

Voorkom dat u valt

Iedere zwangere vrouw heeft na het 1e trimester (na 12 weken zwangerschap) een verhoogd risico om te vallen. Dit komt doordat uw lichaamshouding verandert en u, bij een gevorderde zwangerschap, niet onder uw buik kan kijken. Ook kunt u bijvoorbeeld last hebben van duizeligheid, waardoor u eerder kunt vallen.

Risico’s in uw omgeving:

  • vloer: gladde vloer, natte vloer, aanwezigheid van kabels, snoeren en losse vloerkleedjes;
  • bed: bij een hoog bed kan het uit bed stappen moeilijk zijn;
  • fietsen: met name tijdens het op- en afstappen;
  • drempels en stoepranden.

Uw persoonlijke risico’s:

  • duizeligheid;
  • bepaalde medicijnen (bloeddrukverlagende medicijnen);
  • moeilijk op kunnen staan/moeizaam lopen;
  • pijn;
  • een eerdere val.

Tips om vallen te voorkomen

  • Zorg dat u voldoende beweegt om uw conditie en spierkracht op peil te houden.
  • Zorg voor een veilig huis: bijvoorbeeld door zo min mogelijk spullen op de vloer te plaatsen.
  • Draag goede, stevige schoenen.

Als u wordt opgenomen in Isala brengen we samen met u uw valrisico in kaart. Op die manier kunnen we samen dit risico zo klein mogelijk maken. In het welkomstboek op de Verloskamers vindt u ook een folder over vallen.

Bij welke klachten moet u bellen?

Vooral in het begin van de zwangerschap zit er vrij lange tijd tussen uw controles. Als u tussen de controles door klachten krijgt, of u maakt zich ongerust, neem dan gerust contact op met de polikliniek Gynaecologie en Verloskunde. Wij zijn bereikbaar via telefoonnummer: (038) 424 35 55.

Bel direct voor overleg met de verloskamers naar telefoonnummer (038) 424 8161 als u tijdens uw zwangerschap de volgende klachten krijgt:

  • regelmatige weeën;
  • helderrood bloedverlies;
  • vruchtwaterverlies;
  • weinig of geen ‘leven’ voelen;
  • buikpijn;
  • iedere andere klacht waarover u zich zorgen maakt, bijvoorbeeld koorts, ernstige hoofdpijn, sterretjes zien of plotseling veel vocht vasthouden;
  • als u tijdens de zwangerschap valt en hierbij uw buik bezeert of ongerust bent.

Thuismonitoring voor extra controle

In bijzondere gevallen kan het gebeuren dat u tijdens uw zwangerschap extra controle nodig heeft, maar daarvoor niet in het ziekenhuis opgenomen hoeft worden. Dan kunt u in aanmerking komen voor 'ziekenhuisverplaatste zorg in de thuissituatie'. Dit betekent dat u dezelfde behandeling krijgt als in het ziekenhuis, maar dan in uw eigen huis. U bent dus gewoon thuis, maar formeel is er wel sprake van een opname. U leest hier meer over in de folder ‘Thuismonitoring van risicozwangeren’.

Voorbereiding en praktische zaken

Kraamhulp

Om na uw bevalling thuis kraamhulp te krijgen, moet u zich vóór uw zestiende week zwangerschap aanmelden bij een organisatie voor kraamhulp. Meestal heeft uw zorgverzekeraar een contract met diverse aanbieders van kraamzorg. Vraag daarom eerst bij uw zorgverzekeraar na voor welke kraamhulp u in aanmerking komt.
U moet zich ook inschrijven wanneer u het kraambed (gedeeltelijk) in het ziekenhuis doorbrengt. Als u na uw ziekenhuisverblijf dan naar huis gaat, kunt u namelijk vaak alsnog in aanmerking komen voor kraamhulp.

Informatiebijeenkomsten over bevallen

Wij organiseren op de afdeling Gynaecologie en Verloskunde (bijna) maandelijks informatiebijeenkomsten voor u en uw partner.

Het programma bestaat uit:

  • Een presentatie door een verpleegkundige van de afdeling Verloskunde. Aansluitend ziet u een film waarin we u meenemen over de afdeling Verloskunde en u voorstellen aan de zorgverleners die betrokken zijn bij uw bevalling.
  • Een gynaecoloog geeft uitleg over bevallen en vertelt over zijn/haar rol tijdens de bevalling.
  • Een film en voorlichting over pijnbestrijding.
  • Een fotoserie over een keizersnede.
  • Informatie over onder andere de kraamtijd, gezinsgerichte zorg en borstvoeding.
  • Natuurlijk is er volop gelegenheid voor het stellen van vragen aan de gynaecoloog en de verpleegkundige.

In de folder ‘Bevallen in het ziekenhuis, voorlichtingsavonden’ vindt u meer informatie over dit onderwerp. 

Zwangerschapscursussen

Er zijn tal van cursussen om tijdens de zwangerschap gezond en fit te blijven en om u voor te bereiden op de bevalling. Meer informatie over het cursusaanbod bij u in de buurt vindt u bij uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog en bij de thuiszorginstelling in uw omgeving. Lees hier meer over in de folder ‘Cursussen rondom zwangerschap, bevalling en borstvoeding’. 

Opname in het ziekenhuis

Voordat u naar het ziekenhuis komt, belt u altijd eerst de verloskamers via (038) 424 81 61. Wij zijn 24 uur per dag bereikbaar. De medewerkers van de verloskamers kunnen zich dan op uw komst voorbereiden.

Wanneer is de kans aanwezig dat uw bevalling begonnen is?

  • Bij regelmatige weeën. Weeën zijn regelmatige samentrekkingen van de baarmoederspier en worden over het algemeen als pijnlijk ervaren. U belt in ieder geval bij regelmatige weeën om de vijf minuten.
  • Bij verlies van vruchtwater. Als u onverwachts helder vocht verliest, kan dat betekenen dat de vliezen gebroken zijn. Het vruchtwater kan ook groen/bruin van kleur zijn of vermengd zijn met slijmerig bloed. In ieder geval moet u bij verlies van vruchtwater altijd bellen met het ziekenhuis.

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

Wees goed voorbereid en zet tegen de tijd van de bevalling thuis een tas klaar die u meeneemt naar het ziekenhuis. Voor uzelf neemt u mee:

  • zwangerschapskaart van de verloskundige;
  • verzekeringspapieren van u en uw partner;
  • geldig identiteitsbewijs (rijbewijs, paspoort of ID-kaart);
  • toiletartikelen;
  • nachtgoed;
  • ondergoed;
  • een T-shirt en sokken voor tijdens de bevalling;
  • ochtendjas, pantoffels;
  • eventuele medicatie die u thuis gebruikt;
  • foto/videocamera (het filmen van de geboorte zelf is echter niet toegestaan);
  • spelletje of boek voor als de bevalling nog even op zich laat wachten.

Aangezien uw partner gedurende uw gehele opname op de verloskamers bij u mag blijven kan het handig zijn voor uw partner om mee te nemen:

  • toiletspullen;
  • nachtkleding;
  • etenswaren.

Het is ook mogelijk om ontbijt, lunch en diner te verkrijgen in het bezoekersrestaurant.

Voor de baby neemt u mee:

  • babykleertjes (rompertje, truitje, broekje, sokjes, mutsje, jasje);
  • molton/omslagdoek;
  • een autostoeltje/MaxiCosi dat voldoet aan de wettelijke veiligheidseisen (we adviseren u om vooraf te oefenen met het bevestigen van de MaxiCosi in de auto).

Laat uw kostbare voorwerpen, sieraden en niet-noodzakelijke kleding liever thuis; diefstal is een risico in elk ziekenhuis. Isala is niet aansprakelijk voor verlies, diefstal of beschadiging. Op iedere verloskamer bevindt zich in de kledingkast een kluisje met cijfercode om uw kostbaarheden op te bergen.

Vervoer naar het ziekenhuis

U kunt gewoon met eigen vervoer of een taxi naar het ziekenhuis komen. Alleen in noodsituaties vindt het vervoer per ambulance plaats, maar dan altijd op aanwijzing van de verloskundige of (huis)arts. Via de Centrale hal kunt u meteen doorlopen naar de verloskamers (V4.4). U kunt ook een rolstoel in bruikleen pakken.

Tijdens uw opname

Wij geven gezinsgerichte zorg

Met de geboorte van uw kindje wordt ook een nieuw gezin geboren. In Isala zien we u en uw pasgeboren baby dan ook als één geheel en betrekken we uw hele gezin bij de zorg. Zo wennen jullie snel aan elkaar, wat belangrijk is voor een goede hechting.

Praktisch houdt gezinsgerichte zorg in dat:

  • u als aanstaande moeder vóór, tijdens en na de bevalling in dezelfde kamer verblijft;
  • de partner 24u per dag mag blijven en dus mag overnachten;
  • de baby na de geboorte verblijft bij de moeder;
  • de ouders zelf bepalen wanneer ze bezoek willen ontvangen;
  • broertjes en zusjes van harte welkom zijn;
  • ouders worden actief betrokken bij de verzorging van hun baby, ook ’s nachts.

Voor een aantal services, bijvoorbeeld overnachting(en) en maaltijd(en) partner, zijn wij genoodzaakt een kleine vergoeding te vragen.

Op de afdeling zijn 36 kraamsuites. Dit zijn ruime eenpersoonskamers die beschikken over de volgende faciliteiten:

  • eigen toilet en douche;
  • slaapbank;
  • koelkast;
  • magnetron;
  • familiehoekje;
  • TV;
  • Wi-Fi-aansluiting.

Ons betrokken team van zorgprofessionals zien moeder en baby als één geheel en betrekken alle gezinsleden actief. Hierdoor wordt de onderlinge band verstevigd en went het gezin geleidelijk aan de zorg voor de baby.
Samen met de verpleegkundige/kraamverzorgende bepaalt u als ouder(s), wat de zorgvraag is. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met uw behoeften en verwachtingen.

De verpleegkundige en/of kraamverzorgende die voor u en uw baby zorgt, stemt de zorg met u af. Zij betrekt u bij de verzorging van uw baby, met ondersteuning van de kraamverzorgende of verpleegkundige. Zo leert u bepaalde signalen van uw kindje herkennen waardoor u en uw partner nog beter zijn voorbereid op de verzorging van uw kindje thuis.

Samen met u maakt de kraamverzorgende/verpleegkundige een dag-avond en nachtplanning voor de verzorging van uw baby. Wij raden u aan om samen met uw partner en kraamverzorgende/verpleegkundige de bezoektijden te bespreken, zodat er voldoende rustmomenten voor moeder en kind zijn. Zo begeleiden wij u in deze nieuwe situatie en geven wij u de zorg die u nodig heeft.

De bevalling

Een verloskundig zorgverlener, meestal een klinisch verloskundige of art-assistent, begeleidt u tijdens de bevalling. Er is echter altijd een dienstdoend gynaecoloog die verantwoordelijk is voor de bevallingen en in speciale situaties bij de bevalling aanwezig is. Hij/zij is tevens uw hoofdbehandelaar van die dag.

Voor uw bevalling krijgt u een polsbandje met daarop uw naam, geboortedatum en patiëntnummer. Dit krijgt u ter identificatie en om vergissingen te voorkomen (bijvoorbeeld bij laboratoriumonderzoek of bij het toedienen van medicijnen).

Bewaking door CTG-registratie

Als u om medische redenen in het ziekenhuis bevalt, worden de conditie van uw ongeboren baby en de weeën tijdens de bevalling bewaakt. Deze bewaking vindt plaats met behulp van een CTG-apparaat. CTG staat voor Cardio Toco Grafie. Dit apparaat registreert de weeënactiviteit en de hartslag van de baby. De CTG-registratie is ook buiten de verloskamers via een monitor zichtbaar voor de verloskundig zorgverleners en de verpleegkundigen.

Soms is het nodig om voortdurend aan de CTG-registratie te liggen, maar soms kan de registratie ook wel even af, zodat u nog wat kunt rondlopen. De verloskundig zorgverlener onderzoekt hoever de bevalling is gevorderd en hoe het met uw baby gaat. Soms is er ook een co-assistent of verloskundige in opleiding aanwezig.

Ingrepen tijdens de bevalling

De meeste bevallingen verlopen spontaan, maar soms zijn er ingrepen noodzakelijk. Lees daarom ook de volgende folders:

Vacuümextractie of tangverlossing

Het is mogelijk dat u bij de geboorte van uw baby geholpen moet worden door middel van een zuignap (vacuümextractie) of een tang (forceps). Bij een vacuümextractie plaatst de arts een zuignap op het hoofdje van de baby. Door lucht uit de nap weg te pompen, zuigt deze zich vast aan het hoofdje. Tijdens een wee helpt de arts dan met de geboorte van de baby. Een tang bestaat uit twee lepels die aan weerszijden van het hoofdje van de baby worden gelegd. Door tijdens een wee aan het handvat te trekken, helpt de arts de baby geboren worden.

Knip

Bij de bevalling met hulp van de zuignap of tang, maar soms ook bij de spontane bevalling, kan het nodig zijn om de opening van de schede wijder te maken. Dit gebeurt door een knip te geven na plaatselijke verdoving. Deze knip of episiotomie wordt na de geboorte, eveneens onder plaatselijke verdoving, gehecht.

Na de bevalling

Aanmelden bij de gemeente

U bent wettelijk verplicht de geboorte van uw kind binnen drie dagen aan te geven bij de burgerlijke stand van de gemeente. In uw geval is dat in Zwolle, omdat dit de gemeente is waar uw kind geboren is/wordt. Is de derde dag echter een zaterdag, zondag of erkende feestdag, dan mag u de eerstvolgende werkdag nog aangifte doen.

Geboorteloket in Isala

Als uw kindje in Isala geboren is, hoeft u hiervoor niet naar het stadhuis van Zwolle. Om het u zo makkelijk mogelijk te maken – het is al druk genoeg in de eerste dagen na de geboorte van uw kind –was, maakt de verpleegkundige graag een afspraak voor u bij het geboorteloket. Bij het geboorteloket op de Verlos-/Kraamafdeling kunt u terecht voor de volgende akten:

  • aangifte van geboorte;
  • opmaken akte van naamskeuze;
  • opmaken akte van erkenning.

Aanmelden geboorte bij uw zorgverzekeraar

Let erop dat u uw kind binnen vier maanden na de geboorte inschrijft bij uw zorgverzekeraar en eventuele andere verzekeringen.

De verzorging van uw baby

Vitamine K
Direct na de bevalling krijgen alle pasgeborenen vitamine K toegediend. Zolang u volledige borstvoeding geeft, moet uw baby iedere dag (de eerste twaalf weken) 150 microgram vitamine K krijgen via het mondje. U begint hiermee op de achtste levensdag en gebruikt het tot uw baby drie maanden oud is. U kunt vitamine K zonder recept verkrijgen bij de drogist en/of apotheek.

Baden
De kraamverzorgende of verpleegkundige doet uw baby niet meteen na de geboorte in bad. Ook hoeft uw kindje niet in bad te zijn geweest voordat u met ontslag gaat. Dit hoeft pas na 24 uur na de geboorte, tenzij er een reden voor bestaat om het eerder te doen, bijvoorbeeld als uw baby in het vruchtwater heeft gepoept.
Als u uw baby in bad doet, moet het water ongeveer 37 graden Celsius zijn. Dit kunt u controleren met uw elleboog of met een badthermometer. Om snel afkoelen van uw kindje te voorkomen droogt u uw baby zorgvuldig maar vlot af, eerst het hoofdje en dan de rest van het lichaampje. Zorg dat het in de kamer waar u uw kindje in bad doet, zo’n 20 tot 22 graden Celsius is.

Temperaturen van de baby
De eerste 24 uur wordt uw baby ongeveer elke drie uur (vóór de voeding) getemperatuurd. De temperatuur meet u rectaal (in de anus). U kunt de temperatuur van uw baby het beste in het nekje voelen; de handjes en voetjes voelen altijd wat kouder aan, waardoor dit geen goede graadmeter is.

Als uw baby zich goed warm kan houden, kunt u de eerste week thuis twee keer per dag, vóór de voeding of het bad, temperaturen om na te gaan of de baby zich op temperatuur kan houden in zijn of haar nieuwe omgeving. De normale temperatuur ligt tussen de 36,5 en 37,5 graden Celsius.

Als de baby het koud heeft, kunt u een kruik in de wieg leggen. Leg deze altijd op de dekentjes en niet direct tegen uw baby aan! Uw kraamverzorgende geeft u hierover advies. Als uw baby zichzelf op temperatuur kan houden, kunt u met hem/haar naar buiten gaan. Kleed de baby niet te warm aan, houd rekening met het weer.

Kamertemperatuur
De normale temperatuur van de babykamer is tussen de vijftien en achttien graden. Zet de verwarming liever niet extra hoog. U kunt beter een extra dekentje of kruik gebruiken om de baby op temperatuur te houden. Het raam mag best een beetje openblijven, zolang de temperatuur tussen de vijftien en achttien graden Celsius blijft.

Als het buiten koud is, zet dan slechts af en toe het raam open voor frisse lucht, bijvoorbeeld als de baby uit de kamer is om gevoed te worden. Voorkom tocht in de babykamer.

Navelverzorging
De navelstomp en de huid rondom het naveltje moet u bij iedere voeding controleren op tekenen van infectie. Een infectie herkent u aan een extreem rode kleur, vochtige huid en een vieze geur. Het navelstompje zal indrogen en valt er na ongeveer een week vanzelf af.

Plassen
Gewoonlijk plast een baby binnen de eerste 24 uur na de bevalling. Normaal gesproken heeft de baby bij elke voeding een natte luier. Dit is bij borstvoeding een teken dat de baby voldoende voeding krijgt. De eerste dagen kan uw kindje minder plassen. Eén à twee natte luiers per dag is voldoende.

Ontlasting
Bij baby’s is de eerste ontlasting zwart van kleur. Dit wordt ook wel meconium genoemd. Binnen 48 uur na de bevalling hoort een kindje de eerste ontlasting gehad te hebben. Bij baby’s die borstvoeding krijgen, kan het aantal keren ontlasting per dag enorm verschillen.

Als de voeding goed op gang komt (na een paar dagen), verandert de ontlasting van kleur en samenstelling; dit wordt ook wel overgangsontlasting genoemd. De ontlasting is dan vaak geel gekleurd en erg dun en korrelig, en kan gepaard gaan met darmkrampjes.

Vaak wordt na zes weken borstvoeding de ontlasting per dag minder, soms zelfs maar eenmaal in de drie dagen. Dat is normaal bij borstgevoede baby’s.

Houding in bed
De slaaphouding voor de baby is vanaf de geboorte op de rug met het hoofdje afwisselend naar links of rechts gedraaid. Uw kraamverzorgende zal u hierover meer vertellen. Kijk ook eens op www.wiegedood.nl.

Borstvoeding
Met betrekking tot de voeding van de baby streeft Isala de adviezen van de World Health Organization (WHO) en UNICEF na. Met het behalen van het bosrtvoedingscertificaat mogen we ons “Baby Friendly Hospital” noemen.

Gedurende de opname zullen de verpleegkundigen en kraamverzorgenden u zo goed mogelijk begeleiden bij het voeden van uw baby. De verpleegkundigen begeleiden u bij het aanleggen van uw baby en geven adviezen over diverse houdingen bij aanleggen, frequentie, voorkomen van problemen en dergelijke. Stel uw vragen over borstvoeding gerust aan de verpleegkundigen. Ook beschikt het ziekenhuis over lactatiekundigen die bij problemen met borstvoeding geraadpleegd kunnen worden.

Heeft u vragen of ervaart u problemen met borstvoeding als u thuis bent, dan kunt u zich wenden tot uw kraamverzorgende, het lactatiekundig spreekuur van uw thuiszorgorganisatie of een lactatiekundige praktijk bij u in de buurt. Daarnaast verwijzen we u voor meer informatie over borstvoeding naar onze folder ‘Borstvoeding’.

Afkolven van moedermelk
Als u nog niet direct borstvoeding kan of mag geven, begeleiden en adviseren de verpleegkundigen u bij het afkolven van de moedermelk. Aanvullende informatie vindt u in de folder ‘Borstvoeding’. U kunt via onze afdeling ook een elektrische kolf huren wanneer u met ontslag gaat. Informeer hiervoor bij de verpleegkundige als u hiervoor belangstelling heeft.

Flesvoeding
Als u besluit flesvoeding te geven, is het raadzaam om gedurende zeven dagen na de bevalling dag en nacht een strakke bh aan te trekken om stuwing tegen te gaan. Als u wel stuwing heeft, kunt u ijskompressen en zo nodig paracetamol gebruiken om de pijn te verzachten.

Bij flesvoeding wordt in het begin meestal om de drie uur voeding gegeven aan uw baby. De hoeveelheid hangt af van het gewicht. Het is belangrijk dat u de benodigdheden al in huis heeft, en dat de flessen en spenen voor het eerste gebruik uitgekookt zijn. Vervolgens moeten fles en speen dagelijks eenmaal uitgekookt worden, en verder na ieder gebruik goed omgespoeld en droog weggezet worden in de koelkast.

De voeding mag maar één keer opgewarmd worden. Voordat u uw baby de fles geeft, controleert u de warmte van de voeding op de binnenkant van uw pols. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de folder ‘Flesvoeding’.

Naar huis

  • Als u poliklinisch bent bevallen, bespreekt uw eigen verloskundige met u wanneer u naar huis mag. Meestal is dit ongeveer twee uur na de bevalling.
  • Als u klinisch bent bevallen om medische reden, dan bespreekt de arts/verloskundige met u wanneer u naar huis mag. Het streven is om het ontslag vóór 10.00 uur te laten plaatsvinden.
  • Als u weet dat u naar huis mag, is het belangrijk dat u de kraamzorg belt, zodat zij een kraamverzorgende voor u kunnen inplannen.
  • U neemt zelf contact op met uw verloskundige en/of huisarts, zodat zij, wanneer u weer thuis bent, de kraamcontroles van u en uw baby kunnen overnemen.
  • De verloskundig zorgverlener zorgt ook voor medische overdacht naar uw verloskundige en/of huisarts

Avondkraamzorg

Soms gaat u ’s avonds of ’s nachts met ontslag uit het ziekenhuis. Dit kan zijn omdat de bevalling ongecompliceerd is verlopen en er geen reden is nog de nacht in het ziekenhuis door te brengen. Inmiddels biedt een aantal kraamcentra mogelijkheden voor avondkraamzorg. U kunt bij het kraamcentrum waar u zich heeft ingeschreven of bij de verpleegkundige van de afdeling informeren of zij deze mogelijkheid bieden.
Wilt u hier gebruik van maken, dan is het belangrijk dat u zich er prettig bij voelt. Daarnaast moet het natuurlijk medisch en verpleegkundig verantwoord zijn. Ook is het belangrijk dat u uw verloskundige direct bij thuiskomst op de hoogte brengt dat u met ontslag bent gegaan.

U krijgt de volgende formulieren mee naar huis:

  • een schriftelijk verslag van de bevalling voor de verloskundige en/ of huisarts;
  • een kraamoverdracht;
  • eventueel een kopie van de babylijst;
  • eventueel het bewijs van de hielprik (PKU);
  • eventueel een ontslagbrief van de kinderarts;
  • eventueel een enquêteformulier over patiënttevredenheid;
  • zo nodig: een recept met medicijnen, die u bij uw eigen apotheek kunt afhalen;
  • zo nodig: een controleafspraak voor u en/of uw baby.

Soms komt de kinderarts uw baby na de geboorte nog nakijken. Als hoofdbehandelaar van uw baby, beslist hij/zij of uw baby naar huis mag.

Als uw baby nog op de kinderafdeling verblijft en u vaginaal bent bevallen, mag u drie dagen in het ziekenhuis blijven, waarbij de dag van de bevalling als eerste dag telt. Als er sprake was van een keizersnede, mag u vijf dagen in het ziekenhuis blijven. De dag van de keizersnede wordt gerekend als dag 0.

Meestal is het verantwoord om met eigen vervoer naar huis te gaan. Het is wettelijk verplicht om de baby te vervoeren in een autostoeltje dat voldoet aan de Europese veiligheidsnormen.

Controle na de bevalling

Als u om medische redenen in het ziekenhuis bent bevallen, vindt de arts of verloskundige het wellicht belangrijk dat u nog een keer voor controle terugkomt. Hiervoor krijgt u bij uw ontslag een afspraak mee voor zes weken na de bevalling.

Na een poliklinische bevalling is een controle op de polikliniek Verloskunde niet nodig en kan uw verloskundige of huisarts deze controle doen. U kunt hiervoor zelf een afspraak maken ongeveer zes weken na de bevalling. Bij vragen of klachten mag u altijd een afspraak maken voor controle op onze polikliniek Verloskunde.

Eventuele volgende zwangerschap

Het kan zijn dat de arts met u heeft gesproken over een eventuele volgende zwangerschap en bevalling. Vooral als u een keizersnede heeft ondergaan, gelden er bepaalde adviezen voor een volgende zwangerschap en bevalling. Een bevalling in het ziekenhuis is dan noodzakelijk.

Wel is het soms nog mogelijk dat uw verloskundige of huisarts u tijdens uw volgende zwangerschap tot ongeveer 36 weken controleert, waarna de controles door de verloskundig zorgverleners worden overgenomen. De arts bespreekt dit met u voordat u weer naar huis gaat. Ook kunt u hierover later zelf met uw verloskundige of huisarts spreken.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle 
afdeling Verloskunde/Kraam
(038) 424 35 55 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Bent u ongerust of heeft u vragen (buiten kantoortijden) die niet kunnen wachten, dan kunt u bellen naar het spoednummer: (038) 424 81 61.

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak. 

23 november 2018 / 5245

Voor specifieke vragen aan een afdeling, ga naar de contactpagina. U kunt ook kijken bij de meestgestelde vragen.