Contact
  1. 5245-Bevallen in Isala
Punt Coronavirus (COVID-19) Bent u patiënt, begeleider of bezoeker? Hier vindt u belangrijke informatie over uw bezoek aan Isala.

U gaat bevallen op de afdeling Verloskunde/Kraam van het Isala Vrouw-kindcentrum. In deze folder leest u hoe u zich goed kunt voorbereiden op uw bevalling. Ook informeren wij u over wanneer u ons moet bellen en welke zorg u van ons mag verwachten tijdens uw zwangerschap, uw bevalling en na de geboorte van uw kindje(s).

Er zijn meerdere redenen mogelijk waarom u in Isala bevalt. U bent onder behandeling van de gynaecoloog, arts-assistent of verloskundige van het ziekenhuis vanwege een medische reden. Dat heet een klinische bevalling. Uw zwangerschapscontroles heeft u dan op de polikliniek verloskunde gehad. Als uw bevalling begint, belt u de verloskundig zorgverlener van het ziekenhuis. Dit is meestal de klinisch werkende verloskundige of een arts-assistent (al dan niet in opleiding tot gynaecoloog).

Een andere reden waarom u in Isala bevalt, kan zijn omdat daar tijdens uw bevalling een indicatie voor is. Als uw bevalling niet doorzet, niet vordert of er is een andere medische indicatie, dan draagt uw verloskundige (van de praktijk waar u onder controle bent) u over. De verloskundige komt met u en uw (eventuele) partner naar het ziekenhuis en draagt daar de zorg over aan de verloskundig zorgverlener van Isala.

Een bevalling met een medische indicatie wordt altijd vergoed door uw zorgverzekeraar. Zowel de zorg rondom uw bevalling als na de geboorte. De enige reden wanneer u een eigen bijdrage moet betalen rondom uw bevalling, is in het geval u zélf kiest voor een bevalling in het ziekenhuis zonder dat daar een medische reden voor is. Dit noemen wij een poliklinische bevalling. De kosten hiervoor zijn afhankelijk van uw zorgverzekeraar.

 Film bij folder Bevallen in Isala


Wie zijn uw zorgverleners?

Op de afdeling Verloskunde/Kraam komt u de volgende zorgverleners tegen: 

  • Medisch secretaresses: zij regelen afspraken, controles en echo’s. Als u een afspraak heeft op de polikliniek verloskunde, meldt u zich bij de aanmeldzuil. Het aanmelden bij de balie van de medisch secretaresses is niet nodig.
  • Gynaecologen: dit zijn de artsen die de eindverantwoordelijkheid hebben over uw zwangerschap of bevalling. U kan de gynaecoloog tegenkomen bij afspraken op de polikliniek of tijdens uw bevalling op de verloskamers.
  • Arts-assistenten: dit zijn artsen die in opleiding zijn tot gynaecoloog of die dit in de toekomst gaan doen. Zij werken zowel op de polikliniek als op de verloskamers.
  • Klinisch verloskundigen: dit zijn verloskundigen die werkzaam zijn binnen de muren van het ziekenhuis. Zij werken zowel op de polikliniek als op de verloskamers.
  • Verloskundigen in opleiding (VIO’s): zij lopen mee met de verloskundige op de afdeling en begeleiden afhankelijk van hun leerproces onder supervisie controles en bevallingen.
  • Co-assistenten: een co-assistent is een student geneeskunde die in opleiding is tot basisarts. Zij werken altijd onder begeleiding van een arts of verloskundige.
  • Echoscopisten: zij verrichten speciale echoscopie spreekuren, bijvoorbeeld de 20 weken echo (SEO structureel echoscopisch onderzoek). Een aantal echoscopistes werken ook als verloskundige op de polikliniek en verloskamers.
  • Verpleegkundigen: een kleine groep verpleegkundigen draait het Verpleegkundig Spreekuur Obstetrie (VSO).Hier krijgt u voorlichting over de zwangerschap en wordt u voorbereidt op de bevalling en het kraambed. Verpleegkundigen werken ook op de verloskamers, waar u ze tegen komt bij uw opname of bevalling.
  • Kraamverzorgenden: helpen u met het verzorgen van u en uw baby.

Meerdere verloskundig zorgverleners

Isala is een opleidingsziekenhuis voor zowel gynaecologen, artsen, verloskundigen en verpleegkundigen. Zij worden daarom bij uw onderzoek en behandeling betrokken.

Overal waar u in deze folder ‘verloskundig zorgverlener’ leest, kan een gynaecoloog, arts in opleiding of klinisch verloskundige bedoeld worden. U ontmoet de verschillende medewerkers van de polikliniek en afdeling verloskunde tijdens uw zwangerschap, bevalling of kraambed.

Uw medische gegevens houden wij bij in uw patiëntendossier. Elke zorgverlener die u tijdens uw zwangerschap, bevalling of kraamperiode ziet, heeft hier toegang toe. Zo zijn zij op de hoogte zijn van uw specifieke situatie. U leest hier meer over in de folder ‘Rechten en plichten’.

Tijdens uw zwangerschap

Uw zwangerschapscontroles

Als er een reden is dat uw zwangerschap in het ziekenhuis wordt gecontroleerd, vindt de eerste controle plaats bij ongeveer acht weken zwangerschap. Tijdens dit bezoek wordt een begin gemaakt met het verloskundig dossier, wordt er een echo gemaakt en uw bloeddruk gemeten.

Bij een volgend bezoek, vaak rond 10-12 weken, maken wij uw dossier compleet en stellen wij de termijn van uw zwangerschap vast. Dit noemen wij de intake. Ook maken wij met u een afspraak om bloed te prikken en meten wij nogmaals uw bloeddruk. Dit doen wij bij iedere controle.

Bloedafname

Wij onderzoeken uw bloed op:

  • Bloedgroep/ rhesusfactor (zie folder 'Bloedgroep, Rhesus en zwangerschap')
  • Bloedarmoede (Hb/ijzergehalte)
  • Infectieziekten zoals Hepatitis B (geelzucht), Lues (geslachtsziekte) en HIV
  • Glucose (suiker)

Prenatale screening

Tijdens uw zwangerschap kunt u uw kind laten onderzoeken op een aantal aangeboren aandoeningen. Dit onderzoek heet prenatale screening. U bepaalt zelf of u dit onderzoek wilt laten doen. Er zijn twee soorten screening:

  1. Onderzoek naar downsyndroom, edwardssyndroom en patausyndroom: de NIPT (niet-invasieve prenatale test )
  2. Onderzoek naar lichamelijke afwijkingen: de 13 weken echo en de 20 weken echo.

Prenatale diagnostiek

Heeft u een verhoogd risico op het krijgen van een kindje met een aangeboren afwijking of de uitslagen van bovenstaande onderzoeken zijn afwijkend? Dan komt u in aanmerking voor prenatale diagnostiek. De onderzoeken die wij dan kunnen doen:

  1. Uitgebreid echoscopisch onderzoek, ook wel geavanceerd ultrageluidsonderzoek (GUO) genoemd
  2. Vlokkentest
  3. Vruchtwaterpunctie

Voor meer informatie lees de folder 'Prenataal Diagnostisch centrum'.

Vervolgcontroles

De reguliere controles vinden in de weken die volgen plaats. Meestal is dit bij 16, 20, 24, 27, 30, 33, 35 en 37 weken. Na 37 weken wordt u wekelijks gecontroleerd. Afhankelijk van uw medische indicatie kijken wij of deze controles voldoende zijn. Zo nodig plannen wij meer controles. De volgende onderzoeken kunt u dan verwachten:

  • meten van uw bloeddruk
  • luisteren naar hartslag van uw baby
  • kijken naar de groei van uw baby (op indicatie met een echo)

Aanvullend onderzoek doen wij alleen als dat nodig is. Denk aan een echo, urine of bloedonderzoek. Tijdens elke controle heeft u een gesprek met een verloskundig zorgverlener aan wie u vragen kunt stellen. Het kan handig zijn om de vragen die thuis bij u opkomen, op te schrijven en mee te nemen naar uw afspraak. Vragen staan vrij en daar proberen wij de tijd voor te nemen. Vragen kunnen misverstanden tussen u en uw zorgverlener voorkomen.

Kinkhoestvaccinatie

Kinkhoest is voor baby’s een ernstige ziekte. U kunt uw baby tegen kinkhoest beschermen door uzelf te laten vaccineren tijdens uw zwangerschap. Dat kan vanaf de 22e week met de 22 wekenprik. De prik zit in het Rijksvaccinatieprogramma en is daarom gratis. Voor meer informatie ga naar www.rijksvaccinatieprogramma.nl/ 22wekenprik.

Verpleegkundig Spreekuur Obstetrie (VSO)

Tijdens uw zwangerschap bezoekt u het VSO. Wij geven u dan informatie over uw zwangerschap, bevalling en kraamtijd. U krijgt rond 15 en 32 weken een afspraak op het spreekuur. Afhankelijk van uw zwangerschapstermijn en indicatie, kunnen andere afspraken met u worden gemaakt.

MijnIsala
Het is belangrijk dat u ter voorbereiding op uw gesprek met de verpleegkundige, de folders en de film die in MijnIsala voor u worden klaargezet, leest en bekijkt. Dan kunt u tijdens het gesprek gerichte vragen stellen. Een onderdeel van deze folders is onder andere het bevalplan. Deze kunt u digitaal invullen en komt dan automatisch in uw dossier terecht.

Voor meer informatie over dit spreekuur zie folder 'Verpleegkundig Spreekuur Obstetrie'.

Bij welke klachten moet u bellen?

In het begin van uw zwangerschap zit er vaak ruim vier weken tussen uw controles. Als u tussen de controles door vragen heeft, klachten krijgt of als u zich ongerust maakt, neem dan contact op met de polikliniek Gynaecologie en Verloskunde. Wij zijn bereikbaar via telefoonnummer: 088 624 35 55 van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 – 17.00 uur. Mocht u een vraag hebben waarvoor direct overleg nodig is met een verloskundig zorgverlener, belt u dan naar 088 624 81 61.

Voor niet dringende vragen of vragen die kunnen wachten tot de volgende dag, kunt u de polikliniek bellen. Tijdens uw zwangerschap zijn er een aantal klachten/problemen waarbij u altijd moet bellen. Deze klachten kunnen een gevaar vormen voor u of uw ongeboren kind:

  • Bij helderrood vaginaal bloedverlies
  • Bij hoofdpijn, sterretjes zien, braken, pijn in de bovenbuik of bovenrug
  • Bij geen of minder bewegingen van uw kind dan anders
  • Bij vruchtwaterverlies
  • Wanneer u ongerust bent
  • Als u valt of uw buik stoot
  • Vóór 37 weken willen wij ook dat u direct belt bij regelmatige contracties, buikpijn of weeën

Rondom uw bevalling kan het soms lastig zijn wanneer u moet bellen. Maar bel ons als u denkt dat de bevalling is begonnen. Bel ons:

  • als u een uur of langer regelmatige weeën, buikpijn of contracties à vijf minuten heeft
  • bij vruchtwaterverlies

Thuismonitoring

Er zijn een aantal redenen waarvoor u bij ons opgenomen moet worden. Dit kan zijn omdat uw baby niet goed groeit, uw vliezen vroegtijdig gebroken zijn of om een andere reden. Op indicatie kunnen wij deze opname verplaatsen naar uw huis. Wij geven dan dezelfde zorg en behandeling zoals in het ziekenhuis, maar dan in uw eigen omgeving. Dit betekent dat u thuis bent, maar dat er formeel sprake is van een opname. U leest hier meer over in de folder 'Thuismonitoring van risicozwangeren'.

Zorg 3e lijn

Bij een zwangerschapsduur onder de 32 weken, kan het zijn dat u en/of uw kindje(‘s) extra gespecialiseerde zorg nodig hebben. U wordt dan opgenomen op de afdelling Obstetrische high Care. De reden voor de opname kan zijn dat er een complicatie is ontstaan zoals een te hoge bloeddruk of een groeiachterstand van uw ongeboren kindje(‘s). U leest hier meer over in de folder 'Obstetrische high care'.

Voor de bevalling 

Voorbereiding en praktische zaken

Leefstijladvies

Tot de tiende week van uw zwangerschap is het goed om dagelijks 400 microgram foliumzuur te slikken. En tijdens uw hele zwangerschap dagelijks 10 microgram vitamine D. Natuurlijk is het verder belangrijk om gezond en gevarieerd te eten. Op de website van het Voedingscentrum staan heldere tips over wat u wel en niet mag eten tijdens uw zwangerschap. Of download de gratis app ZwangerHap van het Voedingscentrum.

Wij adviseren u niet te roken en geen alcohol en drugs te gebruiken. Vindt u het moeilijk om hiermee te stoppen? Vertel het dan tijdens uw controle, dan kunnen wij u helpen. U kunt een doorverwijzing krijgen naar de 'Stoppen met roken poli'. Bespreek dit met uw verloskundig zorgverlener. Lees meer over het Stoppen met roken programma.

Kraamzorg

Om na uw bevalling thuis kraamzorg te krijgen, moet u zich vóór 16 weken zwangerschap aanmelden. In de regio werken veel verschillende kraamzorgorganisaties. Meestal heeft uw zorgverzekeraar een contract met diverse aanbieders van kraamzorg. U kunt bij uw zorgverzekeraar vragen voor welke kraamzorg u in aanmerking komt.

Ook als u verwacht de eerste dagen van uw kraambed in het ziekenhuis door te brengen, raden wij aan om u in te schrijven voor kraamzorg. Als u na uw ziekenhuisverblijf naar huis gaat, kunt u vaak alsnog in aanmerking komen voor kraamzorg. Raadpleeg hiervoor uw zorgverzekering.

Verloskundige zorg bij ontslag

Uw zwangerschap wordt gecontroleerd in het ziekenhuis. We raden u aan om ruim voor uw bevalling contact op te nemen met een verloskundigenpraktijk in uw omgeving. Daarmee maakt u afspraken over de kraambedcontroles. Als u na de bevalling naar huis mag, neemt de huisarts of verloskundige de begeleiding van de gynaecoloog over.

Zwangerschapscursus

Het is belangrijk om u middels een cursus voor te bereiden op uw bevalling. Naast informatieve cursussen, zijn er ook cursussen om gezond en fit te blijven in de zwangerschap. Kijk online naar het cursus aanbod of vraag het uw verloskundige praktijk.

Webinar Bevallen bij Isala

Voor meer informatie over bevallen bij het Isala Vrouw-kindcentrum, kunt u ook een van onze online informatieavonden terugkijken.

Bevalplan

Het maken van een bevalplan is een goede manier om u voor te bereiden op uw bevalling. Uw verloskundige zorgverlener bespreekt het bevalplan tijdens uw polibezoek. U leest hier meer over in de folder 'Bevalplan'.

Wat neemt u mee naar het ziekenhuis?

Probeer voorbereid te zijn op een (onverwachte) opname in het ziekenhuis. Zet op tijd een tas klaar die u mee kunt nemen.
Voor uzelf neemt u mee:

  • zwangerschapskaart van de verloskundige (als u deze heeft)
  • uw verzekeringsbewijs
  • geldig identiteitsbewijs (rijbewijs, paspoort of ID-kaart) van u en uw partner
  • toiletspullen, nachtkleding en extra ondergoed
  • kleding die u aan wilt tijdens uw bevalling. Denk ook aan reservespullen, warme kleren en eventueel sokken, pantoffels of een ochtendjas.
  • eventuele medicijnen die u thuis gebruikt
  • foto/videocamera en opladers
  • spelletje, boek, laptop of andere mogelijkheden om u en uw partner te vermaken, voordat de bevalling is begonnen.
  • denk ook aan spullen voor uw eventuele partner (toiletspullen, nachtkleding en eventueel eten).

De kamers zijn voorzien van een koelkast en magnetron voor het bewaren en opwarmen van meegebrachte voeding. Voor de partner is het ook mogelijk om tegen vergoeding te blijven overnachten en gebruik te maken van ontbijt, lunch en diner op de verloskamers. Ook kunt u gebruikmaken van ons bezoekersrestaurant.

Voor de baby neemt u mee:

  • babykleertjes (rompertje, truitje, broekje, sokjes, mutsje, jasje)
  • eventueel een molton/omslagdoek. Deze zijn ook op de afdeling beschikbaar.
  • het is wettelijk verplicht om uw baby te vervoeren in een autostoeltje, dat voldoet aan de Europese veiligheidsnormen. Deze mag u meenemen naar de afdeling. Oefen voordat u naar het ziekenhuis komt hoe dit werkt.
  • luiers, hydrofiele doeken en billendoekjes zijn aanwezig op de afdeling.

Laat kostbare voorwerpen, sieraden en niet-noodzakelijke kleding liever thuis. Isala is niet aansprakelijk voor verlies, diefstal of beschadiging. Op iedere verloskamer is een kluisje met cijfercode om uw kostbaarheden op te bergen.

Heeft u al kinderen?

Denk dan ook aan een (vlucht)tas voor hen. Zodat op het moment van uw bevalling, u zich kunt focussen op uw weeën. Ook is het verstandig om alvast na te denken wie u kunt bellen om op uw kinderen te passen als u naar het ziekenhuis moet.

Vervoer naar het ziekenhuis

U kunt met eigen vervoer of een taxi naar het ziekenhuis komen. Alleen in noodsituaties vindt het vervoer per ambulance plaats. Dit gebeurt altijd op aanwijzing van uw verloskundige of arts. Via de Centrale hal kunt u doorlopen naar de verloskamers (V4.4a). U kunt een rolstoel lenen; daarvoor heeft u een euromunt nodig.

De bevalling

Voordat u naar het ziekenhuis komt, moet u altijd eerst de verloskamers bellen 088 624 81 61. U krijgt dan de dienstdoende verloskundige aan de telefoon. Zij zijn 24 uur per dag bereikbaar. Samen met de verloskundige overlegt u wat het juiste moment is om naar het ziekenhuis te komen. In overleg kan dan bijvoorbeeld worden besloten nog even thuis te blijven.

Zoals al eerder genoemd in deze folder zijn er een aantal redenen wanneer u ons moet bellen. Bijvoorbeeld als uw bevalling begint. Maar wanneer is de bevalling écht begonnen?

  • Bij regelmatige weeën: weeën zijn regelmatige krampen van de baarmoeder en worden over het algemeen als pijnlijk ervaren. U belt in ieder geval bij regelmatige weeën om de vijf minuten en/ of:
  • Bij verlies van vruchtwater. Als u onverwachts helder vocht verliest, kan dat betekenen dat de vliezen gebroken zijn. Het vruchtwater kan ook groen/bruin van kleur zijn of vermengd zijn met slijmerig bloed.

Bij de bevalling wordt u begeleidt door een verloskundige zorgverlener. Dit is meestal een klinisch verloskundige of arts-assistent (al dan niet) in opleiding tot gynaecoloog. Op de achtergrond is ook altijd een gynaecoloog aanwezig op de verloskamers. De gynaecoloog komt voor u alleen in beeld als daar een reden voor is. Bijvoorbeeld bij een vacuümverlossing of een keizersnede.

Naast de verloskundige zorgverlener is er bij uw bevalling ook altijd een verpleegkundige aanwezig, die gespecialiseerd is in de verloskunde. Soms is er een leerling-verpleegkundige, leerling-verloskundige of co-assistent aanwezig.

Het is uw bevalling

Zoals eerder beschreven is het goed om u voor te bereiden op uw bevalling. Hoe beter u weet wat u kunt verwachten hoe gemakkelijker het soms is om u over te kunnen geven aan het bevallen. Denk er bijvoorbeeld over na wie u uit uw omgeving bij de bevalling wilt hebben. Zijn er naast uw partner nog andere personen waarbij u zich vertrouwd voelt en die u mogelijk kunnen helpen tijdens de bevalling?

Uit onderzoek is gebleken dat continue begeleiding tijdens de bevalling een positief effect heeft op het beloop. Dit kan soms een reden voor u zijn om u te laten begeleiden door een doula. Een doula is een bevalcoach die niet medisch onderlegd is, maar wel kan ondersteunen tijdens de bevalling. Kijk voor meer informatie hierover op www.doula.nl.

Foto’s en video

Wilt u foto's van de bevalling of alleen van na de geboorte? Wie gaat dit doen? Op de afdeling heeft de verpleegkundige vaak wel  een momentje om enkele foto’s te nemen. Als uw baby is geboren, mag er afhankelijk van de omstandigheden en na toestemming van de zorgverleners, ook gefilmd worden met een videocamera.

Ontspanning en comfort

Het verloop van uw bevalling is een natuurlijk proces en wordt beïnvloed door de aanmaak van verschillende hormonen. De aanmaak van deze hormonen kan beïnvloed worden door uzelf, maar ook door uw omgeving.

Warmte, aandacht, rust, gedempt licht en een gevoel van veiligheid helpen bij het aanmaken van de hormonen endorfine en oxytocine. Endorfine is een natuurlijke pijnstiller en zorgt dat u beter met weeënpijn kunt omgaan. Oxytocine zorgt voor het samentrekken van de baarmoeder en dus het vorderen van de bevalling.

Oxytocine zorgt ook voor het toeschietreflex van moedermelk en het gevoel van verbondenheid met uw kind na de bevalling. Stress tijdens uw bevalling kan zorgen voor adrenaline (het stresshormoon). Door adrenaline kan de bevalling belemmeren. Stress wordt bijvoorbeeld veroorzaakt door het verplaatsen tijdens uw bevalling van thuis naar het ziekenhuis, angst, paniek, kou of schaamte. Maar ook fel licht, aanwezigheid van andere mensen of een gevoel van onveiligheid.

Samengevat: zorg voor ontspanning en comfort. Bereid u goed voor, zodat u weet wat u zou kunnen verwachten om stress zoveel mogelijk te beperken.

Pijn

De pijn van de weeën komt van het openen van de baarmoedermond. De baarmoedermond is erg gevoelig en komt door de kracht van de weeën onder druk te staan. Dit geeft pijn, weeënpijn. Tijdens een wee trekt uw baarmoeder samen. De baarmoeder hangt met banden vast in uw bekken. Deze banden komen door de kracht van de weeën op spanning te staan. Dat geeft ook pijn.

Pijn van de weeën is voor iedereen anders. Maar dat het pijn doet, is zeker. De één beschrijft het begin van de weeën als menstruatiekrampen, terwijl een ander daar het totaal niet mee eens is. Sommige vrouwen voelen de weeën in de rug terwijl anderen het in hun buik of benen voelen.

Wat kenmerkend is van weeënpijn, is dat ze komen in golven. De pijn komt en gaat. Tussen de weeën is altijd een pauze waarin u even bij kan komen. Naarmate de ontsluiting en dus uw bevalling vordert, worden de pauzes tussen de weeën korter. De weeën worden intenser en pijnlijker. U hebt echt de pauze nodig om even bij te komen om vervolgens de volgende wee weer weg te zuchten.

Pijnbestrijding

Pijn tijdens de bevalling is een normaal verschijnsel. Wel zijn er veel mogelijkheden om beter met deze pijn om te gaan. Er zijn een aantal dingen die kunnen helpen:

  • Warmte; door middel van een warme kruik of warmtepakking (aanwezig op de afdeling).
  • Douchen; warmte kan helpen voor ontspanning van de spieren en banden. Mits medisch verantwoord, mag u onder de douche als u dat wil.
  • Bad; ook in bad zitten, kan helpen om net als de douche ontspanning te vinden. Hieraan zijn kosten verbonden en dit mag niet bij alle bevallingen. Lees eventueel de folder 'Bevallen in bad'.
  • Ademhalingsoefeningen; het vinden van een regelmatig ritme van in- en uitademing op geleide van de weeën kunnen helpen bij controle over de pijn.
  • Masseren; dit kan helpen om de focus van de pijn te verplaatsen. Soms is flinke tegendruk ook fijn op de plek die pijnlijk is met name in de rug.
  • Houdingswisselingen; het wisselen van houding tijdens de bevalling kan ook helpen de pijn te verlichten. Door bijvoorbeeld lopen af te wisselen met zitten op een bal (aanwezig op de afdeling), douchen en voorover hangen op het bed kan de pijn ook beter onder controle zijn. Welke houding prettig is, is voor iedere vrouw verschillend.
  • Geboorte TENS; dit is een apparaat waarmee door middel van het geven van schokjes uw lijf natuurlijke pijnstillers aanmaakt. De TENS hebben wij niet op de afdeling. Deze kunt u zelf aanschaffen of lenen. Kijk voor meer informatie op www.geboortetens.nl.

Soms zijn bovenstaande tips niet voldoende en biedt pijnstilling voor u een fijne uitkomst. In Isala maken we gebruik van twee mogelijkheden.

PCA-pomp

Dit is een manier van pijnbestrijding die u zelf kunt reguleren. De werkzame stof in dit zogenoemde ‘pijnpompje’ is Remifentanil. Dit is een kortwerkende morfineachtige stof, die wordt toegediend via een infuus dat vastzit aan een pompje. U kunt zelf met een drukknop bepalen wanneer u Remifentanil toegediend krijgt. Het pompje is zo afgesteld dat u uzelf nooit te veel kunt geven.

Ruggenprik

Een ruggenprik is verdoving die geplaatst wordt in de onderrug met een combinatie van verschillende pijnstillende medicijnen. De anesthesioloog brengt op de afdeling onder plaatselijke verdoving onder in uw rug via een naald een dun, soepel slangetje in. Daarbij moet u uw rug bol maken en zoveel mogelijk stil blijven liggen of zitten. De naald gaat er weer uit, het slangetje blijft zitten. Door dit slangetje krijgt u tijdens de hele bevalling pijnstillende medicijnen toegediend.

Voor meer informatie over deze opties van pijnbestrijding verwijzen we u naar de folder 'Pijnbestrijding tijdens bevalling'.

Bewaking door CTG-registratie

Het continu registreren van de hartslag heet een CTG. We proberen met een CTG de conditie van uw baby te lezen en vaak kunnen we zien of u weeën heeft. Er zijn vele redenen waarom een CTG nodig kan zijn. Dit kan bijvoorbeeld als de baby in het vruchtwater heeft gepoept, als u tijdens de bevalling weeënopwekkers krijgt of als er twijfels zijn over de conditie van uw baby. Het CTG wordt vaak tijdens de hele bevalling geregistreerd. Als dit niet nodig is, geven we dit aan. Op de afdeling hebben we ook enkele draadloze CTG apparaten staan, waarmee u makkelijk onder de douche kunt of een rondje kunt lopen. Als een CTG wordt gemaakt, betekent dit dus niet dat u de hele tijd in bed moet blijven liggen.

Vacuümextractie of tangverlossing

Het kan dat u bij de geboorte van uw baby geholpen wordt met een zuignap (vacuümextractie) of een tang (forceps). Bij een vacuümextractie plaatst de arts-assistent of gynaecoloog een zuignap op het hoofdje van uw baby. Door lucht uit de nap weg te pompen, zuigt deze zich vast (vacuüm) aan het hoofdje. Tijdens een wee helpt de arts met de geboorte van de baby. Een tang bestaat uit twee lepels die aan weerszijden van het hoofdje van de baby worden geplaatst. Door tijdens een wee aan het handvat te trekken, helpt de arts de baby geboren worden. De tangverlossing wordt niet vaak meer gebruikt.

Knip

Bij de bevalling met hulp van de zuignap of tang, maar soms ook bij de spontane bevalling, kan het nodig zijn om de opening van de vagina wijder te maken. Dit gebeurt door een knip te zetten na plaatselijke verdoving. Deze knip (of episiotomie) wordt na de geboorte, eveneens onder plaatselijke verdoving, gehecht.

De meeste bevallingen beginnen en verlopen spontaan. Soms is medisch ingrijpen noodzakelijk. Om hierover alvast aanvullende informatie te lezen, kunt u de volgende folders lezen:

Na de bevalling

Het eerste contact met uw kindje

Na de geboorte is het tijd om kennis te maken met uw baby. Het is prettig als dat in alle rust gebeurt. De een heeft hier meer tijd voor nodig dan de ander. Dat hangt ook af van het beloop van uw bevalling. Soms heeft u rust nodig om tot uzelf te komen voor u de aandacht op uw baby kunt richten. Juist dan is het belangrijk dat uw baby bij u ligt en u die ruimte krijgt. Voor de moeder kind binding is het belangrijk om uw baby het eerste uur na de geboorte, bij u op de buik te laten liggen. Mits de baby een goede start heeft. De eerste beoordeling van de conditie van uw baby (APGAR score) kan ook terwijl uw baby op de buik ligt. Het nakijken en wegen van de baby kan ná dit eerste uur. Ook wel het gouden uur genoemd.

Een baby is het eerste uur bezig met kennismaken. Hij kijkt rond, ruikt, voelt en proeft. Hij geeft al veel signalen af en communiceert op die manier met zijn of haar omgeving. Als u borstvoeding geeft, kunt u dat meteen in dit eerste uur proberen. Als u flesvoeding gaat geven, is het fijn als u uw eigen fles meeneemt. Dan kunnen we daar de voeding in klaarmaken.

Afnavelen

Na de bevalling navelen we de baby af. Wij proberen dit zoveel mogelijk te doen nadat de navelstreng is uitgeklopt en er geen bloed meer van u naar uw kind gaat. U kunt van tevoren nadenken over wie de navelstreng gaat doorknippen. Binnen Isala hebben wij geen cord-ringen op voorraad. Wij gebruiken een klemmetje van plastic. Mocht u een cord-ring willen gebruiken, dan mag u deze zelf meenemen. De verloskundige of arts plaatst deze dan na de geboorte. Een cord-ring kunt u online aanschaffen.

De placenta

Nadat uw baby is geboren geven we u soms oxytocine. Dit doen we met een prik in uw been of via het infuus. Hierdoor hopen we dat de placenta vlot geboren wordt.

De kraamperiode

Gezinsgerichte zorg

In Isala zien wij u, uw pasgeboren baby en eventuele partner als één geheel. We proberen uw hele gezin te betrekken bij de zorg. Zo kunnen jullie aan elkaar wennen, dat is belangrijk voor een goede hechting. Wij noemen dat gezinsgerichte zorg. Praktisch houdt gezinsgerichte zorg in dat:

  • uw baby na de geboorte, als dit medisch gezien akkoord is, bij u op de kamer blijft
  • uw (eventuele) partner 24 uur per dag bij moeder en kind mag blijven
  • ouders zelf bepalen of, en wanneer zij bezoek ontvangen
  • broertjes en zusjes welkom zijn
  • ouders actief betrokken worden bij de verzorging van uw baby, ook ’s nachts

Kinderarts

Op indicatie (bijvoorbeeld medicijngebruik tijdens uw zwangerschap of koorts tijdens uw bevalling) komt de kinderarts uw baby na de geboorte nakijken. Hij of zij is dan behandelaar van uw baby en beslist ook wanneer uw baby naar huis mag.
Als uw baby nog op de kinderafdeling verblijft en u vaginaal bent bevallen, mag u drie dagen in het ziekenhuis blijven. De dag van de bevalling telt dan als eerste dag.
Als u per keizersnede bent bevallen, mag u vijf dagen in het ziekenhuis blijven. We tellen dan vanaf het geboortetijdstip van uw kind. Het kan zijn dat u hiervoor uw eigen risico bij uw zorgverzekering moet aanspreken. Voor een vaginale bevalling is dat na 24uurs opname en voor een keizersnede na 48 uren. Vraag uw zorgverzekering voor meer informatie.

De verzorging van uw baby

Vitamine K

Het advies van de gezondheidsraad is om na de bevalling de baby vitamine K te geven. Vitamine K zorgt voor een goede bloedstolling. Een tekort kan bij pasgeboren baby’s bloedingen veroorzaken. Deze bloedingen kunnen ernstig zijn, vooral als ze in de hersenen ontstaan. Om een tekort te voorkomen, krijgen baby’s na de geboorte vitamine K-druppels toegediend. Zolang u volledige borstvoeding geeft, moet uw baby iedere dag (de eerste twaalf weken) 150 microgram vitamine K krijgen via het mondje. U begint hiermee op de achtste levensdag en gebruikt het tot uw baby drie maanden oud is. U kunt vitamine K zonder recept kopen bij de drogist of apotheek.

Baden

De kraamverzorgende of verpleegkundige doet uw baby niet meteen na de geboorte in bad. Ook hoeft uw kindje niet in bad te zijn geweest voordat u met ontslag gaat. Als u uw baby in bad doet, moet het water ongeveer 37 graden Celsius zijn. Dit kunt u controleren met uw elleboog of met een badthermometer. Om snel afkoelen van uw kindje te voorkomen, droogt u uw baby zorgvuldig en vlot af; eerst het hoofdje en dan de rest van het lichaampje. Zorg dat het in de kamer waar u uw kindje in bad doet, rond de 20 tot 22 graden Celsius is.

Temperaturen van uw baby

De eerste 24 uur wordt uw baby elke drie uur (vóór de voeding) getemperatuurd. De temperatuur meet u rectaal (in de anus). U kunt de temperatuur van uw baby het beste in het nekje voelen; de handjes en voetjes voelen altijd wat kouder aan, hieraan kunt u de temperatuur dus niet meten.

Als uw baby zich goed warm kan houden, kunt u de eerste week thuis twee keer per dag, vóór de voeding of het bad, temperaturen om te kijken of de baby zich op temperatuur kan houden in zijn of haar nieuwe omgeving. De normale temperatuur ligt tussen de 36,5 en 37,5 graden Celsius.

Plassen

Gewoonlijk plast een baby binnen de eerste 24 uur na de bevalling. In de eerste dagen na de geboorte plast een baby die alleen borstvoeding krijgt, 1 à 2 luiers per dag. Als de moedermelk op dag 3 of 4 verder op gang komt, nemen het aantal natte luiers toe. Bij kunstvoeding zal dit meer kunnen zijn.

Ontlasting

Bij baby’s is de eerste ontlasting zwart van kleur. Dit wordt ook wel meconium genoemd. Binnen 48 uur na de bevalling hoort een kindje de eerste ontlasting gehad te hebben.

Houding in bed

De slaaphouding voor de baby is vanaf de geboorte op de rug met het hoofdje afwisselend naar links of rechts gedraaid. Kijk eens op www.wiegedood.nl.

Borstvoeding

Met betrekking tot de voeding van de baby streeft Isala de adviezen van de World Health Organization (WHO) en UNICEF na. Met het behalen van het borstvoedingscertificaat mogen we ons “Baby Friendly Hospital” noemen. In het eerste uur na de geboorte van uw baby is het de beste tijd om uw baby aan te leggen aan de borst. De verpleegkundige of kraamverzorgende die aanwezig is bij de bevalling, kan u helpen om aan te leggen. Ook als u een keizersnede heeft gehad of als uw baby andere medische zorg nodig heeft, geven wij aandacht aan borstvoeding. Het is belangrijk dat de baby zo snel mogelijk bij u aan de borst leert drinken. De voeding komt hierdoor al snel op gang.

Tijdens uw hele opname begeleiden verpleegkundigen en kraamverzorgenden u bij het voeden van uw baby. Verder geven wij u adviezen bij het aanleggen, houdingen, frequentie van voedingen en het voorkomen van problemen. Ook werken in het ziekenhuis lactatiekundigen, die bij problemen met borstvoeding geraadpleegd kunnen worden. U leest hier meer over in de folder 'Borstvoeding'.

Kolven

Soms lukt het geven van borstvoeding om verschillende redenen nog niet. Ter overbrugging kunt u met de hand of elektrisch kolven. U leest hier meer over in de folder 'Kolven en bewaren van moedermelk'. Een te vroeggeboren (prematuur) of zieke baby kan meestal nog niet aan de borst drinken. Om uw kindje toch moedermelk te kunnen geven is kolven dan ook een oplossing. Onze kraamafdeling biedt de mogelijkheid een Medela symphony borstkolf te huren. Dat kan via het Borstvoedingscentrum in Zwolle: www.huurkolf.nl.

Flesvoeding

Bij flesvoeding wordt in het begin meestal om de drie uur voeding gegeven aan uw baby. De hoeveelheid hangt af van het gewicht. Het is belangrijk dat u de benodigdheden al in huis heeft, en de flessen en spenen voor het eerste gebruik uitgekookt zijn. Vervolgens moeten fles en speen dagelijks eenmaal uitgekookt worden, en verder na ieder gebruik goed omgespoeld weggezet worden in de koelkast.

De voeding mag maar één keer opgewarmd worden. Voordat u uw baby de fles geeft, controleert u de warmte van de voeding op de binnenkant van uw pols. U leest hier meer over in de folder 'Flesvoeding'.

Als u besluit flesvoeding te geven, is het raadzaam om gedurende zeven dagen na uw bevalling, dag en nacht een strakke BH te dragen om stuwing tegen te gaan.

Naar huis

Samen met uw verloskundig zorgverlener bespreekt u wanneer u na de bevalling naar huis mag. Dit kan ook in de avond of nacht zijn. Dit is afhankelijk van uw kraamzorgorganisatie; informeer naar de mogelijkheden. Als u weet hoe laat u naar huis kunt, is het belangrijk om zelf de kraamzorgorganisatie te bellen en de verloskundige die bij u de kraambedcontroles gaan doen. Uw verloskundig zorgverlener stelt ook uw verloskundige telefonisch op de hoogte van het verloop van uw bevalling.

Uw verloskundige praktijk en huisarts krijgen een medische overdracht met gegevens over de zwangerschap en bevalling toegestuurd. U krijgt bij ontslag een brief mee voor uw kraamverzorgende.

Aanmelden bij de gemeente

U bent wettelijk verplicht de geboorte van uw kind binnen drie dagen aan te geven bij de burgerlijke stand van de gemeente. In uw geval is dat in Zwolle, omdat dit de gemeente is waar uw kind geboren is/wordt. Is de derde dag echter een zaterdag, zondag of erkende feestdag, dan mag u de eerstvolgende werkdag nog aangifte doen.

Online geboorteaangifte

U kunt online geboorteaangifte doen via de website van de gemeente Zwolle. Of fysiek op het Stadskantoor in Zwolle. In geval van het laatste, moet u daarvoor wel eerst (online) een afspraak maken.

Aanmelden geboorte bij uw zorgverzekeraar

Let erop dat u uw kind binnen vier maanden na de geboorte inschrijft bij uw zorgverzekeraar en eventuele andere verzekeringen.

Controle na de bevalling

Als u om medische redenen in het ziekenhuis bent bevallen, kan het zijn dat u voor nacontrole terug mag komen op de polikliniek verloskunde. U krijgt hiervoor bij uw ontslag een afspraak mee voor zes weken na de bevalling. Het kan zijn dat deze afspraak telefonisch plaatsvindt.

Contact

Heeft u nog vragen, dan kunt u bellen met de locatie waar u onder behandeling bent:

Zwolle

afdeling Verloskunde/Kraam
088 624 35 55 (bereikbaar van maandag tot en met vrijdag van 8.30 tot 17.00 uur)

Bent u ongerust of heeft u vragen (buiten kantoortijden) die niet kunnen wachten, dan kunt u bellen naar het spoednummer: 088 624 81 61.

Kunt u niet komen? Laat het ons snel weten, dan maken wij een nieuwe afspraak. 

Laatst gewijzigd 24 februari 2022 / 5245